4KGT REKENEN

REKENEN

van Meneer Morren

1 / 44
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

REKENEN

van Meneer Morren

Bedenk goed waar je wilt zitten.

De plek die je kiest blijft je plek. Zorg dat je op die plek kunt opletten en zelfstandig kunt werken.

Rekenen - Wat dan?

Geen nieuwe stof: alles heb je al een keer gehad.


Getallen en verhoudingen

hoofdrekenen

omrekenen van aantallen, snelheden, lengtes, etc

Meten en meetkunde

inhoud en omtrek

lengtes omrekenen

Verbanden

omrekenen naar percentages

verschillen in procenten

tabellen en grafieken aflezen




Rekenen - Hoe dan?

Toetsen

3 toetsen, 3 periodes, 3 cijfers alles is PTA

deel met en zonder rekenmachine


Lessen

Elke week 40 minuten

1/2 sommen op het bord

20 min werken met werkbladen

Rekenen - Makkie?

Snelle snappers mogen eerder de toets maken!

  • Als jij van elk onderwerp een oefenblad hebt gemaakt, en je denkt dat je een 7 kunt halen, maak je een oefentoets.

  • Oefentoets goed genoeg gemaakt? Dan mag je de toets maken

  • Toets voldoende? Tot de toetsweek hoef je niet te komen

Dan nog even dit...

  • Je houdt je aan de schoolregels

  • WC-bezoek niet tijdens de les

  • Je hebt altijd een laptop, pen en rekenmachine bij je

Oke, daar gaatie!

Een breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

Een breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig



Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

Hier is het getal 5.

÷5


÷5

Een breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

Een breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig



Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

Hier is het getal 7: je kunt de noemer door de teller delen.

÷7


÷7

Tekenen

Teken een taartdiagram met 10 gelijke punten.

Kleur nu 4 punten in.


Teken een taartdiagram met 5 gelijke punten.

Kleur er nu twee in.


Nu heb je bewezen dat evenveel is als .

Opdrachtje

Maak de sommen op het werkblad.

Probeer het echt zélf: ik wil weten wat je al kunt, zonder uitleg.

Gebruik GEEN rekenmachine

En doe het ZELF.

Klaar?

  • Beantwoord de vragen op de achterkant

  • Lever het in bij mij, doe iets voor jezelf tot 13:45 / 15:05

REKENEN

les 2

Vandaag

  • 5 min Hoe hebben jullie het werkblad gemaakt?

    • 2 sommen van de werkbladen

  • 5 min Twee nieuwe sommen oefenen

  • 20 min aan de slag! werkblad 1 en 2

  • 5 min aanmelden op Classroom

Rekenen - Makkie?

Snelle snappers mogen eerder de toets maken!

  • Als het je lukt om alles te maken in de les

  • En je hebt 3/4 goed, dan volgende week oefentoets, week daarna de toets.

Oke, daar gaatie!

Vorige les: breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

Vorige les: breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

÷6


÷6

Vorige les: breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.


Dit is dus fout, want je kunt de teller en de noemer door een groter getal delen.

÷6


÷6

÷2


÷3

% schrijven als een breuk

Bijvoorbeeld: Schrijf 45% als een breuk.



Eerst:

Hoe dan?

1) Schrijf het percentage als een breuk van 100.


÷5


÷5

Vereenvoudig de breuk

2) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

3) Zoek een kleiner getal.

Vereenvoudig:

Gedeeld door, maar dan anders...

Hoe weet je welk getal je mist in de volgende opgaven?

Hoe dan?

Mis je het eerste getal, dan vermenigvulig je de andere twee.


Mis je het tweede getal, dan deel je het rechter door het linker.


Bijvoorbeeld:


..... : 11 = 15


165 : ..... = 15




11 x 15 = 165


165 : 15 = 11

Percentages

KLM geeft 30% korting op alle vliegtickets!


Julius wil naar Thailand. Normaal kost een retourticket € 2.130. Wat betaalt hij?


Percentages

KLM geeft 30% korting op alle vliegtickets!


Julius wil naar Thailand. Normaal kost een retourticket € 2.130. Wat betaalt hij?


Kan op verschillende manieren:

€ 2.130 € 21,30

100% 1%

:100

Percentages

KLM geeft 30% korting op alle vliegtickets!


Julius wil naar Thailand. Normaal kost een retourticket € 2.130. Wat betaalt hij?


Kan op verschillende manieren:

€ 2.130 € 21,30 €1.491

100% 1% 70%

:100

x70

Percentages

KLM geeft 30% korting op alle vliegtickets!


Julius wil naar Thailand. Normaal kost een retourticket € 2.130. Wat betaalt hij?


Kan op verschillende manieren:

€ 2.130 is 100%

€ 2.130 : 100 x 70 = € 1.491

Omrekenen

Stel, deze auto rijdt 1 op 12.

Dat betekent : je hebt 1 liter nodig om 12 km te rijden.


Hoeveel liter moet ik dan minimaal in de tank hebben als ik 360 km moet rijden?


360 : 12 = 30 liter

want met elke liter kan ik 12 km rijden

Opdrachten maken

Maak de sommen op het werkblad.

  • Maak het eerst zelf en werk stap voor stap.

  • Je mag je buur helpen

  • Kom naar voren als je er niet uit komt

Gebruik GEEN rekenmachine.

Klaar?

  • Dan ruil je het om voor werkblad 2.

  • Deze mag je wél met een rekenmachine doen.

Thuis oefenen / nakijken

Op Classroom vind je de werkbladen, met antwoorden. Zo kun je thuis oefenen.


Je kunt de werkbladen die je gemaakt hebt zelf nakijken.



REKENEN

les 3

We gaan gelijk van start.


3 voorbeelden en dan een oefentoets!

Signaalwoord 'per'

Er is een sportdag op school en 48 leerlingen hebben zich opgegeven voor voetbal.


De leerlingen worden ingedeeld in zes teams.


Hoeveel leerlingen zijn er per team?

48 ÷ 6 = 8


Signaalwoord 'per'

Er is een sportdag op school en 48 leerlingen hebben zich opgegeven voor voetbal.


De leerlingen worden ingedeeld in zes teams.


Hoeveel leerlingen zijn er per team?

48 ÷ 6 = 8

Als er per staat moet je delen door wat daarachter komt.


Breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

3) Check of je het NOG een keer kunt vereenvoudigen.

÷15



÷15

Breuk vereenvoudigen

Je maakt een breuk dan zo KLEIN mogelijk.

Bijvoorbeeld:


Vereenvoudig

Hoe dan?

Deel allebei de getallen door een zo GROOT mogelijk getal.

1) Kun je de noemer door de teller delen? Dan is dat het getal.

2) Zoek een kleiner getal.

3) Check of je het NOG een keer kunt vereenvoudigen.

÷5



÷5

÷3



÷3

Verschil in %

Door de elektrische fiets is de gemiddelde snelheid van fietsen op het fietspad toegenomen van 12 km/u naar 15 km/u. Hoeveel procent is dit dan toegenomen?


Stap 1: het verschil uitrekenen


Stap 2: berekenen hoeveel procent dit is van het oude getal.


Verschil in %

Door de elektrische fiets is de gemiddelde snelheid van fietsen op het fietspad toegenomen van 12 km/u naar 15 km/u. Hoeveel procent is dit dan toegenomen?


Stap 1: 15-12 = 3. Dus 3 km/u meer.


Stap 2: 3 ÷ 12 x 100 = 25 %


Oefentoets maken

Jullie maken ALLEMAAL een oefentoets.

Deel 1 GEEN rekenmachine.


Deel 2 Geen rekensom = fout!


  • Niet praten

  • Niet afkijken

  • GEEN vragen!



Volgende les hoor je of je de toets kunt maken of nog meer moet oefenen.

Deel 1 klaar?

  • Steek je hand op, je levert deel 1 in en krijgt deel 2.


Deel 2 klaar?

  • Je mag gaan: laat je toets liggen.

TIP voor de toets: op Classroom staan allemaal oefenwerkbladen met antwoorden!

Opdrachten maken

  • Maak het eerst zelf en werk stap voor stap.

  • Je mag je buur helpen

  • Kom naar voren als je er niet uit komt

Gebruik GEEN rekenmachine.

Klaar?

  • Dan ruil je het om voor werkblad 2.

  • Deze mag je wél met een rekenmachine doen.

Aan de slag!

Vooraan

Klaar?

  • Vooraan: als je twee werkbladen af hebt, mag je gaan

  • Oefentoets: klaar = gaan

Oefentoets

Je krijgt eigen opdrachten en hulp.

Je krijgt 2 delen: deel 1 maak je MET en 2 ZONDER rekenmachine

Klaar?

  • Oefentoets: klaar = hand opsteken. Als gecheckt, mag je (STIL!) gaan