Les 3
Goedemorgen!
Is iedereen aanwezig?
Les 3
Goedemorgen!
Is iedereen aanwezig?
Planning voor vandaag
Column
Doel: begrijpt iedereen hoe je een kolom herkent en schrijft?
Heeft iedereen een column gemaakt?
Syntheseteksten
Introductie: wat zijn het?
Hoe gaan we ermee aan het werk?
Spreekwoord van de week
Spelling:
Check: persoonsvormen van sterke en zwakke werkwoorden in de tegenwoordige en de verleden tijd spellen
Samen oefenen sterke werkwoorden
1:1 bespreken huiswerk etc.
Leesautobiografie
En wat nu?
Bijhouden wat je dit jaar leest
Boeken, tijdschriften, luisterboeken, nieuws
Syntheseteksten
Wat zijn syntheseteksten?
Synthesetekst: korte uitleg:
Kijk deze clip
Opdracht:
Verschillende teksten lezen
Informatie categoriseren
Syntheseteksten - opdrachten
Synthesetekst schrijven
Teksten lezen en analyseren
Tekst 1 t/m 4 lezen
Maak de opdrachten 2 t/m 5
Doe dit in je boek, of online.
Zorg dat je deze informatie op 19/9 mee naar school neemt
Huiswerk: deze opdrachten afmaken voor 19/9
Zaterdag 19/9 op St. Conleth's
Aan de slag met syntheseteksten
Tabellen
Voorbereiden schrijfopdracht
Wat vind je tot nu toe van het onderdeel "Spreekwoord van de week"?
Het recht van de sterkste
Betekenis:
de sterken, machtigen en superrijken hebben het voor het zeggen
Kun je een situatie verzinnen waarin je deze uitdrukking kunt gebruiken?
Deel 2 - spelling
Doel: kennis opfrissen over werkwoordspelling
Persoonsvorm
Werkwoordspelling
In deze les worden alle mogelijke werkwoordvormen en hun spellingwijze nog een keer samengevat.
Vormen
Persoonsvorm tegenwoordige tijd :PVTT
Persoonsvorm verleden tijd : PVVT
Gebiedende wijs : GW
Voltooid deelwoord : VD
Onvoltooid deelwoord : OD
Hoe vind je de persoonsvorm?
Hoe vind je de persoonsvorm?
1. Als je de zin in een andere tijd zet, verandert de persoonsvorm.
2. Als je de zin van enkelvoud naar meervoud verandert of andersom, verandert de persoonsvorm.
(3. Als je de zin vragend maakt, komt de persoonsvorm op de eerste plaats.)
Controleren?
Terwijl de zon onderging, speelden de kinderen in het park, terwijl hun ouders naar de markt liepen om boodschappen te doen.
Hoe spel je de pv?
In de volgende twee overzichtjes zie je hoe je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en de persoonsvorm van een zwak werkwoord
in de verleden tijd moet spellen.
Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Kijk even goed naar dat sterretje. Daar gaat de volgende vraag over!
Waarom stond er op de slide hiervoor een sterretje bij de je-vorm?
Met of zonder t?
Vind/Vindt je een kopje thee ook zo lekker?
Vind/Vindt je docent Nederlands een kopje thee ook zo lekker?
VT: de(n) of te(n)?
Pas wel op bij bijzondere werkwoorden als: verhuizen
De stam = hele werkwoord -en : verhuizen
laatste letter van de stam in 't ex-kofschip?: nee
dus de(n)
ik-vorm van werkwoord + uitgang : verhuiSde(n)
VT: sterke werkwoorden
Je schrijft wat je hoort: sloeg, riep, brak, dacht, reed
(en je gebruikt de 'gewone' spelregels als de 'langermaakregel'!).
Een lijst van de meest voorkomende sterke werkwoorden kun je via deze link vinden:
Sterke werkwoorden met een 'o'
ontbijten - ontbeet - ontbeten
opblazen - blies op - opgeblazen
opmeten - mat op - opgemeten
opschrijven - schreef op - opgeschreven
opschuiven - schoof op - opgeschoven
opschrikken - schrok op (of: schrikte op) - opgeschrokken (of: opgeschrikt)
opzeggen - zegde op (zei op) - opgezegd
Andere vormen
Ik heb een Big Mac gegeten. VD
Kwijlend nam ik een hap. OD
Ik heb zin om een Big Mac te nemen. INF
Geef me eens een Big Mac! GW
Ik eet mijn zojuist gekochte Big Mac. BN
Onvoltooid deelwoord
Het geeft aan dat je iets doet, terwijl je ook iets anders doet.
Het geeft aan hoe iets gebeurt.
Schrijf je als het hele werkwoord + d.
Kwijlend nam ik een hap.
Pratend met volle mond zag ik hem vies naar me kijken.
Hoe vorm je een onvoltooid deelwoord?
Voltooid deelwoord (VD)
Begint vaak met be-, ge-, ver- of ont-.
Eindigt op: -en, -d, -t
Twijfel je tussen -d of -t, gebruik dan weer 't ex-kofschip.
Ik heb een Big Mac gegeten, want die was afgeprijsd. (prijzen) Mijn Big Mac was verbrand. Het vlees leek gekookt.
Infinitief
Is het hele werkwoord.
Verandert niet bij veranderen van de tijd (het is geen pv!).
Vóór een infinitief kan je meestal 'Ik kan' zetten.
Ik heb zin om een Big Mac te eten. (IK KAN eten).
Gebiedende wijs
Wordt gebruikt als het om een gebod of bevel gaat.
Staat als eerste woord in de zin.
Heeft geen onderwerp bij zich.
Is altijd in de ik-vorm.
Geef me een Big Mac!
Braad ze bruin, die frietjes!
Bijvoeglijk naamwoord
staat vóór een zelfstandig naamwoord.
Is een VD of OD geweest.
Schrijf je zo kort mogelijk, dus zoals het VD of OD, met soms een extra -E erachter.
Ik eet mijn zojuist gekochtE Big Mac.
BN van VD
Trucjes
Als je er niet met de voorgaande regels uitkomt, dan kun je de verlengproef gebruiken voor VD en OD.
De weerman heeft mooi weer voorspeld. => voorspelde
De weerman keek zoekend rond. => zoekende
Trucjes
De infinitief, de gebiedende wijs en het bijvoeglijk naamwoord schrijf je zo kort mogelijk.
De weervrouw zal mooi weer voorspellen.
Voorspel goed weer, weervrouw!
Het voorspelde goede weer bleef uit.
QUIZ!
Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
Als je verstandig bent, BRAND je daar je vingers niet aan.
pvtt
vd
pvvt
bn
De slapende kater was gemakkelijk te fotograferen.
OD als BN
VD als BN
De (aanbranden) aardappels zijn weggegooid.
aangebranden
aangebrandde
aanbrandende
aangebrande
Mijn (intapen) enkel doet nog steeds zeer.
Ingetapete
Ingetapede
Ingetapte
Ingetapde
evacueren > De .................. kampen.
gëevacueerde
geëvacueerde
gëevacueerden
geëvacueerden
Hij (deleten - vt) de bestanden.
delete
deletete
delette
deletette
(vinden) alsjeblieft die bankpas terug, voor er misbruik van wordt gemaakt.
Vond
Vindt
Vind
De stukken (kopiëren - tt) mijn secretaresse niet meer.
kopieert
kopieërt
kopiëren
kopieerde
De pas (stofzuigen) vloer lag onder de confetti.
stofgezogen
gestofzuigde
stofgezoge
stofgezuigde
Huiswerk voor 19-9
Meer dan lezen: Synthesetekst lezen & categoriseren
Opdr. 2 t/m 5 (Noordhoff online of boek)
Theorie: blz. 21 Een synthesetekst schrijven
Lezen uit je leesboek - op 19/9 meenemen naar school!
Spelling:
Opdr. 6 en 7
Onregelmatige werkwoorden met een 'o'