Watersnoodramp en Dijken

Wereldwijs les groep 5/6
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Geschiedenis/ aardrijkskunde/ NMTBasisschoolGroep 5,6

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wereldwijs les groep 5/6

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beleving 
Doe je ogen maar dicht

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar zou deze les over gaan?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De watersnoodramp

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welk tijdvak was de watersnoodramp?
Toen

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al van de watersnoodramp?
timer
1:30

Slide 6 - Woordweb

Woordweb

Les met devices
De leerlingen beantwoorden deze vraag via hun device. De antwoorden verschijnen in beeld. U maakt de antwoorden zichtbaar door op het spreekwolkje te klikken. Door nogmaals klikken ziet u tevens de naam van de leerling staan. Optioneel: opmerkingen kunnen worden verwijderd door ze naar de prullenbak te slepen.

Les zonder devices
U beantwoordt de vraag samen met de leerlingen klassikaal.

In de nacht van 31 januari 1953 op 1 februari braken de dijken. Er was een Noordwesterstorm en springvloed. Door de kracht van het water bezweken veel dijken in Zeeland, het westen van Noord-Brabant en in Zuid-Holland
Springvloed
Hierdoor staat het water hoger dan normaal. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat was de watersnoodramp?
  • In de nacht van zaterdag 31 januari 1953 op zondag 1 februari 1953
  • Storm, windkracht 10-12, orkaankracht 
  • Hoge waterstand van de zee
  • Hoge golven (vloedgolven)
  • Hulp uit andere landen
  • 2e vloedgolf
  • Ruim 72.000 mensen zijn hun huis kwijt
Storm geluid

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Watersnoodramp

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zo zagen straten eruit

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ramp
Lees de drie kopjes 
goed door. Dit is het 
begin van de
watersnoodramp. 
1. Het begin
In de nacht van 31 januari 1953 trok er een zware storm over de Noordzee richting de Nederlandse kust. Tussen vier uur en zes uur 's ochtends was het vloed. Dit betekent dat het water in de zee stijgt. Deze keer steeg het water extra hoog door de springtij. Dit heeft met de stand van de maan en de zon te maken. 
2. De eerste vloedgolf
In die tijd werd het land beschermt door dijken. Deze dijken zorgden ervoor dat het water niet bij de huizen terecht kwam. Tijdens de eerste vloedgolf zijn vooral Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duivenland overstroomd. Deze liggen namelijk tussen twee zeearmen. Een zeearm is een open verbinding met de zee die diep het land in gaat. Omdat de wind richting het land stond en er vloed en springtij opspeelden, was het water sterker dan de dijk. Er ontstonden gaten in de dijken en het land liep onder. De mensen in de huizen werden verrast door het water, omdat ze sliepen. Veel huizen stortten in en veel mensen verdronken. 
3. De tweede vloedgolf
In de middag van 1 februari kwam er een tweede vloedgolf. Deze was nog sterker en zwaarder dan de eerste vloedgolf. Het water ging nog dieper het land in. Het kwam nu namelijk tot en met Brabant. Ook België en Duitsland kregen last van de zware storm.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat konden de mensen doen tegen deze ramp?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


                                                       Dijken 
timer
1:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dijken

Heuvels, gebouwd door mensen, om de zee tegen te houden.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dijken
Dijken zorgen ervoor dat het water tegengehouden wordt. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit dat?
het deltaplan
de delta
De plek waar één rivier in verschillende stroompjes de zee instroomt.
Hulpkaart
het deltaplan
Plan dat Nederland tegen overstromingen beschermt.
Na de watersnoodramp in 1953 werd het Deltaplan bedacht.

de Deltawerken
Het Deltaplan dat uitgewerkt is in stevige dijken om het land te beschermen.
De Deltawerken beschermen Nederland tegen een overstroming.
de zeearm
De plek waar de zee het land instroomt.
de stormvloedkering
Een soort muur om rivieren af te sluiten als het hard stormt.
zomerdijk - winterdijk - uiterwaard
Dit beschermt ons tegen het water. Zie jij op het plaatje wat wat is?

Slide 18 - Tekstslide

Woordenschat
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen.
Nederland met dijken en duinen
Nederland zonder dijken en duinen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Bedenk zelf een manier om een nieuwe watersnoodramp te voorkomen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ga je te werk?
Wat gaan we doen? Hoe gaan we dit doen? Wie doet wat? 

Misschien denk je wel na over wie wat goed kan

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat ga je doen?
- Jullie gaan samenwerken in je groepje
- Wie doet wat? 
- Bouw van klei en ander materiaal een stevige dijk
- Denk eraan dat het huisje droog blijft

Wil je ander materiaal gebruiken? Vraag eerst aan de juf!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar heb je op gelet?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd? 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evalueren met de strandbal

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies