Trappen van vergelijking

Trappen van vergelijking

Je ziet drie afbeeldingen. 

Kijk goed. 

Waar gaat de les over?

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Trappen van vergelijking

Je ziet drie afbeeldingen. 

Kijk goed. 

Waar gaat de les over?

Waarom oefenen we dit? 

A2-niveau


 ☐ Ik kan de meervoudsvormen meestal goed schrijven (boeken, lessen).

☐ Ik kan de overtreffende trap meestal goed schrijven (mooi - mooier - mooist).

☐ Ik kan de bijvoeglijke naamwoorden meestal goed schrijven (de rode auto).



Trappen van vergelijking

Je gebruikt de vergelijkende trap wanneer je twee of meer dingen met elkaar vergelijkt. 

We noemen het een trap, omdat het elke keer meer wordt. 

We kijken nu eerst naar een filmpje. 

Let goed op hoe je het schrijft.


klein - kleiner       aardig - aardiger

Je kunt woorden gebruiken om dingen of mensen met elkaar te vergelijken. Je kijkt dan of er verschillen zijn.

Meestal zet je -er achter het woord.


  • mooi - mooier

  • lang - langer

  • klein - kleiner

Let op!

Is de laatste letter een -r? Dan schrijft je -der achter het woord zoals bij:

  • Lekker - lekkerder en duur - duurder


Let ook goed op de lange en korte klank. Kort blijft kort en lang blijft lang.

  • Krom - krommer

  • Laag - lager



Sommige woorden zijn onregelmatig.

Bijvoorbeeld:


graag - liever

goed - beter

veel - meer

weinig - minder


Omar voetbalt graag buiten, maar Mike speelt liever binnen.

Het leukst

Weet je het nog?

  • Je kunt mensen en dingen vergelijken door de vergrotende trap:

 Kees is langer dan Jan.


  • Je kunt ook op een andere manier vergelijken: de overtreffende trap:

     Nederlanders zijn het langst.

groot - groter - grootst

  1. Jij bent groot.

  2. Ik ben groter.

  3. Hij is het grootst.

  4. Ik ben groter dan jij (bent).

  5. Jij bent even groot als ik (ben).



'Het' ervoor en '-st' erachter

Nog een paar voorbeelden:

  • Klein - kleiner - het kleinst

  • Groot - groter - het grootst

  • Stil -stiller - het stilst

  • Donker - donkerder - het donkerst

Deze regel geldt ook bij de onregelmatige woorden:


graag     -   liever        -     het liefst

goed      -   beter        -     het best

veel        -   meer        -     het meest

weinig   -   minder    -      het minst

Wat doe je bij hetzelfde?

vergelijken: hetzelfde

Je gebruikt het woord even.

  1. Eslam en Yakeen voetballen even goed.

  2. Mateusz en Natnael zijn even groot.

  3. Dagmara en Saba schrijven even netjes.

vergelijken: hetzelfde

even als of net zo als.


1a. Eslam voetbalt even goed als Yakeen.

1b. Eslam voetbalt net zo goed als Yakeen.

2a. Mateusz is even groot als Natanael.

2b. Mateusz is net zo groot als Natanael.