Modernisme

Modernisme 1900 tot 1945
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
TekenenMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Modernisme 1900 tot 1945

Slide 1 - Tekstslide

Modernisme
Verzamelnaam voor verschillende stromingen begin van de 20e eeuw.
Afzetten tegen klassieke en traditionele kunst & tradities.
Genieten van volledige artistieke vrijheid (autonomie)

Slide 2 - Tekstslide

Wat speelde er een rol bij de opkomst van het modernisme in Europa?
A
Twee wereldoorlogen
B
Industrialisering
C
Opkomst computer
D
Opkomst fotografie

Slide 3 - Quizvraag

Welke kunstenaar behoort niet tot de Jugendstil?
A
Klimt
B
Mucha
C
Matisse
D
Gaudi

Slide 4 - Quizvraag

Welke kunstenaar schilderde De Kus uit 1908?
A
Mucha
B
Klimt
C
Munch
D
Toorop

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Video

Expressionisme
1905-1920

Uitgangspunt is persoonlijke beleving.

Werkelijkheid vervormd of schematisch. Bonte kleuren.

Slide 7 - Tekstslide

In het expressionisme geldt het volgende:
A
subjectiviteit van de waarneming
B
objectiviteit van de waarneming
C
verzelfstandiging van beeldaspect kleur
D
uiting van persoonlijk gevoelens

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Video

Fauvisme
Felle kleuren (soms omlijnd)
Geen ruimtesuggestie

"De schilders versieren het vlak als het ware, de uitbeelding hoeft niet natuurgetrouw te zijn."

Slide 10 - Tekstslide

Die Brücke
Globale weergave vormen
Hoekige vormgeving 
Subjectieve beleving
sober kleurgebruik 
complementair 


Slide 11 - Tekstslide

Der blaue reiter
geometrische vormgeving 
kleurvervreemding 

Eenheid in landschap door kleurvlakken


Slide 12 - Tekstslide

Amsterdamse school

Sociale woningbouw
Woonpaleizen voor de gewone arbeider 

Decoratief metselwerk met verschillende kleuren baksteen 

Slide 13 - Tekstslide

De Stijl
Zoektocht naar de universele uitbeeldingsvorm in geometrische vlakken, horizontale en verticale lijnen.

Primaire kleuren, zwart/wit.

Slide 14 - Tekstslide

Waarom past dit woonhuis binnen De Stijl?

Slide 15 - Woordweb

Slide 16 - Video

Bij Mondriaan is sprake van:
A
stilering
B
nihilisering
C
abstrahering
D
compromisering

Slide 17 - Quizvraag

Jugendstil
Die Jugend (tijdschrift)
1886 - 1914

Kenmerk: bloem- en plantmotieven. Decoratief.

Reactie op het impressionisme.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Constructivisme
1917 - 1924

Geometrische vormen

Objectieve benadering

Abstrahering

Slide 20 - Tekstslide

Wat wilden kunstenaars met het constructivisme bereiken na de revolutie van 1917?
A
een nieuwe , eerlijke maatschappij
B
het volk opvoeden met kunst
C
individuele kunstzinnige uitingen
D
nieuwe geometrische vormentaal

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video

Bauhaus
1919 - 1933

Samensmelting van kunst, ambacht
&
 techniek 

Zakelijke vormgeving

Slide 23 - Tekstslide

Kubisme
  1. 1907- 1914

Alle vormen in de natuur zijn opgebouwd uit een bol, kegel en piramide.

Geometrische vormen & perspectieven

Slide 24 - Tekstslide

Welk soort kubisme?
A
synthetisch kubisme
B
analytisch kubisme
C
geometrisch kubisme
D
biometrisch kubisme

Slide 25 - Quizvraag

Dadaïsme
  1. 1917– 1923
Antikunst

Collages, fotomontages, readymades en assemblages

Absurde voorstelling en chaotische vormgeving


Slide 26 - Tekstslide

Wat zijn de verschillen tussen
het
Surrealisme & Magisch Realisme?

Slide 27 - Open vraag

Wat zijn de overeenkomsten
tussen het
Surrealisme & Magisch Realisme?

Slide 28 - Open vraag

Waarom hadden de expressionisten veel belangstelling voor 'niet-westerse' kunstenaars?

Slide 29 - Open vraag

Mondriaan beperkte zich tot rechte lijnen en primaire kleuren en niet-kleuren. Waarom?
A
omdat rood zijn lievelingskeur was
B
om een abstract werk te maken zonder emoties
C
om een harmonisch werk te maken, de wereld had behoeft aan evenwicht
D
om zijn emoties in banen te leiden

Slide 30 - Quizvraag

?
A
futurisme
B
kubisme

Slide 31 - Quizvraag

?
A
kubisme
B
dadaïsme
C
expressionisme
D
futurisme

Slide 32 - Quizvraag

wat is het verschil tussen voorstelling en vormgeving?
A
voorstelling is hoe iets wordt weergegeven, vormgeving wat er wordt weergegeven
B
voorstelling is wat er wordt weergegeven, vormgeving is hoe iets wordt weergegeven
C
voorstelling is op toneel, vormgeving is bij beeldende kunst
D
voorstelling vertelt een verhaal, vormgeving 'vertelt' een emotie

Slide 33 - Quizvraag