Wonder les 1: fictie, non-fictie, realistisch en niet-realistisch

Nederlands
 
Les 1: fictie, non-fictie, realistisch en niet-realistisch

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
 
Les 1: fictie, non-fictie, realistisch en niet-realistisch

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van deze les ...
... weet je wat de begrippen fictie, non-fictie, realistisch en niet-realistisch betekenen.
... kun je bepalen of een boek fictie of non-fictie is.
... kun je bepalen of een boek realistisch of niet-realistisch is. 

Doel = Je kunt deze begrippen toepassen op WonderDus: 
  • Wonder = fictie of non-fictie? 
  • Wonder = realistisch of niet-realistisch?

Slide 2 - Tekstslide

Boek/film Wonder
Raquel Palacio, de auteur van Wonder, haalde de inspiratie voor Wonder uit een incident dat ze zelf meemaakte. 
Ze ging ooit met haar kinderen naar een ijssalon, waar haar zoontje een meisje met een ernstige gezichtsafwijking opmerkte. De jongen schrok van zijn aanblik en begon van angst te huilen. Palacio liep direct de ijssalon weer uit. Het voorval maakte diepe indruk op haar en zette haar ertoe aan een boek te schrijven. 
(Bron: IMDb)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Kom erbij!


Log in bij LessonUp!


Slide 5 - Tekstslide

Fictie en non-fictie
Fictie
Verzonnen verhalen over gebeurtenissen en mensen, die bedacht zijn door de schrijver (leesboek, stripverhaal, film, gedicht).

Non-fictie
Verhalen over de werkelijkheid, met feiten over (echte) mensen en (echte) gebeurtenissen. De schrijver heeft het niet bedacht/verzonnen. Het is echt gebeurd (krantenbericht, journaal) of geeft informatie (schoolboek).

Slide 6 - Tekstslide

Realistisch en niet-realistisch
Realistisch
Een schrijver verzint mensen en gebeurtenissen die erg lijken op de werkelijkheid, die echt zouden kunnen gebeuren

Niet-realistisch
Een schrijver verzint een verhaal met mensen en gebeurtenissen, die in werkelijkheid niet kunnen gebeuren. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Aan de slag!
Log in bij LessonUp.

Ga naar: Wonder les 1

Maak de opdrachten op de volgende slides.

Slide 9 - Tekstslide



Is dit boek fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 10 - Quizvraag


Zijn deze boeken fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 11 - Quizvraag


Is dit boek fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 12 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 13 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 14 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 15 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non fictie

Slide 16 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 17 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 18 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 19 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 20 - Quizvraag



Lesboek Nederlands
Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 21 - Quizvraag

Is een verhaal waarin dieren kunnen praten, realistisch of niet-realistisch?
A
Realistisch
B
Niet-realistisch

Slide 22 - Quizvraag

Is een verzonnen verhaal (fictie) over loverboys realistisch of niet-realistisch?
A
Realistisch
B
Niet-realistisch

Slide 23 - Quizvraag

Harry Potter en de steen der wijzen van J.K. Rowling =
A
realistisch en fictie
B
niet-realistisch en fictie
C
realistisch en non-fictie
D
niet-realistisch en non-fictie

Slide 24 - Quizvraag

Aan de slag
Maken paragraag 1.1 - fictie

Slide 25 - Tekstslide

Wonder

Op de volgende slides volgt een aantal vragen over Wonder.

Denk goed na over de antwoorden, want je kunt ze goed gebruiken voor de toets! 

Werk eventueel samen met je buur, zodat je kunt overleggen.

Slide 26 - Tekstslide

Conclusie:
1. Is Wonder fictie of non-fictie?
Leg uit.

Slide 27 - Open vraag

Conclusie:
2. Is Wonder realistisch of niet-realistisch?
Leg uit.

Slide 28 - Open vraag