3.4 Brood en Spelen

Brood en Spelen

Hoofdvraag
"Hoe konden de Romeinen een groot rijk veroveren en besturen?"
panem et circenses
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Brood en Spelen

Hoofdvraag
"Hoe konden de Romeinen een groot rijk veroveren en besturen?"
panem et circenses

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
- Herhaling vorige lessen
- Leerdoelen
- Hoe ziet een Romein eruit?
- Brood en Spelen
- Opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke stad begon het Romeinse Rijk?
A
Athene
B
Rome
C
Madrid
D
Parijs

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De limes was een natuurlijke grens
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk volk kwam in 69 n. Chr in opstand tegen de Romeinen?
A
Tubanten
B
Friezen
C
Cananefaten
D
Bataven

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt met twee voorbeelden uitleggen hoe de Romeinen in hun grote rijk zo lang de baas konden blijven.

  • Je kunt uitleggen waarom de Romeinen manieren bedachten om het volk rustig te houden.

  • Je kunt vertellen welke oplossingen dat zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet een Romein eruit?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Romeinse samenleving


  • Het Romeinse Rijk is een agrarisch-stedelijke samenlevingde meeste mensen leven op het platteland. 
  • De stad Rome rond het jaar 100 n. Chr. ongeveer 1 miljoen mensen.  
  • De verschillen tussen de Romeinen zijn groot: slechts een klein aantal leeft in grote luxe, terwijl de meesten het zwaar hebben.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Koninkrijk?


De stadstaat Rome is ooit een koninkrijk geweest,
hoewel daar erg weinig over bekend is.

En of het verhaal van Romulus en Remus waar is....?
De Romeinse samenleving is goed in te delen als een piramide: de mensen bovenaan in de piramide hebben het meest aanzien; de mensen onderaan het minst. 
Proletariërs
Werkloze Romeinen, zonder bezit
Grootgrondbezitters
Rijke Romeinen met een groot landgoed.
Middenstand
Romeinen die een winkel hadden. 
Boeren
Romeinen die een eigen stuk land bezaten en dit zelf bewerkten
Vrijgelatenen
Voormalige slaven
Slaven
Mensen die in bezit waren van andere mensen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep steeds 2 onderdelen van de onderste rij naar een afbeelding in de bovenste rij.

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Brood en spelen

Rijke Romeinen hadden snel in de gaten dat het gewoon volk rustig blijft zolang het maar wat te eten heeft en/of zich niet gaat vervelen.

Het volk kreeg dus 'brood' en 'spelen' in het Colosseum.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is was het voor de Romeinen belangrijk om het volk rustig te houden?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Colosseum
  • Het Colosseum is het grootste theater. 
  • Ze Romeinen noemden dit het Amfitheater 
  • In het Colosseum werden gladiatoren spelen georganiseerd en misdadigers gestraft voor het vermaak van het volk.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Net als bij een modern stadion was (een deel van) de tribune overdekt met zonneschermen (velarium). Soms waren er de hele dag spelen, en dan moet je wel bescherming kunnen zoeken tegen de zon.
Er konden ongeveer 50.000 toeschouwers plaats nemen in het Colosseum.
Vlakbij het Colosseum lagen vier gladiatorenscholen. Eén van deze scholen stond met een ondergrondse gang in verbinding met het Colosseum.
Behalve gladiatorengevechten zijn er bij de opening ook zeeslagen nagespeeld. De arena werd dan gevuld met miljoenen liters water, en schaalmodellen van de schepen speelden de zeeslag dan na.
De loge van de Keizers
In de catacomben onder de arena-vloer wachtten de gladiatoren en de wilde dieren tot ze mogen vechten.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Paardenraces
De Romeinen gingen in het Circus Maximus om paardenraces te bekijken.
De bochten waren haarscherp en alles mocht!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het wagenrennen was levensgevaarlijk. Snelheden van meer dan 70 km/u kwamen voor, en in de smalle bochten was het dringen geblazen. Het publiek vond het prachtig. Overigens ook om met elkaar op de vuist te gaan: als hun renner niet had gewonnen, gingen hooligans met elkaar in gevecht.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek een plaatje van één van de manieren om het volk rustig te houden.

Slide 18 - Open vraag

- plaatje van colosseum
- plaatje gladiatoren
- plaatje circus maximus
- paardenrennen
- brood
Sleep steeds 2 onderdelen van de onderste rij naar een afbeelding in de bovenste rij.

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Circus Maximus
Colosseum
aquaduct
keizerlijke paleizen

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit soort wedstrijden kon je bekijken in het:
A
Circus Maximus
B
Colosseum
C
Forum Romanum
D
Pantheon

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie zie je op deze afbeelding vechten?
A
Slaven
B
Gladiatoren
C
Soldaten
D
Goden

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Claudius. Hij is rijk en bezit veel slaven.

Claudius woont in een:

A
villa
B
insula
C
amfitheater

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Julius. Hij is een arme Romein van 41 jaar oud.

Julius woont in een:


A
villa
B
insula
C
amfitheater

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Antonius. Hij was eerst boer, maar hij is naar Rome verhuisd, in de hoop daar werk te vinden.

Antonius woont in een:


A
villa
B
insula
C
amfitheater

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In Rome en in andere steden woonden veel arme mensen, zoals de [...1...]. Om deze mensen rustig te houden, werden er in [...2...], zoals het [...3...], regelmatig spelen georganiseerd.

Wat moet er op de nummers staan?
A
1. proletariërs 2. amfitheaters 3. Colosseum
B
1. amfitheaters 2. proletariërs 3. Colosseum
C
1. Colosseum 2. amfitheaters 3. proletariërs
D
1. proletariërs 2. Colosseum 3. amfitheaters

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies