Intervisie - incidentmethode

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat is intervisie?

Slide 2 - Open vraag

Wat is intervisie?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is volgens jou het doel van intervisie?

Slide 4 - Open vraag

Bij intervisie staat altijd het gezamenlijk leren, het samenwerken aan inzichten en oplossingen centraal, en is niet het functioneren van het team of de intervisiegroep al zodanig het thema of het doel.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Wat levert het op? 
* Bewustzijn: zichzelf, situatie, effect 
* Verantwoordelijkheid: vooruitgang en oplossing  
* Resultaatgerichtheid:  door doen en effect 

Slide 8 - Tekstslide

incidentmethode
  • introductie: de inbrenger beschrijft kort en feitelijk de situatie en de vraag
  • probleemverkenning:de groepsleden nemen -even in stilte- tijd om hun vragen te noteren. Feiten verzamelen door open vragen te stellen.
  • Analyse: Wat is de kern van het probleem.
  • Adviesronde: Ieder groepslid formuleert een advies voor de inbrenger.
  • Afronding:  De inbrenger geeft aan welke adviezen hem aanspreken en waarom

Slide 9 - Tekstslide

Voorzitter

Slide 10 - Tekstslide

Introductie
  • De inbrenger heeft de vraag, probleem zelf meegemaakt.
  • Het probleem is actueel. De vraag is dus in het hier- en nu

Slide 11 - Tekstslide

Inbrenger vertelt het incident precies, kort en zakelijk, zonder de afloop te vertellen, dus tot het moment dat je ging handelen. 
timer
5:00

Slide 12 - Tekstslide

Welke vragen roept dit bij je op?
Schrijf voor jezelf (muv de inbrenger) 3 vragen op, om meer inzicht te krijgen in het probleem
(Formuleer open vragen, wie, wat, waar, waarom, waardoor, waartoe, hoe, hoeveel etc)

Slide 13 - Tekstslide

De andere groepsleden schrijven vragen op die ze willen stellen om meer inzicht te krijgen.
timer
3:00

Slide 14 - Tekstslide

Probleemverkenning

  • Open vragen stellen (Wie, wat waar, waarom, waardoor, waartoe, hoe, hoeveel), doorvragen mag
  • interpreteren, oordelen of suggereren niet!
  • de inbrenger moet zijn eigen kijk op de werkvraag zoveel mogelijk achterwege laten
  • Het gaat om feiten.
  • De inbrenger mag zijn eigen gekozen oplossing/aanpak nog niet vertellen

Slide 15 - Tekstslide

Rondje vragen stellen: open informatieve vragen.
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Analyse 
  • De inbrenger ziet toe en luistert, er mogen geen vragen meer worden gesteld aan de inbrenger
  • De groep bespreekt met elkaar hoe zij de situatie zien, er wordt gediscussieerd over de vraag. (welke oorzaken heeft ieder ontdekt, welke aanleidingen zijn er, hoe is de rol van de probleem inbrenger, hoe zijn de omgevingsfactoren?)
  • Probeer met de groep tot een paar kernproblemen te komen
  • De factoren die een rol spelen worden geanalyseerd.
  • De groepsleden formuleren de kern van het probleem

Slide 17 - Tekstslide

Bespreking/analyse van de situatie door de groepsleden.
De inbrenger luistert.
timer
10:00

Slide 18 - Tekstslide

Oplossingen 
  • Ieder groepslid schrijft voor zichzelf op: 'Wat zou ik doen en WAAROM?'

Slide 19 - Tekstslide

Groepsleden schrijven op wat zij zouden doen in de situatie
timer
2:00

Slide 20 - Tekstslide

Oplossingen 
  • Ieder groepslid leest haar advies voor, zonder dat er commentaar wordt geleverd door anderen!
  • De probleeminbrenger vertelt daarna hoe zij handelde in de situatie en/of wat zij zich heeft voorgenomen om te gaan doen

Slide 21 - Tekstslide

Iedereen leest de eigen oplossing voor, geen commentaar, de inbrenger luistert. 
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

Inbrenger vertelt wat zijn/hij gedaan heeft of zich voorgenomen had om te gaan doen.
timer
3:00

Slide 23 - Tekstslide

Discussie: reactie van de inbrenger op verschillende benaderingen en bespreken van de verschillende oplossingen.
timer
6:00

Slide 24 - Tekstslide

Afronding 
  • Vergelijken van de oplossingen. Alleen positieve feedback! niet oordelen, interpreteren of suggereren.
  • Heeft de inbrenger behoefte aan een reactie op hoe de intervisie is verlopen?
  • Is het probleem te verbreden naar andere problemen uit de werksituatie van de deelnemers? 
  • De inbrenger geeft aan hoe hij na alle oplossingen nu zou handelen rondom de werkvraag
  • Andere vragen/opmerkingen?

Slide 25 - Tekstslide

Wat heb je van deze intervisie geleerd?

Slide 26 - Open vraag

Omschrijf in 1 woord wat je van deze intervisie meeneemt.

Slide 27 - Woordweb

Slide 28 - Tekstslide