sondevoeding herhaling ala3b

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een PEG sonde?
A
een sonde die via de neus naar de dunne darm gaat
B
een sonde die via de neus naar de maag gaat
C
een sonde die via de buikwand naar de maag gaat
D
een sonde die via de neus naar de dikke darm gaat

Slide 5 - Quizvraag

Een PEG sonde is een :
A
Percutane Echografische Gastronoma
B
Percutane Endoscopische Gastronomie

Slide 6 - Quizvraag

Wie plaatst een PEG Sonde?
A
Specialist
B
Huisarts
C
Verpleegkundige
D
Verzorgende IG

Slide 7 - Quizvraag

Verzorgen van een PEG sonde gebeurt altijd steriel
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quizvraag

waarom mag je geen alcohol gebruiken bij het verschonen van de PEG insteekplaats

Slide 9 - Open vraag

Welke specifieke verzorgingsaspecten voor neussondes en PEG-sondes zijn juist?
A
De pleister op de neus en de wang verwissel je elke dag
B
Draai de PEG j-sonde elke dag helemaal rond, tegen vastgroeien
C
Draai de PEG-sonde elk uur helemaal rond, tegen vastgroeien
D
dompel en draai de PEG sonde na 7 tot 10 dagen elke dag om overgroeiing te voorkomen

Slide 10 - Quizvraag

waarom draai je een PEG J (jejunem) nooit?
A
draaien beschadigt de darmwand
B
draaien geeft kans dat de tip in de maag komt
C
draaien geeft kans op perforatie
D
draaien zorgt ervoor dat de tip in de darm terecht komt

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Soorten sondevoeding
Polymere voeding:
  • wordt gegeven bij een goed functionerend maag-darmstelsel 
  • Eiwitten, vetten, koolhydraten

Oligomere en monomere voeding:
  • bestaat uit voorverteerde eiwitten, vetten, koolhydraten

Slide 13 - Tekstslide

wanneer krijgt iemand sondevoeding

Slide 14 - Woordweb

Complicaties
  • verstopping sonde
  • misselijkheid en braken
  • aspiratie
  • gestoord defeacatiepatroon
  • ontstekingen in de mond

Slide 15 - Tekstslide

Waar let je op voor
je de SV toedient?

Slide 16 - Woordweb

Aandachtspunten
  • juiste patiënt
  • juiste sondevoeding
  • controleer de houdbaarheidsdatum
  • na openen datum/tijd noteren
  • let op : zakken 24 uur houdbaar
  • Let op : glazen flessen max. 8 uur

Slide 17 - Tekstslide

Wat is de juiste PH waarde om sondevoeding te geven?
A
PH lager dan 5,5
B
PH hoger dan 5,5
C
PH lager of gelijk aan 5,5

Slide 18 - Quizvraag

op welke wijzen kunnen we sondevoeding toedien?

Slide 19 - Open vraag

Toediening via voedingspomp
Toediening via spuit (bolus)

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

complicaties toedienen voeding met spuit:
de cliënt braakt:
  • Controleer of de voeding de juiste samenstelling heeft en of de temperatuur goed is.
  • Controleer of de voeding niet te snel inloopt.

de sonde is verschoven:
  • Controleer met een pH-indicatorof de sonde nog in de maag ligt.
  • Als de sonde niet meer in maag ligt: verwijder de sonde en breng in overleg met de arts een nieuwe sonde in.

de sonde raakt verstopt:
  • Laat de cliënt een andere houding aannemen.
  • Spoel de sonde door met lauw water in een 10-20 ml spuit.
  • Controleer of de sonde de juiste dikte heeft.
  • Breng zo nodig een nieuwe sonde in.

Slide 22 - Tekstslide

Aandachtspunten 
  • Neem de tijd bij toediening sondevoeding via een spuit
  • Niet meer dan 500 ml per bolus
  • Altijd de sonde doorspoelen met 20-30 ml lauw water
  • Vervang het toedieningssysteem iedere 24 uur
  • Medicatietoediening via sonde

Slide 23 - Tekstslide

sondevoeding toedienen met een sondevoedingspomp

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Het toedienen van sondevoeding is een voorbehouden handeling
A
juist
B
onjuist

Slide 26 - Quizvraag

Mijnheer krijgt een halve liter sonde voeding per dag in 4 momenten per spuit. hoeveel cc geef je per keer?

Slide 27 - Open vraag

geef 1,5 liter per 24 uur in 3 porties op hoeveel zet je de stand vd pomp als je een uur over de voeding doet
A
1500 ml
B
200ml
C
500ml
D
240ml

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Evaluatie:
Wat heb je geleerd?

Slide 32 - Open vraag