3.3 Is een telefoon noodzakelijk?

H3 Verzorgingsstaat
 3.3 is een telefoon noodzakelijk?
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H3 Verzorgingsstaat
 3.3 is een telefoon noodzakelijk?

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kunt het stelsel van sociale zekerheid schematisch weergeven en uitleggen hoe dit stelsel bijdraagt aan de verzorgings- en verzekeringsfunctie van de verzorgingsstaat.

Je kunt uitleggen welke uitgangspunten ten grondslag liggen aan het stelsel van sociale zekerheid en de uitbouw van de sociale zekerheid verklaren vanuit een historisch perspectief.

Je kunt dilemma’s rond (minimale) overheidszorg herkennen en daarin een onderbouwd standpunt bepalen.

Slide 2 - Tekstslide

Is een telefoon noodzakelijk?
In een verzorgingsstaat draagt de overheid verantwoordelijkheid voor het welzijn van haar burgers. Maar wat is noodzakelijk? Welke zorg is nodig en van welk inkomen moeten burgers verzekerd zijn?
Brugklassers die opgroeien in armoede, krijgen voortaan van de gemeente Renkum een smartphone. Met beltegoed. ‘Kinderen moeten kunnen meedoen met leeftijdsgenoten’, zegt de wethouder. ‘Bovendien heb je in het onderwijs een telefoon nodig.’

Slide 3 - Tekstslide

Hoort een telefoon er gewoon bij?
  •  Niet iedereen kan een telefoon veroorloven voor hun kinderen door te weinig inkomen.
  • Soms zijn gezinnen afhankelijk van ondersteuning zoals; Voedselbank of Kledingbank.

In Nederland heeft iedereen recht op een minimuminkomen, het sociaal minimum.
Het vaststellen van het sociaal minimum is complex, maar het moet voldoende zijn om in de levensonderhoud te voorzien

Slide 4 - Tekstslide

Wat heb je minimaal nodig om van te leven?
Basisbehoeften voor levensonderhoud: 
  • Woning, voeding, kleding.
Andere benodigdheden worden vaak als onmisbaar beschouwd;
  •  Wasmachine, telefoon, tv, laptop, sporten

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) doet daar onderzoek naar.

Slide 5 - Tekstslide

Wat heb je minimaal nodig om van te leven?

Het dilemma van het sociaal minimum;
  • Moet hoog genoeg zijn om levensonderhoud en participatie te garanderen.
  • Tegelijkertijd niet te hoog; werk moet 'lonen'.
  • Er moet draagvlak zijn in de samenleving om bij te dragen aan de verzorgingsstaat; werkenden betalen mee-> belasting en premies

Slide 6 - Tekstslide

Zijn alle uitkeringen op minimumniveau?
De bijstandsuitkering is een uitkering op het niveau van het sociaal minimum, inkomen wordt aangevuld -> Minimumbehoeftefunctie

Loondervingsfunctie -> Inkomen als je salaris wegvalt door ziekte, arbeidsongeschikt, werkeloosheid (% van je oude loon) 

Alle uitkeringen samen worden ook wel sociale zekerheid genoemd.

Slide 7 - Tekstslide

Waarom die verschillen tussen uitkeringen?

Minimumbehoeftefunctie v.s. Loondervingsfunctie -> onderscheid door de geschiedenis van het socialezekerheidsstelsel

  • Groepen arbeiders  staan een deel loon af in gezamenlijke spaarpot -> werknemersverzekeringen -> compensatie en niet op minimum niveau -> alleen voor werknemers met contract

Slide 8 - Tekstslide

Na de Tweede Wereldoorlog wilden politici, vakbonden en werkgevers sociale zekerheid voor iedereen-> Volksverzekeringen -> voor iedereen gelijk en vaak te herkennen aan de "Algemene" (AOW) -> Minimumbehoefte staat centraal 
  • Werknemers-en volksverzekeringen samen worden ook wel de sociale verzekeringen genoemd.

Slide 9 - Tekstslide

Het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid.
Uitkeringen die worden betaald uit de algemene middelen (onder andere belastingen). Deze voorzieningen zijn er om te zorgen dat niemand onder het sociaal minimum zakt.
Sociale verzekeringen voor alle ingezetenen (iedereen in Nederland)

Sociale verzekeringen voor mensen met een arbeidscontract (werknemers).
Uitkeringen die worden betaald uit premies: werknemers­ en volksverzekeringen samen.

Slide 10 - Tekstslide

Voor wie is de uitkering?
Werknemersverzekeringen-> bij de berekening maakt het niet uit of je samenwoont of kinderen hebt.
Sociale voorzieningen -> (bijstand) Berekening hangt af van het huishouden -> Samenwonend of gehuwd meer dan alleen-> belangrijk daarbij is wel het sociaal minimum


Slide 11 - Tekstslide

En welke zorg is basiszorg?

Over het basispakket is vaak discussie. Toegankelijk voor iedereen, maar wat is dan noodzakelijk? Kosten?
  • Verplicht eigen risico; door de overheid -> 385,-
  • Aanvullend verzekeren; niet door overheid maar via de markt

Slide 12 - Tekstslide

Samengevat;
  • Overheid waarborgt essentiële materiële en immateriële voorzieningen voor alle burgers.
  • Sociale verzekeringen bieden materiële voorzieningen, zoals inkomen.
  • Immateriële voorzieningen omvatten goede verpleging en psychische zorg.
  • Politieke afweging bepaalt welke voorzieningen noodzakelijk zijn en de kosten.
  • Afweging tussen waarden zoals vrijheid, gelijkheid en naastenliefde.

Slide 13 - Tekstslide

Lezen H3.3 Is een Telefoon noodzakelijk?

Blz.  139/142

Opdrachten maken: 1 tot en met 6
Opdrachten
timer
1:00

Slide 14 - Tekstslide