Les 3 - Meer dan lezen & Spelling (herhaling)

Les 3

Goedemorgen!


Is iedereen aanwezig?



1 / 51
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecondary Education

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 3

Goedemorgen!


Is iedereen aanwezig?



Planning voor vandaag

Uiteenzetting, betoog en beschouwing

  • Doel: goed zien wat de verschillen zijn tussen deze teksten

  • Tekst lezen en opdracht voor komende week bespreken


Spreekwoord van de week


Spelling - Persoonsvorm

  • Doel: persoonsvormen van sterke en zwakke werkwoorden in de tegenwoordige en de verleden tijd spellen

  • Samen oefenen en opdrachten voor komende week


1:1 bespreken huiswerk etc.

Leesautobiografie

En wat nu?


  • Bijhouden wat je dit jaar leest

  • Boeken, tijdschriften, luisterboeken, nieuws

Nieuws van de dag

De hoofdgedachte van een uiteenzetting is vaak een constatering (=vaststelling van een feit of een verschijnsel).

A

juist

B

onjuist

C


D


De schrijver wil zijn lezers zelf over iets na laten denken, zodat ze zich er een mening over kunnen vormen. Deze omschrijving hoort bij een...

A

uiteenzetting

B

betoog

C

beschouwing

D


De snelheid op autowegen moet weer naar 130 kilometer per uur.
Deze hoofdgedachte past bij een ...

A

beschouwing

B

betoog

C

uiteenzetting

D


Er worden steeds meer maatregelen bedacht om het gebruik van plastic tegen te gaan. Deze hoofdgedachte past bij een ...

A

Beschouwing

B

Betoog

C

Uiteenzetting

D


Meer dan Lezen

  • Tekst 3: samen lezen

"Centen voor cijfers Scholieren moeten hun bijbaan opgeven"

  • Opdracht 6 en 7 samen maken

  • Huiswerk: lees tekst 4, maak opdracht 8 & 9

Meer dan Lezen - Opdracht 11

Een informerende tekst schrijven

  • Lees "Theorie" op blz. 17 in het boek

  • Lees opdracht 11

  • Kies een onderwerp

  • Schrijf een tekst van 400 woorden voor zaterdag
    20 september - dit mag digitaal ingeleverd worden
    Let op: het feedbackformulier hoef je niet te gebruiken

Welk onderwerp kies jij?

Wat vind je tot nu toe van het onderdeel "Spreekwoord van de week"?

Het recht van de sterkste

Betekenis:


de sterken, machtigen en superrijken hebben het voor het zeggen



Kun je een situatie verzinnen waarin je deze uitdrukking kunt gebruiken?

Deel 2 - spelling

Huiswerk vergeten op te geven
Dus: samen aan de slag


Doel: kennis opfrissen over werkwoordspelling

Persoonsvorm



Werkwoordspelling



In deze les worden alle mogelijke werkwoordvormen en hun spellingwijze nog een keer samengevat.

Vormen

Persoonsvorm tegenwoordige tijd :PVTT

Persoonsvorm verleden tijd            : PVVT

Gebiedende wijs                                : GW

Voltooid deelwoord                           : VD

Onvoltooid deelwoord                      : OD

De hamvraag

Voor een correcte werkwoordspelling, moet je altijd eerst een belangrijke vraag stellen, namelijk:

heb ik te maken met een persoonsvorm?

Hoe vind je de persoonsvorm?

Hoe vind je de persoonsvorm?

1. Als je de zin in een andere tijd zet, verandert de persoonsvorm.

2. Als je de zin van enkelvoud naar meervoud verandert of andersom, verandert de persoonsvorm.

(3. Als je de zin vragend maakt, komt de persoonsvorm op de eerste plaats.)

Controleren?

Terwijl de zon onderging, speelden de kinderen in het park, terwijl hun ouders naar de markt liepen om boodschappen te doen.

Hoe spel je de pv?

In de volgende twee overzichtjes zie je hoe je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en de persoonsvorm van een zwak werkwoord
 in de verleden tijd moet spellen.

Persoonsvorm tegenwoordige tijd






Kijk even goed naar dat sterretje. Daar gaat de volgende vraag over!

Waarom stond er op de slide hiervoor een sterretje bij de je-vorm?

Met of zonder t?

Vind/Vindt je een kopje thee ook zo lekker?


Vind/Vindt je docent Nederlands een kopje thee ook zo lekker?

VT: de(n) of te(n)?

Pas wel op bij bijzondere werkwoorden als: verhuizen

  1. De stam = hele werkwoord -en : verhuizen

  2. laatste letter van de stam in 't ex-kofschip?: nee

  3. dus de(n)

  4. ik-vorm van werkwoord + uitgang : verhuiSde(n)

VT: sterke werkwoorden

Je schrijft wat je hoort: sloeg, riep, brak, dacht, reed 
(en je gebruikt de 'gewone' spelregels als de 'langermaakregel'!).


Een lijst van de meest voorkomende sterke werkwoorden kun je via deze link vinden:

http://www.beterspellen.nl/website/index.php?pag=113

Andere vormen

Ik heb een Big Mac gegeten.    VD

Kwijlend nam ik een hap.         OD

Ik heb zin om een Big Mac te nemen.  INF

Geef me eens een Big Mac!      GW

Ik eet mijn zojuist gekochte Big Mac.  BN



Onvoltooid deelwoord

Het geeft aan dat je iets doet, terwijl je ook iets anders doet.

Het geeft aan hoe iets gebeurt.

Schrijf je als het hele werkwoord + d.


Kwijlend nam ik een hap. 
Pratend met volle mond zag ik hem vies naar me kijken.

Hoe vorm je een onvoltooid deelwoord?

Voltooid deelwoord (VD)

Begint vaak met be-, ge-, ver- of ont-.

Eindigt op:   -en, -d, -t



Twijfel je tussen -d of -t,  gebruik dan weer  't ex-kofschip.



Ik heb een Big Mac gegeten, want die was afgeprijsd. (prijzen)  Mijn Big Mac was verbrand. Het vlees leek gekookt.           

Infinitief

Is het hele werkwoord.

Verandert niet bij veranderen van de tijd (het is  geen pv!).

Vóór een infinitief kan je meestal 'Ik kan' zetten.



Ik heb zin om een Big Mac te eten.        (IK KAN eten).

Gebiedende wijs

Wordt gebruikt als het om een  gebod of bevel gaat.

Staat als eerste woord in de zin.

Heeft geen onderwerp bij zich.

Is altijd in de ik-vorm.



Geef me een Big Mac!

Braad ze bruin, die frietjes!

Bijvoeglijk naamwoord

staat vóór een zelfstandig naamwoord.

Is een VD of OD geweest.

Schrijf je zo kort mogelijk, dus zoals het VD of OD, met soms een extra -E erachter.



Ik eet mijn zojuist gekochtE Big Mac.

                                   BN van VD

Trucjes

Als je er niet met de voorgaande regels uitkomt, dan kun je de verlengproef gebruiken voor VD en OD.



De weerman heeft mooi weer voorspeld. => voorspelde

De weerman keek zoekend rond. => zoekende







Trucjes

De infinitief, de gebiedende wijs en het bijvoeglijk naamwoord schrijf je zo kort mogelijk.



De weervrouw zal mooi weer voorspellen.

Voorspel goed weer, weervrouw!

Het voorspelde goede weer bleef uit.        

QUIZ!

Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.

A

gebeurd

B

gebeurt

C

gebeurdt

D


Als je verstandig bent, BRAND je daar je vingers niet aan.

A

pvtt

B

vd

C

pvvt

D

bn

De slapende kater was gemakkelijk te fotograferen.

A

OD als BN

B

VD als BN

C


D


De (aanbranden) aardappels zijn weggegooid.

A

aangebranden

B

aangebrandde

C

aanbrandende

D

aangebrande

Mijn (intapen) enkel doet nog steeds zeer.

A

Ingetapete

B

Ingetapede

C

Ingetapte

D

Ingetapde

evacueren > De .................. kampen.

A

gëevacueerde

B

geëvacueerde

C

gëevacueerden

D

geëvacueerden

Hij (deleten - vt) de bestanden.

A

delete

B

deletete

C

delette

D

deletette

(vinden) alsjeblieft die bankpas terug, voor er misbruik van wordt gemaakt.

A

Vond

B

Vindt

C

Vind

D


De stukken (kopiëren - tt) mijn secretaresse niet meer.

A

kopieert

B

kopieërt

C

kopiëren

D

kopieerde

De pas (stofzuigen) vloer lag onder de confetti.

A

stofgezogen

B

gestofzuigde

C

stofgezoge

D

stofgezuigde

Huiswerk voor 19-9

  • Meer dan lezen:
    Opdr. 8, 9 (Noordhoff online)
    Opdr. 11: digitaal tekstbestand

  • Lezen uit je leesboek - op 19/9 meenemen naar school!

  • Spelling:
    Bekijk filmpje
    Opdr 4 t/m 7