Les 5

Les 5 Sales
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
SalesMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 5 Sales

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Factoren die koopgedrag consument beïnvloeden
  • Motivatie
  • Perceptie
  • Waarnemen & leren
  • Persoonlijkheid en levensstijl
  • Attitude ( 3 componenten)
  • Interpersoonlijke factoren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is motivatie?
Motivatie: iets wat je aanspoort om iets te doen. Een reden om een bepaalde taak uit te voeren. 
Waar doe je het voor?
Bijvoorbeeld: Ik wil graag de lesstof begrijpen en daarom ben ik gemotiveerd om mijn huiswerk te maken. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Motivatie
  • Extrinsieke Motivatie
  • Intrinsieke motivatie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Perceptie
Perceptie betekent waarneming. En waarnemen doe je met behulp van jouw zintuigen: horen, zien, voelen, proeven en ruiken. 
En ook al probeer je dit zo objectief mogelijk te doen, nog steeds is een waarneming subjectief. En dit komt doordat jouw onbewuste brein de prikkels filtert. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

test

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen en leren
Consumenten nemen informatie op en leren van hun ervaringen. Dit kan van invloed zijn op hun koopgedrag.

Slide 8 - Tekstslide

Beschrijf hoe waarnemen en leren van invloed zijn op het koopgedrag van consumenten.
Persoonlijkheid en levensstijl
Persoonlijkheid en levensstijl spelen een rol bij het koopgedrag van consumenten. Consumenten met verschillende persoonlijkheden en levensstijlen hebben verschillende behoeften en wensen.

Slide 9 - Tekstslide

Beschrijf wat persoonlijkheid en levensstijl zijn en hoe ze van invloed zijn op het koopgedrag van consumenten.
Attitude 
= hoe iemand denkt en voelt over iets, zoals een idee, voorwerp, of persoon, en beïnvloedt hoe we handelen.

In een attitude kan men drie componenten onderscheiden: 
- een cognitieve component: Dit is wat men weet, een opinie, een mening. 
- een affectieve component: gevoelens die opgeroepen worden. 
- een conatieve (gedragsmatige) component: de neiging tot handelen overeenkomstig de opinie en de gevoelens.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interpersoonlijke factoren
Cultuur: de normen, waarden, overtuigingen en gebruiken van een groep mensen.
Sociale klasse: de positie van een individu in de maatschappij.
Een referentiegroep: een groep mensen waarmee een consument zich identificeert. 
Gezin: Rollen en relaties binnen het gezin hebben invloed op de besluitvorming.


Slide 11 - Tekstslide

Beschrijf wat interpersoonlijke factoren zijn en hoe ze van invloed zijn op het koopgedrag van consumenten.
De volgende factoren hebben invloed op het koopgedrag van consumenten:
A
persoonlijke, loyale en psychische factoren
B
psychische, sociale en progressieve factoren
C
Persoonlijke, sociale en psychische factoren
D
Alleen psychische en sociale factoren

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sommige consumenten kopen nooit in een discountwinkel. Zij denken dat deze winkels goedkope producten
met een slechte kwaliteit verkopen.
Welke factor beïnvloedt het koopgedrag van deze consumenten?
A
Levensstijl
B
Motivatie
C
Cultuur
D
Attitude

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke hoort niet bij de beïnvloeders van de sociale factoren?
A
huishouden
B
cultuur
C
welstandsklasse
D
inkomen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Koopbeslissingsproces 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kopen we?
  • Iets is een basisbehoeften;
  • Iets geeft het gevoel van zekerheid of veiligheid;
  • Iets geeft je het gevoel erbij te horen;
  • Iets geeft je waardering, succes of status;
  • Iets geeft je de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen.
Waar doet je aan denken??

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piramide van Maslow

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beïnvloeding koopgedrag

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

(online) koopbeslissingsproces consument

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adoptieproces
Wie koopt wanneer jouw product? = adoptieproces

= De beslissing van afnemers / consumenten op een (voor hen) nieuw product te accepteren, door het aan te schaffen en te blijven gebruiken

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adoptie fasen: Early adopters, Early majority, Late majority, Laggerds

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met andere woorden

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aankoopsituatie en koopgedrag
De manier waarop consumenten kopen, hangt sterk samen met het product dat ze kopen. 

Op basis hiervan zijn er drie aankoopsituaties:
  • routinematig aankoopgedrag (RAG)
  • beperkt probleemoplossend gedrag (BPO)
  • uitgebreid probleemoplossend gedrag (UPO)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RAG 
RAG (routinematig aankoopgedrag): 
  • producten die de consument vaak koopt en al vaak heeft gekocht. 
  • Interesse voor informatie is beperkt. Bijv.dagelijkse boodschappen --> convenience goods en daarnaast unsought goods (impulsaankopen). 
  • Aankoop gaat op dezelfde manier.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

UPO 
UPO (uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag): 
  • een belangrijke aankoop voor de consument met een hoge prijs
  • Weinig ervaring met het product of koopt het voor de eerste keer. 
  • Veel moeite en tijd aan besteden, veel informatie inwinnen   -->   specialty goods


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BPO 

BPO (beperkt probleemoplossend aankoopgedrag): 
  • het is niet nieuw maar consument koopt het minder vaak.
  • Hij weet nog niet precies welke kwaliteit/kleur/merk. Hij is bereid om meer informatie in te winnen. 
  • De prijs is hoger dan bij convenience goods --> 
                                                                        shopping goods

Bijv. kleding of apparatuur die regelmatig wordt vervangen.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fasen koopgedrag
1. communicatiegedrag - informatie zoeken
2. aankoopgedrag - hoe vaak en waar koop je iets
3. gebruiksgedrag - hoe gebruik je iets, wanneer gebruik je het
4. afdank gedrag - stoppen met gebruik - uit de mode, nieuw beter product

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quizzz

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van welk koopgedrag is hier sprake?
A
Beperkt probleemoplossend gedrag
B
Routinematig aankoopgedrag
C
Uitgebreid probleemoplossend gedrag
D
New Task buy

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke behoefte van de piramide van Maslow wordt voorzien als je medewerkers vraagt bij het nemen van beslissingen?
A
Waardering & erkenning
B
Sociale acceptatie
C
Veiligheid & zekerheid
D
Zelfontplooiing

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een groep klanten die trendgevoelig is en geneigd is de innovators te volgen noemen we
A
Early Majority
B
Laggards
C
Early Adopters
D
Followers

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Koppel het gedrag
Routinematig aankoopgedrag
Beperkt probleemoplossend
Uitgebreid probleemoplossend
Je koopt een nieuwe scooter
Je tankt benzine voor je scooter
Je koopt een slot voor je scooter

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Anita Dijkstra houdt de laatste modetrends scherp in de gaten. Zij is niet de eerste die de nieuwste modeartikelen koopt, maar is er wel redelijk snel bij.

Tot welke adoptiecategorie hoort Anita?
A
Early adopters
B
Innovators
C
Laggards
D
Late Majority

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Late Majority
Early Majority
Early Adopters
Laggards
Innovators

Slide 36 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de stappen van het Koopbeslissingsproces in de goede volgorde.
1
2
3
4
5
Probleemherkenning
Evaluatie na de koop
Informatie zoeken
Aankoopbeslissing
Evalueren na alternativen

Slide 37 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Perceptie (perception) is:
A
Alles wat we voelen, denken en doen.
B
Het geven van een betekenis aan een opgemerkte sensatie
C
De mogelijkheid om een stimulus op te merken
D
De visie dat gedachten een zelfstandig bestaan leiden

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Routinematig aankoopgedrag
Beperkt probleemoplossend aankoopgedrag (BPO)
Uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag (UPO)
Convenience goods
Specialty goods
Unsought goods
Shopping goods

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde les.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies