Cap 2 - les 4

¡Hola y bienvenid@s a la clase de hoy!

¿Cómo estáis?

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

¡Hola y bienvenid@s a la clase de hoy!

¿Cómo estáis?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cuál es la fecha de hoy?

Hoy es _____(dag)___________
el _____(datum)__________
de _____(maand)__________

Escribe la fecha en tu cuaderno => Schrijf de datum in je schrift

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plan de clase
  • Corregir los deberes
  • Repasar la clase pasada
  • Capítulo 2: En camino. 
      - ser / estar / hay
      - pronombres interrogativos
      - preposiciones
  • Deberes

Slide 3 - Tekstslide

Les in twee delen 
Los deberes
Quizlet 2.1 - 2.3
Fuente D + I


Ej. 15, 24, 25bc
--> las respuestas están en GC

Slide 4 - Tekstslide

Les in twee delen 
SER, ESTAR en HAY betekenen alledrie 'zijn'. Wat is het verschil in gebruik?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Estar: zich bevinden
Estar: zich bevinden
yo
él, ella, usted
 nosotros
vosotros
ellos, ustedes
estoy
estás
está
estamos
estáis
están

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste vorm van 'estar' naar het juiste doel.
Stacy y Fiene _____ (estar) de vacaciones en Madrid.
Rick y yo______(estar) en el comedor
¿Tú________ (estar-tú) en casa o en el instituto?
Yo _______ (estar) en la casa de mi abuela
Lisa y tú _____(estar-vosotros) en Holanda.
están
Estamos
estás

estoy
estáis

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

en mi barrio 
hay una piscina
hay un gimnasio
hay una estación de metro
hay una escuela
hay una panadería

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

HAY O ESTAR
hay
están
está
¿Dónde ____ el hotel?
¿Dónde____ las sillas?
La señora ___  en el parque
En mi ciudad no ___ un parque.
En mi ciudad ____ muchas bicicletas.

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verbos regulares en presente

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Escribe las respuestas en tu cuaderno
1. Juan ... (comer) unas fresas.
2. Sara y yo ... (hablar) mucho.
3. ¿... (Vivir) cerca del centro? [tú]
4. Mis padres ... (vender) la casa.
5. Vosotros ... (trabajar) todo el día.
6. Yo ... (escribir) un libro.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fuente G: los pronombres interrogativos

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste vertaling van de vraagwoorden
 waar
hoeveel
hoe
wie
wanneer
waarom
Wat / Welk
wat
¿Cuánto?
¿Cuándo?  
¿Cómo?
¿Dónde?  
¿Cuánta?
¿Por qué?

¿Quién?
¿Cuál? 
¿Qué?  

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

¿Dónde está...? 
achter
voor
onder
boven
in
naast
tussen
vlakbij / in de buurt van 
ver van

enfrente de = tegenover

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


1. Primero 

2. Segundo

T


3. Tercero

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En grupos de 2

timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fuente F: en el supermercado
1. Luister naar het fragment
2. Luister nog een keer en lees het gesprek mee op p. 22
3. Maak ejercicio 19

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!
deberes para el miércoles: 

- Quizlet 2.3
- estudiar fuente E + G (libro de texto)
- hacer ejercicios 18 y 21

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wil je nog meer oefenen met -AR -ER -IR werkwoorden?

  1. Verbos -ar oefenen: klik hier
  2. Verbos -er oefenen: klik hier
  3. Verbos -ir oefenen: klik hier


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies