Engels lesson follow the map

Follow that map
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Follow that map

Slide 1 - Tekstslide

What does ''map'' mean?
A
map
B
plattegrond
C
platteland
D
man

Slide 2 - Quizvraag

What does ''cinema'' mean?
A
supermarkt
B
dierentuin
C
ziekenhuis
D
bioscoop

Slide 3 - Quizvraag

What does ''hospital'' mean?
A
dierentuin
B
brandweer
C
ziekenhuis
D
ambulance

Slide 4 - Quizvraag

What does ''in between'' mean?
A
op
B
onder
C
naast
D
tussen

Slide 5 - Quizvraag

What does ''near'' mean?
A
tussen
B
over
C
in de buurt
D
aan de kant van

Slide 6 - Quizvraag

What does 'across' mean?
A
Rechtsaf
B
Linksaf
C
Tegenover
D
Rechtdoor

Slide 7 - Quizvraag

What does 'next to' mean?
A
Tussen
B
Naast
C
Tegenover
D
Onder

Slide 8 - Quizvraag

Look at the map
Hierna komen er vragen over een plattegrond. 
Schrijf met je groepje het antwoord op je wisbordje. 

Slide 9 - Tekstslide

schrijf de vertaling van de woorden op. 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

True or false?
The bakery is next to the shoe store. 



Kijk op de volgende slide of dit klopt en beantwoord daarna de vraag. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Which building?
What is next to the hospital?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

True or false?
The fire station is across the gas station.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Which building?
What is across the bus stop?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Which building
What is in between the book store and shoe store.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

True or false?
The gas station is near the dental office.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Where to go?
How can I get from the park to the flower-shop?

Slide 24 - Tekstslide

Wat is belangrijk?
- Je zorgt dat je minimaal 4 punten hebt waar je langs komt (instructies). 
- Per zin gebruik je een woord: across, nearby, in between, next to.
- Je maakt volledige zinnen, schrijf ze achterop.   
- Maak een route op de kaart en schrijf je eindpunt op. 
- Ben je klaar binnen de tijd? Maak nog meer punten waar je langs komt. 

Slide 25 - Tekstslide