Hoofdstuk 2 paragraaf 4 bewoonbare aarde | les 2

Klimaat en landschapszones

Waar wonen mensen op aarde en waarom wonen ze daar?
Dat heeft te maken met het klimaat en het landschap dat daarbij hoort.
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Klimaat en landschapszones

Waar wonen mensen op aarde en waarom wonen ze daar?
Dat heeft te maken met het klimaat en het landschap dat daarbij hoort.

Slide 1 - Tekstslide

Doelen van deze les:
  1. Ik kan de definitie geven van de begrippen weer & klimaat. 
  2. Ik kan de namen van de vier klimaatzones benoemen.
  3. Ik kan een klimaatdiagram herkennen & aflezen.

  4. Ik kan benoemen wat een landschapszone is.   
  5. Ik kan herkennen welke landschapszone bij welk klimaat hoort.
  6. Ik kan een verband leggen tussen het voorkomen van landschapszones en het klimaat. 

  7. Ik kan het verband tussen bevolkingsconcentraties en klimaat verklaren.

Slide 2 - Tekstslide

Hoe kun je het klimaat van een gebied bepalen?
A
Je meet de warmte, neerslag en de wind
B
Je meet hoe warm het is gedurende 1 jaar
C
Je meet het weer over lange tijd
D
Je kijkt naar de zomer- en wintertemperauur

Slide 3 - Quizvraag

Wat meet je als je "het weer" wilt bepalen?
A
Warmte en de kou
B
Warmte, regen en wind
C
Hoeveel graden het is over lange tijd
D
Warmte en de temperatuur

Slide 4 - Quizvraag

Klimaatdiagram
- Geeft het klimaat van een plaats of gebied weer. 

- Wat geven de onderdelen weer? 
Rode lijn
- geeft de temperatuur per maand aan in graden Celsius. Let op! Kijk goed welke Y-as je nodig hebt! 
Blauwe staafjes
- geven de neerslag per maan aan in millimeters (mm). Let op! Kijk goed welke Y-as je moet gebruiken!
X-as
Afkortingen van de 12 maanden. 
Y-as MM
Gebruik je voor het aflezen van de blauwe staafjes.
Y-as °C
Geeft de temperatuur weer in graden Celsius. Deze gebruik je bij het aflezen van de rode lijn. 

Slide 5 - Tekstslide

Klimaatdiagram
- Kies een maand op de X-as. 
- Volg de blauwe balk voor de hoeveelheid neerslag in MM. 
- Pak het punt recht boven de gekozen maand op de rode lijn voor de temperatuur in graden Celsius. 

Slide 6 - Tekstslide

Welke 4 klimaten ken je?

Slide 7 - Woordweb

Slide 8 - Tekstslide

Landschapszones
- Worden gekenmerkt door de vegetatie (plantengroei) die daar groeit. 
- Vegetatie is afhankelijk van neerslag, temperatuur en wind (weer) .
- Je kunt dus zeggen dat het klimaat (weer over langere tijd) de vegetatie in een gebied bepaalt.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe herken je klimaten?
- Je kijkt naar de plantengroei
- Het klimaat bepaalt grotendeels hoe het landschap eruit ziet
- en/of je kijkt naar de klimaatgrafiek

Even oefenen: je ziet steeds een foto met van  een landschap. Jij moet het klimaat bepalen.

Slide 10 - Tekstslide


A
Droog klimaat
B
Poolklimaat
C
Gematigd klimaat
D
Tropisch klimaat

Slide 11 - Quizvraag


A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Droog klimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 12 - Quizvraag


A
Droog klimaat
B
Tropisch klimaat
C
Poolklimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 13 - Quizvraag


A
tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Pool klimaat
D
Gematigd klimaat

Slide 14 - Quizvraag

Welk klimaat heeft Nederland?

Slide 15 - Open vraag

Nat ------------------------------------------------> droog
Warm ---------------------------------------------> koud

Taiga

Loofbomen

Toendra

Sneeuw en ijs

Tropisch regenwoud

Woestijn

Steppe

Savanne

Slide 16 - Sleepvraag

Nat -------------------------------------------------> droog
Warm ----------------------------------------------> koud

Slide 17 - Sleepvraag

Verschillen in bevolkingsspreiding 
Dunbevolkt zijn de volgende gebieden:

- Te veel hoogteverschil (reliëf)
- Klimaat te warm
- Klimaat te koud
- Klimaat te droog

Slide 18 - Tekstslide

Bevolkingsconcentratie =?

Slide 19 - Open vraag

In welke klimaatzone vind je de grootste bevolkingsconcentraties?
A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat

Slide 20 - Quizvraag

Op welk schaalniveau heb je de klimaten, landschap en bevolkingsspreiding nu bekeken in deze les?
A
Lokale schaal
B
Continentale schaal
C
Nationale schaal
D
Mondiale schaal

Slide 21 - Quizvraag

Kijk nog eens naar de leerdoelen. Alles duidelijk?
  1. Ik kan de definitie geven van de begrippen weer & klimaat.  
  2. Ik kan de namen van de vier klimaatzones benoemen. 
  3. Ik kan een klimaatdiagram herkennen & aflezen.  

  4. Ik kan benoemen wat een landschapszone is.    
  5. Ik kan herkennen welke landschapszone bij welk klimaat hoort.  
  6. Ik kan een verband leggen tussen het voorkomen van landschapszones en het klimaat.
     
  7. Ik kan het verband tussen bevolkingsconcentraties en klimaat verklaren.

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
Paragraaf 2.4 
in Learnbeat

Alle opdrachten


Slide 23 - Tekstslide