der die das

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel
Ik kan het geslacht van zelfstandige naamwoorden bepalen.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer gebruik je der, die of das? Welke regel ken je al?

Slide 5 - Open vraag

Ken je de regels? 
Maak de zinnen af en controleer op de volgende dia.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Theorie

Slide 8 - Tekstslide

der, die of das?
Kijk naar de dia en zeg of het der die of das is?
Vertel ook de regel die erbij hoort.
Controleer op de volgende dia.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

der Lehrer
want het is een mannelijke persoon

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

die Lehrerin
want het is een vrouwelijke persoon

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

die Schule
want het woord eindigt op -e

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

das Buch
want het is een Nederlands het-woord

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

die Kinder
want het is meervoud

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

der, die, das
Welke regels ken je nog?

Slide 21 - Woordweb

Sleepvragen

Slide 22 - Tekstslide

voor mannelijke woorden gebruik je
woorden die einidgen op -schaft
woorden die eindigen op -lein
voor meervoud gebruik je
das
der
die
die

Slide 23 - Sleepvraag

Multiple choice
A, B of C ?
der die of das?

Slide 24 - Tekstslide

der, die oder das?

Oma
A
der
B
die
C
das

Slide 25 - Quizvraag

der, die oder das?

Hengst
A
die
B
der
C
das

Slide 26 - Quizvraag

der, die oder das?

Bruder
A
der
B
die
C
das

Slide 27 - Quizvraag

der, die oder das?

Junge
A
der
B
die
C
das

Slide 28 - Quizvraag

der, die oder das?

Eltern
A
der
B
die
C
das

Slide 29 - Quizvraag

der, die oder das?

Lampe
A
der
B
die
C
das

Slide 30 - Quizvraag

Der, die oder das?

Haus
A
der
B
die
C
das

Slide 31 - Quizvraag

der, die oder das?

Theater
A
der
B
die
C
das

Slide 32 - Quizvraag

der, die oder das?

Brille
A
der
B
die
C
das

Slide 33 - Quizvraag

der, die oder das?

Banane
A
der
B
die
C
das

Slide 34 - Quizvraag

der, die oder das?

Stier
A
der
B
die
C
das

Slide 35 - Quizvraag

der, die oder das?

Jahr
A
der
B
die
C
das

Slide 36 - Quizvraag

der, die oder das?

Haar
A
der
B
die
C
das

Slide 37 - Quizvraag

der, die oder das?

Onkel
A
der
B
die
C
das

Slide 38 - Quizvraag

der, die oder das?

Katze
A
der
B
die
C
das

Slide 39 - Quizvraag

der, die oder das?

König Willem-Alexander

A
der
B
die
C
das

Slide 40 - Quizvraag

Ik kan het geslacht van zelfstandige naamwoorden bepalen
😒🙁😐🙂😃

Slide 41 - Poll