Trappen van vergelijking
Je ziet drie afbeeldingen.
Kijk goed.
Waar gaat de les over?
Trappen van vergelijking
Je ziet drie afbeeldingen.
Kijk goed.
Waar gaat de les over?
Waarom oefenen we dit?
A2-niveau
☐ Ik kan de meervoudsvormen meestal goed schrijven (boeken, lessen).
☐ Ik kan de overtreffende trap meestal goed schrijven (mooi - mooier - mooist).
☐ Ik kan de bijvoeglijke naamwoorden meestal goed schrijven (de rode auto).
Trappen van vergelijking
Je gebruikt de vergelijkende trap wanneer je twee of meer dingen met elkaar vergelijkt.
We noemen het een trap, omdat het elke keer meer wordt.
We kijken nu eerst naar een filmpje.
Let goed op hoe je het schrijft.
klein - kleiner aardig - aardiger
Je kunt woorden gebruiken om dingen of mensen met elkaar te vergelijken. Je kijkt dan of er verschillen zijn.
Meestal zet je -er achter het woord.
mooi - mooier
lang - langer
klein - kleiner
Let op!
Is de laatste letter een -r? Dan schrijft je -der achter het woord zoals bij:
Lekker - lekkerder en duur - duurder
Let ook goed op de lange en korte klank. Kort blijft kort en lang blijft lang.
Krom - krommer
Laag - lager
Sommige woorden zijn onregelmatig.
Bijvoorbeeld:
graag - liever
goed - beter
veel - meer
weinig - minder
Omar voetbalt graag buiten, maar Mike speelt liever binnen.
Het leukst
Weet je het nog?
Je kunt mensen en dingen vergelijken door de vergrotende trap:
Kees is langer dan Jan.
Je kunt ook op een andere manier vergelijken: de overtreffende trap:
Nederlanders zijn het langst.
groot - groter - grootst
Jij bent groot.
Ik ben groter.
Hij is het grootst.
Ik ben groter dan jij (bent).
Jij bent even groot als ik (ben).
'Het' ervoor en '-st' erachter
Nog een paar voorbeelden:
Klein - kleiner - het kleinst
Groot - groter - het grootst
Stil -stiller - het stilst
Donker - donkerder - het donkerst
Deze regel geldt ook bij de onregelmatige woorden:
graag - liever - het liefst
goed - beter - het best
veel - meer - het meest
weinig - minder - het minst
Wat doe je bij hetzelfde?
vergelijken: hetzelfde
Je gebruikt het woord even.
Eslam en Yakeen voetballen even goed.
Mateusz en Natnael zijn even groot.
Dagmara en Saba schrijven even netjes.
vergelijken: hetzelfde
even als of net zo als.
1a. Eslam voetbalt even goed als Yakeen.
1b. Eslam voetbalt net zo goed als Yakeen.
2a. Mateusz is even groot als Natanael.
2b. Mateusz is net zo groot als Natanael.