Je kunt uitleggen op welke manieren DNA van organismen/cellen gemodificeerd kan worden. Je maakt onterscheid tussen transgene en cisgene organismen.
-recombinant DNA technologie
-gentherapie
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6
In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Doelen
Je kunt uitleggen op welke manieren DNA van organismen/cellen gemodificeerd kan worden. Je maakt onterscheid tussen transgene en cisgene organismen.
-recombinant DNA technologie
-gentherapie
Slide 1 - Tekstslide
recombinant DNA
BINAS
sticky ends
Slide 2 - Tekstslide
Restrictie-enzymen
2 typen:
exonucleasen
endonucleasen
Exonucleasen knippen aan buitenkant het DNA, endonuclease knipt binnen in het DNA.
Vaak wordt niet exact middendoor geknipt, maar krijg je 'overhangende' delen DNA: sticky ends
Slide 3 - Tekstslide
knipsites
Noteer de nucleotidensequentie van 4 knip-locii (cut site) naast elkaar
Noteer daaronder steeds de complementaire DNA sequentie
Wat valt op?
Overleg in tweetallen.
timer
3:00
Slide 4 - Tekstslide
Plasmide
Waarom is het verstandig om genetisch materiaal alleen in te voegen (insert) op de aangewezen plek?
merker: maakt 'iets' zichtbaar/detecteerbaar
Slide 5 - Tekstslide
Wat is het nut van het antibiotica-resistentie-gen en de selecteerbare marker?
Slide 6 - Open vraag
mRNA in bacteriecellen worden doorgaans niet gespliced. Hoe moet een menselijk gen dus aangepast worden voordat het ingebouwd wordt in een plasmide?
Slide 7 - Open vraag
reverse transcriptase
eindigt op -ase, dus...
mRNA -> complementair DNA
Met welke techniek kan ik het verkregen stuk DNA vermeerderen?
Slide 8 - Tekstslide
modificeren in dieren/planten
virus vector
Agrobacterium (plant)
CRISPR (volgende les)
Slide 9 - Tekstslide
retrovirus
rol?
-reverse transcriptase
-integrase
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
De plaats in het DNA waar een virale vector ingebouwd wordt is (nog) niet exact te controleren. Op welke plaats bestaat er geen dat er na het inbouwen een tumor ontstaat?
A
de promotor van het gen voor melanine
B
in een proto-oncogen
C
in een tumor-suppressorgen
D
een gen dat apoptose stimuleert
Slide 12 - Quizvraag
Een nucleotide bestaat uit
A
een suiker, fosfaatgroep en een stikstofbase
B
een suiker
C
een fosfaatgroep
D
een stikstofbase
Slide 13 - Quizvraag
Slide 14 - Tekstslide
Agrobacterium
Stimuleert celdeling na invoegen van het eigen DNA in de gastheer.
Kan zich voortplanten in de tumor
Slide 15 - Tekstslide
uitschakelen genen
Slide 16 - Tekstslide
Je hebt hebt beschikking over een technologie waarmee je de expressie van het gen voor insuline kunt stilleggen in muizen. Maak een onderzoeksplan waarmee je de functie van insuline kunt onderzoeken
Slide 17 - Open vraag
RNA-interferentie
breng dubbelstrengs RNA in de cel
Dicer-enzym knipt dit in small interfering siRNA
Risc-eiwit gebruikt siRNA als 'zoekmachine'
blokkeert translatie, mRNA afgebroken
Slide 18 - Tekstslide
toepassingen
onderzoek
geneeskunde (ziekmakende allelen uitschakelen)
gewasbescherming
Voor een permanente oplossing kun je de DNA-code voor het dsRNA inbouwen in een organisme.
Slide 19 - Tekstslide
geninactivering dmv antisense-DNA
knock-out gen
Slide 20 - Tekstslide
geninactivering dmv antisense-DNA
knock-out gen
Slide 21 - Tekstslide
De relatie tussen de plant en agrobacterium is
A
mutualisme
B
commensalisme
C
parasitisme
Slide 22 - Quizvraag
Wat is een restrictie-enzym?
A
Is gelabeld nucleotide gebruikt bij sequencen
B
Verbreekt waterstoffenbruggen bij replicatie
C
Kan Okazaki-fragementen aan elkaar koppelen
D
Herkent specifieke nucleotidesequentie en knippen DNA daar door