BLB Voorzetsels Lowan de omgeving

Voorzetsels
Lowan thema 7: de omgeving
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Voorzetsels
Lowan thema 7: de omgeving

Slide 1 - Tekstslide

Doel

Voorzetsels leren: bij, over, tegen, na
oefenen met de voorzetsels

Slide 2 - Tekstslide

Herhalen
Wat zijn voorzetsels?
Welke voorzetsels zijn er?

Slide 3 - Tekstslide

Plaats
op – onder – boven 
naast – achter – voor
in – uit – bij – tegen – 
over
Richting
naar – door

Tijd / volgorde
na - over
Middel / relatie
met –  aan

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

De fiets staat tegen de lantaarnpaal.

Slide 8 - Tekstslide

Ik betaal bij de kassa.

Slide 9 - Tekstslide

De trein vertrekt over 5 minuten.

Slide 10 - Tekstslide

Na de boodschappen ga ik eten koken.

Slide 11 - Tekstslide

De bus stopt bij de bushalte.

Slide 12 - Tekstslide

De scooter rijdt over het fietspad.

Slide 13 - Tekstslide

De vrachtwagen rijdt tegen het verkeersbord.

Slide 14 - Tekstslide

Kies het goede antwoord.

Slide 15 - Tekstslide

..... de boodschappen ga ik eten koken.
A
Over
B
Tegen
C
Bij
D
Na

Slide 16 - Quizvraag

De vrachtwagen rijdt ............ het verkeersbord.
A
bij
B
tegen
C
over
D
na

Slide 17 - Quizvraag

Ik zet de fiets ............
de lantaarnpaal.
A
tegen
B
bij
C
over
D
na

Slide 18 - Quizvraag

De scooter rijdt .......
het fietspad.
A
tegen
B
na
C
over
D
bij

Slide 19 - Quizvraag

De trein vertrekt ........ 5 minuten.
A
tegen
B
over
C
na
D
bij

Slide 20 - Quizvraag

De bus stopt ..... de bushalte.
A
bij
B
na
C
over
D
tegen

Slide 21 - Quizvraag

Ik betaal ......de kassa.
A
na
B
tegen
C
over
D
bij

Slide 22 - Quizvraag

Schrijf het goede woord.

Slide 23 - Tekstslide

Ik zet de fiets . . . . . de lantaarnpaal.

Slide 24 - Open vraag

De bus stopt . . de bushalte.

Slide 25 - Open vraag

De trein vertrekt . . . . 3 minuten.

Slide 26 - Open vraag

. . de boodschappen ga ik eten koken.

Slide 27 - Open vraag

Ik betaal . . de kassa.

Slide 28 - Open vraag

De scooter rijdt . . . . het fietspad.

Slide 29 - Open vraag

De vrachtwagen rijdt . . . . . het verkeersbord.

Slide 30 - Open vraag

Opdracht bij de spinner:

maak een zin met het woord!

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Link

Slide 34 - Tekstslide