2 AFP Zicht

M11

1.10 Zintuigen

Zicht

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

M11

1.10 Zintuigen

Zicht

  • Je noemt ligging, bouw en functie van de verschillende onderdelen van het oog

  • je legt de route uit van prikkel tot impuls op celniveau

lesdoel

B3 - het oog

Om het oog liggen...

  • wenkbrauwen en wimpers (houden vocht tegen, mimiek)

  • een traanklier (houdt het oog vochtig en schoon)

  • de traanbuis voert het vocht af naar de neusholte.

het oog

Oogspieren kunnen de oogbol laten bewegen...

  • het brein zorgt ervoor dat beide ogen dezelfde beweging maken.


het oog

Het oog bestaat uit drie delen...

  • de voorkamer

  • de achterkamer

  • de glaskamer

het oog

Aan de voorkant is te zien...

  • het hoornvlies (cornea) beschermt het oog

  • het regenboogvlies (iris) bepaalt hoeveel licht in het oog komt

  • de pupil is de opening van de iris

R
H
P

het oog

De wand bestaat uit drie lagen...

  • het harde oogvlies (sclera) is wit, geeft bescherming

  • aan de voorkant gaat het harde oogvlies (oogwit) over in het hoornvlies (doorzichtig), zodat het licht het oog in kan

H

het oog

De wand bestaat uit drie lagen...

  • het vaatvlies (choroidea) bevat bloedvaten

  • aan de voorkant gaat het vaatvlies over in het regenboogvlies

V

het oog

De wand bestaat uit drie lagen...

  • het netvlies (retina) is de binnenste laag, hier liggen de oogzintuigen (kegels en staafjes)

N

het oog

  • op een centraal punt achterin het oog wordt de meeste kleur gezien, de gele vlek (macula)

  • hier lopen geen bloedvaatjes

  • precies in het midden is het ingedeukt (fovea): meeste details mee zien

G

het oog

  • waar het netvlies het oog verlaat, wordt de blinde vlek (papil) genoemd (want daar zijn geen zintuigcellen)

  • de oogzenuw (nervus opticus) gaat naar de hersenen toe

B
Z

het oog

De ooglens is een kristalhelder en afgeplat bolletje, waardoor het licht valt...

  • het bestaat uit glasachtige dekcellen

  • het straalvormig lichaam (spiertje) maakt de lens boller of platter door lensbandjes aan te trekken

S
L

het oog

  • het glasachtig lichaam (corpus vitreum) bevat glasvocht...

  • dit bestaat uit water en eiwit (hyaluronzuur, houdt vocht vast)

  • zo houdt het oog zijn vorm en kan het licht op het netvlies komen

G

het oog

In het netvlies zitten de zintuigorganen, gevoelig voor licht...

  • staafje

  • kegeltje

het oog




kegels

  • stelt kleur vast

  • te vinden in de gele vlek

  • elke kegel zit vast aan één zenuw





staafjes

  • stelt grijstint en scherpte vast

  • te vinden rondom de gele vlek

  • meerdere staafjes zitten vast aan één zenuw

  • het licht valt op het pigment van het netvlies, dat als reflector dient

  • de staafjes en kegeltjes ontvangen het weerkaatste licht en zetten het om in een impuls

  • de oogzenuw geeft dit door aan het brein

het oog

De impulsen kruisen elkaar in het brein, (chiasma opticum) waarna het betekenis krijgt in het achterdeel van de hersenen (visuele cortex).

het oog

Pupilreflex


De iris regelt de hoeveelheid licht dat op het netvlies valt...

  • kringspiertjes vernauwen

  • straalvormige spiertjes verwijden

het oog

  • meer licht > kleine pupillen (grote iris)

  • minder licht > grote pupillen (kleine iris)

het oog

Scherpstelreflex


Scherp stellen (accommoderen) gebeurt door het boller of platter maken van de lens...

het straalvormig lichaam spant of ontspant

het oog

hieronder vallen...

  • bijziendheid (myopie)

  • verziendheid (hypermetropie)

  • ouderdomsverziendheid (presbyopie)

refractie afwijkingen

Bijziendheid (myopie)


  1. Wat: Objecten van dichtbij zijn scherp, maar in de verte wazig

  2. Oorzaak: De oogbol is te lang of de ooglens breekt het licht te sterk

  3. Oplossing: Een bril of contactlenzen met een min-sterkte

refractie afwijkingen

refractie afwijkingen

Verziendheid (hypermetropie)


  1. Wat: Objecten in de verte zijn scherp, maar dichtbij is wazig

  2. Oorzaak: De oogbol is te kort of de lenskracht is te zwak

  3. Oplossing: Een bril of contactlenzen met een plus-sterkte

refractie afwijkingen

multifocale bril

1 scherp zich veraf

2 scherp zicht tot 1 meter

3 scherp zicht dichtbij

4 kleine vervorming mogelijk (wennen)

Ouderdomsverziendheid (presbyopie)


  1. Wat: Moeite met scherpstellen op korte afstand bij het lezen

  2. Oorzaak: De natuurlijke ooglens verliest flexibiliteit door ouderdom (meestal 45+)

  3. Oplossing: Een leesbril of multifocale glazen

lensafwijkingen

Staar (cataract)


  1. Wat: Het gezichtsvermogen wordt langzaam waziger en kleuren worden grauwer

  2. Oorzaak: De ooglens wordt na verloop van tijd troebel

  3. Oplossing: Een operatie waarbij de troebele lens wordt vervangen door een kunslens

(grijze) staar - troebele lens

lensafwijkingen

Glaucoom


  1. Wat: Onopgemerkte schade aan de oogzenuw die leidt tot uitval van het gezichtsveld

  2. Oorzaak: veroorzaakt door een te hoge druk in de oogbol

  3. Oplossing: Oogdruppels, een laserbehandeling of een operatie om blindheid te voorkomen

(groene) staar of beter: glaucoom

netvlies afwijkingen

Diabetische retinopathie (DRP)


  1. Wat: schade aan de kleine bloedvaatjes in het netvlies, vaatjes gaan lekken (1e fase) of raken verstopt (2e fase)

  2. Oorzaak: hoge bloedsuiker (diabetes)

  3. Oplossing: Oogdruppels, een laserbehandeling of een operatie om blindheid te voorkomen

diabetische retinopathie

netvlies afwijkingen

Loslating (ablatio retinae)


  1. Wat: het netvlies laat los van het vaatvlies

  2. Oorzaak: ouderdom (het oogkamervlies krimpt iets ineen, waardoor spanning ontstaat

  3. Oplossing: een laserbehandeling of een operatie om blindheid te voorkomen