test jezelf - achtergronden Ovidius

achtergronden Ovidius
ronde 1 - multiple choice
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 19 min

Onderdelen in deze les

achtergronden Ovidius
ronde 1 - multiple choice

Slide 1 - Tekstslide

In welk jaar is Ovidius geboren?
A
19 v.Chr.
B
31 v.Chr.
C
43 v.Chr.
D
70 v.Chr.

Slide 2 - Quizvraag

Tot welke stand behoorde Ovidius' familie?
A
Plebejers
B
Ridderstand
C
Senatorenstand
D
Vrijgelatenen

Slide 3 - Quizvraag

In welk werk vertelt Ovidius in dichtvorm over zijn eigen leven (o.a. IV,10)?
A
Amores
B
Fasti
C
Heroides
D
Tristia

Slide 4 - Quizvraag

In welk metrum zijn de Metamorphoses geschreven?
A
Dactylische hexameter
B
Elegische distichon
C
Iambische trimeter
D
Saffische strofe

Slide 5 - Quizvraag

Hoe worden de Metamorphoses vaak getypeerd qua genre-karakter?
A
Als speelse variant/anti-epos
B
Als tragedie
C
Als satire-spel
D
Als historisch proza

Slide 6 - Quizvraag

Welke Romeinse dichter schreef het didactische epos De rerum natura?
A
Horatius
B
Livius
C
Lucretius
D
Vergilius

Slide 7 - Quizvraag

Wie hoort NIET bij de liefdeselegie-dichters?
A
Gallus
B
Livius
C
Propertius
D
Tibullus

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het verbindende thema in de Metamorphoses?
A
Eeuwige verandering
B
Militaire veldtochten
C
Retorische theorie
D
Romeinse staatsrecht

Slide 9 - Quizvraag

Hoe duidt Ovidius zelf de aanleiding van zijn verbanning aan?
A
een moordcomplot
B
diefstal uit de tempel
C
staatsgreep
D
carmen et error

Slide 10 - Quizvraag

Waarheen werd Ovidius verbannen?
A
Carthago in Afrika
B
Massilia (Marseille)
C
Syracuse op Sicilië
D
Tomi aan de Zwarte Zee

Slide 11 - Quizvraag

einde ronde 1
1.  43 v.Chr.: in dat jaar sneuvelden de consuls Hirtius en Pansa, zoals Ovidius aangeeft.
2. Ridderstand (equites): welgesteld, maar geen senatorenstand.
3. Tristia (met name IV,10) bevat zijn poëtische autobiografie.
4. Het epos-metrum is de dactylische hexameter.
5. Speelse variant/anti-epos: lengte & metrum episch, maar toon en opzet wijken af.
6. Lucretius schreef het didactische epos De rerum natura.
7. Livius is historicus (Ab Urbe Condita), geen elegisch liefdesdichter.
8. Verbindend thema: voortdurende metamorfose (gedaanteverwisseling).
9. carmen et error: een gedicht en een misstap.
10. Tomi (aan de Zwarte Zee).

Slide 12 - Tekstslide

achtergronden Ovidius
ronde 2 - volgorde

Slide 13 - Tekstslide

Zet de volgende gebeurtenissen uit Ovidius’ leven in chronologische volgorde (van vroeg naar laat):
1
2
3
4
 Ovidius raakt verbonden aan een dichterskring en wordt bekend.
 Ovidius neemt de toga virilis aan.

Ovidius wordt verbannen naar Tomi

Ovidius’ broer sterft op twintigjarige leeftijd.

Slide 14 - Sleepvraag

Zet de volgende Ovidiaanse werken in volgorde van ontstaan (vroeg → later)
1
2
3
4
  Fasti

  Metamorphoses
  Ars amatoria
 Remedia amoris

Slide 15 - Sleepvraag

Orden de grote lijn van de Metamorphoses (begin → eind)
1
2
3
4
Mythische tijd
Vergoddelijking van Caesars ziel tot ster en lof op Augustus.
Historische tijd vanaf de Trojaanse Oorlog

 Ordening van chaos tot kosmos

Slide 16 - Sleepvraag

achtergronden Ovidius
ronde 3 - wie schreef wat?

Slide 17 - Tekstslide

1. Vergilius
2. Horatius
3. Livius
4. Lucretius
5. Maecenas
6. Propertius
7. Ovidius
Heroides
Elegische dichter
Aeneis (heldenepos)
Patronus/beschermheer van dichters
Ab Urbe Condita (geschiedwerk)
Oden (lyrische gedichten)
De rerum natura (didactisch epos)

Slide 18 - Sleepvraag

achtergronden Ovidius
ronde 4 - open vragen

Slide 19 - Tekstslide

Leg uit waarom de Metamorphoses zowel wel als niet in het eposgenre passen. Noem 1.kenmerk waarom wel en 2. waarom niet

Slide 20 - Open vraag

Leg uit waarom de Metamorphoses zowel wel als niet in het eposgenre passen. Noem 1.kenmerk waarom wel en 2. waarom niet


1. wel, bijv: Lengte/hexameter 
2. niet, bijv: Geen één held maar mozaïek; Speelse toon/morele ambiguïteit; Goden minder verheven 

Slide 21 - Tekstslide

Beschrijf de rol van de goden bij Ovidius en vergelijk die met de goden in het traditionele heldenepos (Homerus/Vergilius).

Slide 22 - Open vraag

Beschrijf de rol van de goden bij Ovidius en vergelijk die met de goden in het traditionele heldenepos (Homerus/Vergilius). 


Rol van goden in heldenepos = Actief, straffend/belonend, nemen gedaanten aan; bij Ovidius menselijker/ondeugender dan bij Homerus/Vergilius

Slide 23 - Tekstslide

Gebruik de regels uit Tristia IV,10: wat leren we over Ovidius’ opleiding en karakter?

Slide 24 - Open vraag

Gebruik de regels uit Tristia IV,10: wat leren we over Ovidius’ opleiding en karakter? 


talent voor poëzie (“iedere regel werd een vers”), gevoelig/Amor, vaderlijke tegenstand

Slide 25 - Tekstslide

Wat bedoelt Ovidius met carmen et error en waarom is de historische achtergrond van zijn verbanning problematisch?

Slide 26 - Open vraag

Wat bedoelt Ovidius met carmen et error en waarom is de historische achtergrond van zijn verbanning  problematisch? 


mogelijke verwijzing naar Amores/Ars amatoria; onduidelijke historische bronnen/clash met Romeinse moraal óf mogelijk groter schandaal...?

Slide 27 - Tekstslide

In hoeverre blijven personages ‘zichzelf’ na een metamorfose bij Ovidius?

Slide 28 - Open vraag

In hoeverre blijven personages ‘zichzelf’ na een metamorfose bij Ovidius? 


slachtoffer behoudt kenmerken/identiteit

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video