VAKTHEORIE · CONCERT
QUIZ
Terugblik: Concerterende structuren
VAKTHEORIE · CONCERT
QUIZ
Terugblik: Concerterende structuren
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0
Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 5, deel 1, Emmanuel Pahud, Rainer Kussmaul en de Berliner Barock Solisten (kanaal: Emmanuel Pahud - Topic). Wat hoor je? Eén klavecimbel speelt lang alleen, het orkest zwijgt. Antwoord: een zelfstandige solo.
Wat is bijzonder aan de rol van het klavecimbel hier?
Het begeleidt de hele tijd alleen de solisten
Het speelt alleen mee in het tutti
Het antwoordt een tweede klavecimbel
Het speelt zelfstandig een lange solo zonder het orkest
Fragment: Bach, Brandenburgs concert nr. 5, deel 1 (Emmanuel Pahud, Rainer Kussmaul en de Berliner Barock Solisten). Het klavecimbel stapt uit zijn begeleidende rol en speelt lang alleen. Antwoord: een zelfstandige solo. Wie begeleiden kiest, beschrijft de gewone rol van het klavecimbel in de barok.
Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 5, deel 1, Netherlands Bach Society met Richard Egarr (kanaal: Netherlands Bach Society). Wat hoor je? Dezelfde klavecimbelsolo in een andere uitvoering. Vergelijk met de vorige opname.
Noem één verschil met de vorige opname.
Fragment: hetzelfde deel in een uitvoering van de Netherlands Bach Society (Richard Egarr op een klavecimbel van Ruckers uit 1640). Er is niet één goed antwoord. Goed is elk waarneembaar verschil: klankkleur van het klavecimbel, hoeveel vrijheid er in het tempo zit, hoe groot of licht de klank is. Verwachte fout: alleen zeggen dat het mooier of lelijker is, zonder iets te benoemen.
Wat is het effect van dubbelkorigheid in een grote kerk?
Een solist klinkt boven het orkest uit
Het tempo mag volledig vrij zijn
Een klein groepje antwoordt het hele orkest
Vraag en antwoord die van twee kanten komen
Twee groepen op verschillende plekken geven een ruimtelijk effect van vraag en antwoord. Een klein groepje tegenover het orkest is een concerto grosso.
Waarin verschilt het concertino van de solist in een soloconcert?
Het speelt altijd zonder begeleiding
Het is een groepje solisten, niet één speler
Het speelt alleen in een cadens
Het is een tweede koor
Het concertino bestaat uit meerdere solisten, de solist in een soloconcert is één speler. Het concertino speelt meestal met continuo en niet in een cadens.
Wat doet het tutti in een soloconcert?
Goed: het hele orkest speelt, bijvoorbeeld de opening, het slot of het thema, vaak zonder de solist. Verwachte fout: zeggen dat het tutti de solist is.
Het orkest antwoordt de solist met hetzelfde motief. Welke verhouding is dat?
Een solocadens
Dubbelkorigheid
Een dialoog tussen solist en orkest
Een tutti zonder solist
Antwoorden met hetzelfde motief is een dialoog. Een cadens heeft geen orkest en dubbelkorigheid gaat over twee koren.
Welk stuk is een voorbeeld van dubbelkorigheid?
Singet dem Herrn van Bach
Het vioolconcert van Mendelssohn
Het vierde Brandenburgse concert
Het celloconcert van Elgar
Singet dem Herrn is geschreven voor twee koren. De andere werken zijn concerten met een solist of een concertino.
Zet de werken op volgorde, van oud naar jong
Volgorde uit de periodedia: rond 1600 Gabrieli, barok Bach, klassiek Beethoven, twintigste eeuw Elgar. Veelgemaakte fout: Bach en Gabrieli omdraaien.
Wat kenmerkt een uitgeschreven cadens?
De solist verzint hem op het moment zelf
De noten liggen van tevoren vast in de partituur
Het orkest speelt zacht mee
Twee solisten antwoorden elkaar
Bij een uitgeschreven cadens liggen de noten vast, bijvoorbeeld bij Kreisler. Bij een geïmproviseerde cadens verzint de solist hem ter plekke.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
♪ VAKTHEORIE · CONCERT
GOED GEDAAN!
Je interpreteert nu de rol van de solist en herkent solocadens, concertino en dubbelkorigheid. Veel succes bij het luisterexamen!
Deze slide heeft geen instructies