Thema 3 - Help! Ik ben (g)een boekenwurm - 3. Nederlandse uitspraak

Thema 3 - Help! Ik ben (g)een boekenwurm!
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 3 - Help! Ik ben (g)een boekenwurm!

Slide 1 - Tekstslide

Thema 3 - Help! Ik ben (g)een boekenwurm




taalsysteem
Uitspraak
  • Nederlandse uitspraak

Slide 2 - Tekstslide

Voorlezen

Slide 3 - Tekstslide

Waarom zou je voorlezen aan mensen die zelf al kunnen lezen?

Slide 4 - Woordweb

De voordelen van lezen
Volgens een van de tips van Iedereen Leest staat er op voorlezen geen leeftijd. 
Maar hoe doe je dat dan, voorlezen aan jongeren en volwassenen? 

Slide 5 - Tekstslide

Een correcte uitspraak

Slide 6 - Tekstslide

Uitspraak
Je wordt bij spreekopdrachten meestal beoordeeld op je uitspraak. Maar weet jij hoe je het Standaardnederlands correct uitspreekt? Hoe vorm je de klanken juist? 

Slide 7 - Tekstslide

Opwarmer
Lees de volgende tekst luidop voor en probeer alle medeklinkers goed uit te spreken. Slik geen letters in:
  • Tippe tappe tippe tappe tip tap top
  • Tippetip tippetip tip tip
  • Tippetip tip tip tappetap tap tap toppetop top top
  • Tippetippe tip tip tappetappe tap tap toppetoppe top top tip tap top

Slide 8 - Tekstslide

Opwarmer
Doe nu hetzelfde, maar vervang de ‘t’ door een andere medeklinker (bv. de ‘l’ of de ‘k’).
  • Kippe kappe kippe kappe kip kap kop
  • Kippekip kippekip kip kip
  • kippetip kip kip kappekap kap kap koppekop kop kop
  • kippekippe kip kip kappekappe kap kap koppekoppe kop kop kip kap kop

Slide 9 - Tekstslide

De koetsier poetst de pas gepoetste postkoets met postkoetspoets

Slide 10 - Tekstslide

Papa bukt zich en pakt de platte blauwe bakpan en ook het pak bakbloedworst.

Slide 11 - Tekstslide

Als jouw tekkel mijn tekkel tackelt, tackelt mijn tekkel jouw tekkel terug.

Slide 12 - Tekstslide

De krolse kat krabt de krullen van de reeds ontkrulde trap.

Slide 13 - Tekstslide

De knappe kapper kapt knap, maar de knecht kapt knapper dan de knappe kapper kapt.

Slide 14 - Tekstslide

De Spaanse prins spreekt prima Spaans.

Slide 15 - Tekstslide

To en Tom aten tomaten, Tom at en To vrat.

Slide 16 - Tekstslide

Hoor die kleine klompjes klepperen op de klinkers.

Slide 17 - Tekstslide

Drie domme dames dachten dat dromedarissen dagelijks drieduizend deciliter druivensap dronken.

Slide 18 - Tekstslide

Gisteren heb ik achtentachtig kacheltjes verkocht.

Slide 19 - Tekstslide

Als een pissige potvis in een pispot pist, heb je een pispot vol met potvispis.

Slide 20 - Tekstslide

Ik herhaal: "je moet de herhaling goed herhalen." En als je de herhaling goed herhaalt, hoef je de herhaling niet nogmaals te herhalen.

Slide 21 - Tekstslide

kraaieneieren

Slide 22 - Tekstslide

De kok snijdt recht en de knecht snijdt scheef.

Slide 23 - Tekstslide

Ping en Pong speelden pingpong. Ping pingpongde de pingpongbal naar Pong en Pong pingpongde de pingpongbal naar Ping.

Slide 24 - Tekstslide

Wat een weer weer zei de wasvrouw die aan de was was.

Slide 25 - Tekstslide

Presentatiespel

Slide 26 - Tekstslide

Presenteren
In deze oefening gaan we letten op:
  • spreektempo 
  • intonatie 

De klas vormt vier groepjes

Slide 27 - Tekstslide

Presentatiespel
timer
5:00
Jullie krijgen een kaart met een oefening op intonatie
  • Lees grondig wat er op de kaart staat.
  • Bereid de opdracht op de kaart voor. Gebruik gerust een laptop voor inspiratie
  • Voer de opdracht één voor één uit in je groepje.
  • Na 5 minuten krijgt je groepje een nieuwe kaart

Slide 28 - Tekstslide

Articulatie
 klinkers en tweeklanken

Slide 29 - Tekstslide

Op verkenning
Dit deel van de les volgen we via Lernova:





Links - Lernova
Nederlands 4 D/A

Deel 3
3.5 Onmisbaar: articulatie en intonatie
  • 3.5.2 Articulatie en intonatie

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Link

2.Articulatieoefeningen:
klinkers
Hoe spreek je de klinkers juist uit? Hoe maak je het verschil tussen de 'a' in 'bas' en de 'aa' in 'baas'? 
Opdracht 1
Bekijk de diapresentatie. Je krijgt telkens informatie over de uitspraak en ook een audio-opname van elke klank. Probeer de klanken zelf al eens hardop na te zeggen. In de volgende opdracht oefen je deze klanken in. 
Opdracht 2
Hieronder vind je van elke klank een aantal voorbeeldzinnen. Zeg ze zelf hardop na.





Slide 32 - Tekstslide

2.Articulatieoefeningen:
tweeklanken
Hoe spreek je de tweeklanken uit? Werk op dezelfde manier als bij de klinkers. Bekijk en beluister eerst de presentatie en oefen daarna de uitspraak in. 

Opdracht 3
Bekijk en beluister eerst de presentatie.

Opdracht 4
Beluister de voorbeeldzinnen en zeg ze hardop na. 

Slide 33 - Tekstslide

Intonatie en klemtoon

Slide 34 - Tekstslide

4. Intonatie en klemtoon
Naast een correcte uitspraak van de verschillende klanken, moet je natuurlijk een tekst ook met de juiste intonatie en gepaste klemtonen lezen. Als je dat niet doet, levert dat een grappig resultaat op, zoals je hieronder kunt zien. 

Opdracht 5
Bekijk eerst het filmpje over intonatie en lees dan zelf een aantal tekstjes in waarbij je let op intonatie en klemtoon.

Slide 35 - Tekstslide

klemtoon
Om op een correcte manier te spreken, moet je niet alleen alle klanken juist uitspreken, je moet ook de juiste klemtonen leggen (zowel in een woord als in een zin) en de juiste of een gepaste intonatie hanteren. 
  • De klemtoon van een woord ligt vast op een bepaalde lettergreep. Je kunt die vaste klemtoon opzoeken in een woordenboek. Maar ook in een zin krijgen bepaalde woorden een klemtoon, of ligt de nadruk op bepaalde woorden. Het is belangrijk om bij het voorlezen van bijvoorbeeld een nieuwsbericht de klemtoon op de juiste woorden te leggen.


Slide 36 - Tekstslide

intonatie
Met intonatie zorg je voor een levendigheid in je spraak. We spreken van een stijgende of dalende intonatie.
De ideale intonatie
  • Het is aangenamer om te luisteren naar een spreker die varieert in toonhoogte.
  • Als je altijd dezelfde toonhoogte gebruikt, klink je monotoon. 
  • Spreek je zonder intonatie, dan wordt het erg saai om naar jou te luisteren
  • Overdrijf je met je intonatie, dan wordt je spraak erg gemaakt of gekunsteld. Je wil niet dolenthousiast overkomen bij een bloedserieus onderwerp.




Slide 37 - Tekstslide

Zoek een boek

Slide 38 - Tekstslide

Thema 3 - Help! Ik ben geen boekenwurm




Een boek kiezen
  • Een stuk voorlezen: uitspraak

Slide 39 - Tekstslide

Zoek een boek
We lezen dit schooljaar één boek:
  • Het boek is geschikt voor jouw leeftijd.
  • Het is in het Nederlands geschreven, maar het mag een vertaling zijn.
  • Het boek heeft minstens 250 pagina's. Je mag er ook meer dan één lezen om aan het aantal pagina's te raken. Minder mag niet.
  • We gaan op uitstap naar de bibliotheek 
De volgende les heb je het boek bij dat je dit schooljaar zal lezen

Slide 40 - Tekstslide

Boekenkeuze: mail naar je leerkracht

Slide 41 - Tekstslide

Mail
Schrijf een e-mail naar je leerkracht Nederlands waarin je verantwoordt welk boek je dit semester zal lezen. Beantwoord de volgende vragen: 
  • Wat is de titel van het boek, wie heeft het geschreven?
  • Hoe ziet de cover eruit? Waarom spreekt dit jou wel/niet aan?
  • Wat leer je van de flaptekst over het verhaal? Waarom spreekt dit jou aan?
  • Welk gevoel roept het eerste hoofdstuk op bij jou? Wat is je beoordeling? 
Schrijf +/- 200 woorden
Evaluaties - Thema 3: Help! Ik ben (g)een boekenwurm
  • Taak: mail boekenkeuze

Slide 42 - Tekstslide

Voor je start ...
1. Bekijk de feedback op je toets van thema 1
Schrijf voor jezelf op waar je op zal letten bij deze taak. Je mag je notities gebruiken tijdens de taak. 
2. Lees nog snel de korte inhoud van je boek. Noteer de informatie die je hiervoor wil gebruiken.


timer
10:00

Slide 43 - Tekstslide

Criteria
Inhoud



Opbouw

  • Je mail is uitgebreid: je schrijft op welk boek je gaat lezen en je zorgt voor originele en passende argumenten. Je overstijgt het gevraagde aantal woorden. 
Totaal:  10
  • Je mail is helemaal correct opgebouwd. Je bericht heeft een duidelijke inleiding - midden - slot. Je brengt deze zowel vormelijk als inhoudelijk aan. De lay-out is gepast.
/ 2,5
/ 2,5

Slide 44 - Tekstslide

Criteria
Uitvoering opdracht


Articulatie

  • Je hebt de opdracht volledig uitgevoerd. Het fragment is een goed afgerond geheel. Je hebt de rubriek volledig ingevuld en op tijd ingeleverd. 
Totaal:  10
  • Je spreekt alle klanken correct en duidelijk uit. De woorden worden duidelijk en volledig uitgesproken. Je bent goed te begrijpen.
/ 2,5
/ 2,5

Slide 45 - Tekstslide

Technisch spreken: een hoofdstuk voorlezen

Slide 46 - Tekstslide

Een fragment voorlezen: huiswerk
Lees de eerste 1-2 pagina's voor van je boek.  Maak hier een opname van.
Gebruik de hulpkaart intonatie en articulatie



Bekijk de rubriek voor je indient:
Thema's - Thema 3
  • Een fragment voorlezen
Thema's - Thema 3 - 3.Verwerk op jouw manier
  • Hulpkaart articulatie en intonatie

Slide 47 - Tekstslide

Criteria
Inhoud



Opbouw

  • Je mail is uitgebreid: je schrijft op welk boek je gaat lezen en je zorgt voor originele en passende argumenten. Je overstijgt het gevraagde aantal woorden. 
Totaal:  15
  • Je mail is helemaal correct opgebouwd. Je bericht heeft een duidelijke inleiding - midden - slot. Je brengt deze zowel vormelijk als inhoudelijk aan. De lay-out is gepast.
/ 2,5
/ 2,5

Slide 48 - Tekstslide

Criteria
Intonatie


Tempo

  • Je varieert in toonhoogte. Dit maakt het boeiend en past perfect bij de inhoud.
Totaal:  15
  • Het tempo past perfect bij de inhoud. Je legt een goede balans tussen snelheid en pauzes. 
/ 2,5
/ 2,5

Slide 49 - Tekstslide