Unité 6 - delend lidwoord + HH prendre

Bonjour!

Mercredi, le 1er avril 2026
- Vocabulaire
- Grammaire (+ choix)
- Au travail
- Menu au choix




1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Bonjour!

Mercredi, le 1er avril 2026
- Vocabulaire
- Grammaire (+ choix)
- Au travail
- Menu au choix




Slide 1 - Tekstslide

Vocabulaire
Leren (in ZS) de woordjes van apprendre 1 + 2
Doe dit op jouw eigen manier

Aandachtspunt: leer dit keer (extra) goed of de woorden mannelijk of vrouwelijk zijn
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een delend lidwoord?
Lesdoel: na deze les kan je...
- uitleggen wat dat is
- vertellen wanneer je het gebruikt
- 4 (5) verschillende delende lidwoorden herkennen

Tijdens de uitleg maak je aantekeningen!

Slide 3 - Tekstslide

Choix
1. Je doet mee met de instructie
2. Je maakt opdrachten 16A en 16B en leest daarna de instructie (6.1), pg. 92/93. Je maakt 16C-A
3. Je maakt opdrachten 16A en 16B en bekijkt daarna het uitlegfilmpje (in Magister). Je maakt 16C-A

Je bent stil tijdens de uitleg!!

Slide 4 - Tekstslide

Qu'est-ce qu'on mange?

Slide 5 - Woordweb

Noem de 4 lidwoorden in het Frans
die 'de / het ' betekenen.

Slide 6 - Open vraag

Een delend lidwoord
is moeilijk te vertalen want:

wij gebruiken het niet in het Nederlands!
Het heeft dus géén betekenis of vertaling!

Slide 7 - Tekstslide

Delende lidwoorden

1. Beginnen met een D,
vertaal je niet mee


2. Gebruik je als er in het 
Nederlands géén lidwoord
gebruikt is in de zin
Lidwoorden

beginnen met een L
vertaal je wel

Slide 8 - Tekstslide

na een ontkenning
ne...pas
ne...jamais
ne...rien
krijg je 
DE of D'

Slide 9 - Tekstslide

DELEND LIDWOORD

du = mannelijk
de la = vrouwelijk
de l' = klinket/stomme 'h'
des = meervoud


BEPAALD LIDWOORD

le
la
l'
les

Slide 10 - Tekstslide

Een delend lidwoord



Je prends de l'orangina.
Ik neem orangina.

Je voudrais des chips.
Ik wil graag chips.

 



Een bepaald lidwoord



L'eau est froide.
Het water is koud.

Où sont les chips?
Waar is de chips?


Slide 11 - Tekstslide

Ma mère boit ... thé (m).
Mijn moeder drinkt thee.
A
du
B
le

Slide 12 - Quizvraag

Mon père achète ... viande (v).
Mijn vader koopt vlees
A
de la
B
la

Slide 13 - Quizvraag

Elle mange ... bonbons.
Zij eet snoepjes.
A
du
B
de la
C
les
D
des

Slide 14 - Quizvraag

Je comprends l'article partitif
Ik begrijp het delend lidwoord

😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Slide 16 - Video

Au travail!
Fais : exercice 16A-B + 16C-A, pg. 92/93
Fais : Un pizza avec des ingrédients. gebruik het delend lidwoord en je fantasie :-)
Prêt? Menu au choix:
--> woordjes leren apprendre 1 + 2
--> verder oefenen met 'prendre' via verbuga.eu. Neem dan ook meteen 'être', 'avoir', 'aller' en 'faire' mee

Slide 17 - Tekstslide

à bientôt!

Slide 18 - Tekstslide

Bonjour!

Mardi, le 7 avril 2026
- Vocabulaire + overhoren
- Grammaire deel 2
- Au travail
- Menu au choix




Slide 19 - Tekstslide

Vocabulaire
Leren (in ZS) de woordjes van apprendre 1 + 2 
+ apprendre 3 = prendre
Doe dit op jouw eigen manier

Aandachtspunt: leer (extra) goed of de woorden mannelijk of vrouwelijk zijn
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

Wat is een delend lidwoord?
Lesdoel: na deze les kan je...
- uitleggen wat dat is
- vertellen wanneer je het gebruikt
- 5 verschillende delende lidwoorden herkennen

Tijdens de uitleg maak je aantekeningen!

Slide 21 - Tekstslide

Delende lidwoorden

1. Beginnen met een D,
vertaal je niet mee


2. Gebruik je als er in het 
Nederlands géén lidwoord
gebruikt is in de zin
Lidwoorden

beginnen met een L
vertaal je wel

Slide 22 - Tekstslide

MAAR.....
soms gebruik je geen lidwoord in het Nederlands
en gebruik je in het Frans:

de    -    d' 

Slide 23 - Tekstslide

ONTKENNING
na een ontkenning
ne...pas
ne...jamais
ne...rien
komt:
DE     -    D'

Slide 24 - Tekstslide

na woord van  hoeveelheid:

DE  -   D' 

du lait ->
un litre de lait

de la confiture ->
un peu de confiture
un kilo
un litre 
un paquet
500 grammes
un verre
une tasse
beaucoup
peu
combien?


Slide 25 - Tekstslide

Elle mange beaucoup ... bonbons.
A
du
B
de la
C
de
D
des

Slide 26 - Quizvraag

Je ne mange jamais ... viande,
je suis végétarien.
A
de la
B
de
C
d'
D
du

Slide 27 - Quizvraag

Le vendredi, nous mangeons ... frites.

Slide 28 - Open vraag

Je ne mange pas .... ratatouille!

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Video

Très bien!

Slide 31 - Tekstslide

Au travail!
Fais : exercice 16C + D + nakijken apprendre 5 (Teams)
Fais : Un pizza (gebruik het delend lidwoord)
Prêt? Menu au choix:
--> woordjes leren apprendre 1 + 2 + 4 Unité 6
--> verder oefenen met 'prendre' via verbuga.eu
--> delend lidwoord. Zie Teams - Unité 6

Slide 32 - Tekstslide

Wat is een delend lidwoord?
Kun je nu:
- uitleggen wat dat is?
- vertellen wanneer je het gebruikt?
- de 6 verschillende delende lidwoorden herkennen?

Slide 33 - Tekstslide

à bientôt!

Slide 34 - Tekstslide