Les 3 - Syntheseteksten en herhaling werkwoordspelling

Les 3

Goedemorgen!


Is iedereen aanwezig?



1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecondary Education

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 3

Goedemorgen!


Is iedereen aanwezig?



Planning voor vandaag

Column

  • Doel: begrijpt iedereen hoe je een kolom herkent en schrijft?

  • Heeft iedereen een column gemaakt?

Syntheseteksten

  • Introductie: wat zijn het?

  • Hoe gaan we ermee aan het werk?

Spreekwoord van de week


Spelling:

  • Check: persoonsvormen van sterke en zwakke werkwoorden in de tegenwoordige en de verleden tijd spellen

  • Samen oefenen sterke werkwoorden

1:1 bespreken huiswerk etc.

Leesautobiografie

En wat nu?


  • Bijhouden wat je dit jaar leest

  • Boeken, tijdschriften, luisterboeken, nieuws

Syntheseteksten

Wat zijn syntheseteksten?

Synthesetekst: korte uitleg:

Kijk deze clip


Opdracht:

Verschillende teksten lezen

Informatie categoriseren



Syntheseteksten - opdrachten

Synthesetekst schrijven

Teksten lezen en analyseren

Tekst 1 t/m 4 lezen

Maak de opdrachten 2 t/m 5

Doe dit in je boek, of online.

Zorg dat je deze informatie op 19/9 mee naar school neemt


Huiswerk: deze opdrachten afmaken voor 19/9

Zaterdag 19/9 op St. Conleth's

Aan de slag met syntheseteksten

Tabellen


Voorbereiden schrijfopdracht

Wat vind je tot nu toe van het onderdeel "Spreekwoord van de week"?

Het recht van de sterkste

Betekenis:


de sterken, machtigen en superrijken hebben het voor het zeggen



Kun je een situatie verzinnen waarin je deze uitdrukking kunt gebruiken?

Deel 2 - spelling


Doel: kennis opfrissen over werkwoordspelling

Persoonsvorm



Werkwoordspelling



In deze les worden alle mogelijke werkwoordvormen en hun spellingwijze nog een keer samengevat.

Vormen

Persoonsvorm tegenwoordige tijd :PVTT

Persoonsvorm verleden tijd            : PVVT

Gebiedende wijs                                : GW

Voltooid deelwoord                           : VD

Onvoltooid deelwoord                      : OD

Hoe vind je de persoonsvorm?

Hoe vind je de persoonsvorm?

1. Als je de zin in een andere tijd zet, verandert de persoonsvorm.

2. Als je de zin van enkelvoud naar meervoud verandert of andersom, verandert de persoonsvorm.

(3. Als je de zin vragend maakt, komt de persoonsvorm op de eerste plaats.)

Controleren?

Terwijl de zon onderging, speelden de kinderen in het park, terwijl hun ouders naar de markt liepen om boodschappen te doen.

Hoe spel je de pv?

In de volgende twee overzichtjes zie je hoe je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en de persoonsvorm van een zwak werkwoord
 in de verleden tijd moet spellen.

Persoonsvorm tegenwoordige tijd






Kijk even goed naar dat sterretje. Daar gaat de volgende vraag over!

Waarom stond er op de slide hiervoor een sterretje bij de je-vorm?

Met of zonder t?

Vind/Vindt je een kopje thee ook zo lekker?


Vind/Vindt je docent Nederlands een kopje thee ook zo lekker?

VT: de(n) of te(n)?

Pas wel op bij bijzondere werkwoorden als: verhuizen

  1. De stam = hele werkwoord -en : verhuizen

  2. laatste letter van de stam in 't ex-kofschip?: nee

  3. dus de(n)

  4. ik-vorm van werkwoord + uitgang : verhuiSde(n)

VT: sterke werkwoorden

Je schrijft wat je hoort: sloeg, riep, brak, dacht, reed 
(en je gebruikt de 'gewone' spelregels als de 'langermaakregel'!).


Een lijst van de meest voorkomende sterke werkwoorden kun je via deze link vinden:

Beter spellen

Sterke werkwoorden met een 'o'

  • ontbijten - ontbeet - ontbeten

  • opblazen - blies op - opgeblazen

  • opmeten - mat op - opgemeten

  • opschrijven - schreef op - opgeschreven

  • opschuiven - schoof op - opgeschoven

  • opschrikken - schrok op (of: schrikte op) - opgeschrokken (of: opgeschrikt)

  • opzeggen - zegde op (zei op) - opgezegd

Andere vormen

Ik heb een Big Mac gegeten.    VD

Kwijlend nam ik een hap.         OD

Ik heb zin om een Big Mac te nemen.  INF

Geef me eens een Big Mac!      GW

Ik eet mijn zojuist gekochte Big Mac.  BN



Onvoltooid deelwoord

Het geeft aan dat je iets doet, terwijl je ook iets anders doet.

Het geeft aan hoe iets gebeurt.

Schrijf je als het hele werkwoord + d.


Kwijlend nam ik een hap. 
Pratend met volle mond zag ik hem vies naar me kijken.

Hoe vorm je een onvoltooid deelwoord?

Voltooid deelwoord (VD)

Begint vaak met be-, ge-, ver- of ont-.

Eindigt op:   -en, -d, -t



Twijfel je tussen -d of -t,  gebruik dan weer  't ex-kofschip.



Ik heb een Big Mac gegeten, want die was afgeprijsd. (prijzen)  Mijn Big Mac was verbrand. Het vlees leek gekookt.           

Infinitief

Is het hele werkwoord.

Verandert niet bij veranderen van de tijd (het is  geen pv!).

Vóór een infinitief kan je meestal 'Ik kan' zetten.



Ik heb zin om een Big Mac te eten.        (IK KAN eten).

Gebiedende wijs

Wordt gebruikt als het om een  gebod of bevel gaat.

Staat als eerste woord in de zin.

Heeft geen onderwerp bij zich.

Is altijd in de ik-vorm.



Geef me een Big Mac!

Braad ze bruin, die frietjes!

Bijvoeglijk naamwoord

staat vóór een zelfstandig naamwoord.

Is een VD of OD geweest.

Schrijf je zo kort mogelijk, dus zoals het VD of OD, met soms een extra -E erachter.



Ik eet mijn zojuist gekochtE Big Mac.

                                   BN van VD

Trucjes

Als je er niet met de voorgaande regels uitkomt, dan kun je de verlengproef gebruiken voor VD en OD.



De weerman heeft mooi weer voorspeld. => voorspelde

De weerman keek zoekend rond. => zoekende







Trucjes

De infinitief, de gebiedende wijs en het bijvoeglijk naamwoord schrijf je zo kort mogelijk.



De weervrouw zal mooi weer voorspellen.

Voorspel goed weer, weervrouw!

Het voorspelde goede weer bleef uit.        

QUIZ!

Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.

A

gebeurd

B

gebeurt

C

gebeurdt

D


Als je verstandig bent, BRAND je daar je vingers niet aan.

A

pvtt

B

vd

C

pvvt

D

bn

De slapende kater was gemakkelijk te fotograferen.

A

OD als BN

B

VD als BN

C


D


De (aanbranden) aardappels zijn weggegooid.

A

aangebranden

B

aangebrandde

C

aanbrandende

D

aangebrande

Mijn (intapen) enkel doet nog steeds zeer.

A

Ingetapete

B

Ingetapede

C

Ingetapte

D

Ingetapde

evacueren > De .................. kampen.

A

gëevacueerde

B

geëvacueerde

C

gëevacueerden

D

geëvacueerden

Hij (deleten - vt) de bestanden.

A

delete

B

deletete

C

delette

D

deletette

(vinden) alsjeblieft die bankpas terug, voor er misbruik van wordt gemaakt.

A

Vond

B

Vindt

C

Vind

D


De stukken (kopiëren - tt) mijn secretaresse niet meer.

A

kopieert

B

kopieërt

C

kopiëren

D

kopieerde

De pas (stofzuigen) vloer lag onder de confetti.

A

stofgezogen

B

gestofzuigde

C

stofgezoge

D

stofgezuigde

Huiswerk voor 19-9

  • Meer dan lezen: Synthesetekst lezen & categoriseren
    Opdr. 2 t/m 5 (Noordhoff online of boek)
    Theorie: blz. 21 Een synthesetekst schrijven

  • Lezen uit je leesboek - op 19/9 meenemen naar school!

  • Spelling:
    Opdr. 6 en 7
    Onregelmatige werkwoorden met een 'o'