Les 17 novembre

BONJOUR et BIENVENUE!
Bonjour
et 
bienvenue!!
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

BONJOUR et BIENVENUE!
Bonjour
et 
bienvenue!!

Slide 1 - Tekstslide

Jeudi 17 novembre
Le programme pour aujourd'hui :
- Je kunt het verschil maken tussen “a” ou “à”;
- Je kunt het verschil maken tussen “é” ou “è”;
- Je kunt een infinitief herkennen en aanpassen;
- Je kunt de vorm en de plek van een bijvoeglijke naamwoord aanpassen.

Slide 2 - Tekstslide

Activité numéro 1
Je kunt het verschil maken tussen “a” ou “à”.

La classe parle : 

Une phrase avec “a”;
Une phrase avec “à”

Slide 3 - Tekstslide

Activité numéro 2
Je kunt het verschil maken tussen “é” ou “è”.

La classe parle :

Une phrase avec “é”;
Une phrase avec “è”

Slide 4 - Tekstslide

Activité numéro 3
Je kunt een infinitief herkennen en aanpassen.

Slide 5 - Tekstslide

L'infinitif

Je veux…. manger / parler / dormir.

En néerlandais, l’infinitif et la forme pluriel ont la même forme:
Ze willen gaan / ze gaan
 Pas en français !
Ils vont à Paris
Ils veulent aller à Paris
= où est l’infinitif ?


Slide 6 - Tekstslide

Fais une phrase avec "marcher" (ne change pas la forme !)

Slide 7 - Open vraag

Fais une phrase avec "voir" (ne change pas la forme !)

Slide 8 - Open vraag

Activité numéro 4
Je kunt de vorm en de plek van een bijvoeglijke naamwoord aanpassen

Slide 9 - Tekstslide

L'adjectif (het bijvoeglijk naamwoord)
- la robe verte

Il y a 2 étapes/ stappen:
- de vorm van het bijvoeglijk naamwoord;
- de plek van het bijvoeglijk naamwoord.

Slide 10 - Tekstslide

L'adjectif (het bijvoeglijk naamwoord)
En premier :

 La forme de l'adjectif

(de vorm van het bijvoeglijk naamwoord)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Un petit garçon. Une ..... fille

Slide 13 - Open vraag

Jasper est embarrassé. Annabella et Izzie sont ....

Slide 14 - Open vraag

C'est la ..... fois qu'il mange des brocolis (premier)

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Tekstslide

Un beau garçon. Une ... fille

Slide 17 - Open vraag

Il y a un nouveau garçon dans la classe. Il y a aussi une .... fille (nouveau)

Slide 18 - Open vraag

L'adjectif (het bijvoeglijk naamwoord)
En deuxième ::

 La place (plek) de l'adjectif

Slide 19 - Tekstslide

La place (plek) de l'adjectif
Meest van de tijd gaat het bijvoeglijk naamwoord NA het zelfstandig naamwoord.
   

Exemples :
la voiture verte;
le ciel nuageux

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Alors...
Het bijvoeglijk naamwoord gaat meest na de woord.
Maar er zijn een paar uitzonderingen!

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

C'est correct :
A
une belle fille
B
une fille belle
C
une beau fille
D
une fille beau

Slide 24 - Quizvraag

Quelle phrase est correcte ?
A
Lis le premier phrase
B
Lis la phrase première
C
Lis la première phrase
D
Lis la phrase premières

Slide 25 - Quizvraag

Qu'est-ce que tu as appris aujourd'hui ? (Wat heb je vandaag geleerd?)

Slide 26 - Open vraag

Lesdoelen behaald?
- Je kunt het verschil maken tussen “a” ou “à”;
- Je kunt het verschil maken tussen “é” ou “è”;
- Je kunt een infinitief herkennen en aanpassen;
- Je kunt de vorm en de plek van een bijvoeglijke naamwoord aanpassen.

Slide 27 - Tekstslide

Lesdoelen behaald?
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll