Ned_din_16mrt_Lezen_Boek2_h2

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Terugblik 
Stillezen 
Uitleg
Samen oefenen
Zelfstandig aan de slag
Evalueren
Vooruitblik 
Wisseling docent/pauze

Slide 2 - Tekstslide

Hoe was de les gegaan?
Prima week!

Wat heb je gedaan?
Spelling, grammatica, begrijpend lezen,  woordenschat, stillezen











Slide 3 - Tekstslide

Materiaal: methodeboek Nieuw Nederlands, laptop, leesboek, schrift en pen

Afwezigheid of te laat (huiswerk) noteren 

Respect (docent, klasgenoten)

Individueel aan de slag, maar ook in (vaste) tweetallen

Mobiele telefoon (Kahoot! en LessonUp)

Bij een online les mag de microfoon uitgezet worden.

Slide 4 - Tekstslide


Week 15-19 maart 
Lesdag 1 Lezen hoofdstuk 2 
Lesdag 2 Lezen hoofdstuk 2 
Lesdag 3 Lezen hoofdstuk 2 + Kahoot!

Week 22-26 maart
Lesdag 1 Lezen hoofdstuk 2
Lesdag 2 Herhaling nav de toets (lezen, spelling, grammatica of woordenschat)
Lesdag 3 Modules h1 grammatica/spelling & boekverslag + Kahoot!

Let op: jouw boekverslag is ingeleverd op 25 maart








Slide 5 - Tekstslide

Klas 2e
Wanneer zou je een extra week vakantie willen?
A
voor de meivakantie 19 april -7 mei
B
na de meivakantie 26 april - 14 mei
C
voor de zomervakantie start 1 juli

Slide 6 - Quizvraag

Boekverslag (alternatief)

Slide 7 - Tekstslide

stillezen (15 min)
timer
2:50

Slide 8 - Tekstslide

Lesdoel 
Onderdeel lezen
- Je weet dat je een standpunt/mening onderbouwt met argumenten
- Je weet dat je feitelijke argumenten kunt controleren
- Je weet dat je niet-feitelijke argumenten niet kunt controleren
- Je weet dat er verschillende manieren zijn om te argumenteren zoals een enkelvoudige argumentatie (één argument), meervoudige argumentatie (meer argumenten) en onderschikkende argumentatie (argumenten die onder elkaar staan en elkaar ondersteunen)


Slide 9 - Tekstslide

Bladzijde 52 (havo) 'Heeft u al een poeremetator?'

Slide 10 - Tekstslide

Onderwerp zoeken
Je leest de tekst oriënterend. 

Door naar de titel te kijken, tussenkopjes, plaatjes en de eerste of laatste zin (bij een korte tekst) of de eerste of laatste alinea (bij een lange tekst) kom je achter het onderwerp van de tekst.


Slide 11 - Tekstslide

Lees tekst 1.
Wat is het onderwerp van de tekst?

Slide 12 - Open vraag

Antwoord
De poeremetator

Slide 13 - Tekstslide

Lees de tekst.
Kies het juiste antwoord
Wat staat er in de alinea's?
A
al 1 aanleiding al 2 standpunt al 3 bewijs
B
al 1 voorbeeld al 2 conclusie al 3 gevolg

Slide 14 - Quizvraag

Antwoord
al 1 aanleiding - schrijver had  de poeremetator opgezocht
al 2 standpunt - 'maak mensen nieuwsgierig met herhaling'
al3 bewijs - stijging aantal bezoekers

Slide 15 - Tekstslide

Bij een enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument.

Slide 16 - Tekstslide

Bij een meervoudige argumentatie gebruik je meer dan één argument. Ieder argument is extra en staat los van de andere argumenten. Meervoudige argumentatie is de sterkste argumentatiestructuur.

Slide 17 - Tekstslide

Bij een onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Feitelijke argumenten

Een feitelijk argument is kun je controleren.


Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop is bij mij in de straat.


Slide 20 - Tekstslide

Niet-feitelijk argumenten

Een nietfeitelijk argument is waar of onwaar en hoeft niet onderbouwd te worden. Je kunt het niet controleren.


Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop vind ik mooi.


Slide 21 - Tekstslide


Argumenten kun je herkennen aan signaalwoorden. Woorden als want, omdat, en immers geven aan dat er een argument volgt.

Of aan de woorden ik vind....., ik ben van mening...

Slide 22 - Tekstslide

Theorie lezen 52
Standpunt
Argumenten
Onderbouwen
Feitelijke/niet-feitelijke argumenten
enkelvoudige argumentatie
meervoudige argumentatie
Signaalwoorden

Slide 23 - Tekstslide

Lees tekst 2 oriënterend (titel, eerste alinea)
Wat is het onderwerp van de tekst?

Slide 24 - Open vraag

Antwoord
Kinderarbeid

Slide 25 - Tekstslide

Kies het juiste antwoord
Wat is het schrijfdoel?
A
amuseren
B
informeren
C
overtuigen
D
instrueren

Slide 26 - Quizvraag

Betekenis van de volgende woorden
schaars (al. 2)
nachtblindheid (al. 2)
woekerrente (al 4.)
geronseld (al. 5)
traumatisch (al. 5)

Slide 27 - Tekstslide

Antwoorden
schaars = weinig, slecht
nachtblindheid = oogafwijking die ervoor zorgt dat je weinig kunt zien in de schemering
woekerrente = veel te hoge rente
geronseld = rekruteren
traumatisch = psychisch ingrijpend

Slide 28 - Tekstslide

Wat is het standpunt van de schrijver?

Slide 29 - Open vraag

Antwoord
Kinderarbeid moet verboden worden.

Slide 30 - Tekstslide

Aan welke signaalwoorden kun je de argumenten herkennen? Tip kijk aan het begin van de alinea.

Slide 31 - Open vraag

Antwoord
ten eerste
daar komt bij
ook
een laatste argument


Slide 32 - Tekstslide

Neem het blokjesschema
 over
Werk samen met jouw klasgenoot.

Plaats het standpunt (kinderarbeid moet verboden worden) en vul de argumenten in.

Slide 33 - Tekstslide

Wat voor argumentatie is de tekst?
A
meervoudige argumentatie
B
enkelvoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie

Slide 34 - Quizvraag

Nieuw Nederlands
HAVO 3
Vanaf blz 55
Onderdeel Lezen
Opdracht 3 kilometerheffing 
Vraag 1 en 2
Vraag 4 en 5
Vraag 7, 8, 9, 10, 11

Ga naar vraag 3.

Let op: schrijf de antwoorden zo kort mogelijk.
Ben je klaar? Goed gedaan! 
Laat je werk zien aan de docent.




timer
30:00

Slide 35 - Tekstslide

Wat ging goed?
Wat kan er de volgende keer beter?

Slide 36 - Tekstslide


Wat gaan we de volgende les doen?

Begrijpend lezen

Let op: je leesboek is uit op 23 maart.
Het boekverslag lever je 25 maart in.


Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Een onderschikkende argumentatie bestaat altijd maar uit één argument bij het standpunt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 39 - Quizvraag

Het WVC is een goede school. De leerlingen halen goede cijfers.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 40 - Quizvraag

Hij is geschikt voor deze baan als operateur, want hij heeft al 5 jaar werkervaring. Hij werkte hiervoor immers in dezelfde functie bij een Cinema Opera.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 41 - Quizvraag

Het WVC is een goede school. In de bovenbouw hangt een goede sfeer en in de onderbouw voelt iedereen zich veilig.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 42 - Quizvraag

De smartphone is onmisbaar. Je kan er nu bijna overal geld mee overmaken.
A
feitelijk argument
B
waarderend argument

Slide 43 - Quizvraag

Utrecht is een prettige stad om te wonen. Er wonen in Utrecht veel jonge gezellige mensen.
A
feitelijk argument
B
waarderend argument

Slide 44 - Quizvraag

Slide 45 - Link


Week 15-19 maart 

Lesdag 1
Lezen hoofdstuk 2 blz 52-55, opdr 1-3 (havo)

Lesdag 2
Lezen hoofdstuk 2 blz 56-57, opdr 4 (havo)
Lezen hoofdstuk 2 blz 57-58, opdr 3 (vwo)

Lesdag 3
Lezen hoofdstuk 2 blz 58-60, opdr 4 (vwo)
Afmaken lezen hoofdstuk 2 havo/vwo
Kahoot!








Slide 46 - Tekstslide

Week 22-26 maart


Lesdag 1
Lezen hoofdstuk 2 activiteitenboek blz 20-21 (havo, ongeveer aan het eind van het boek)

Lesdag 2
Herhaling na aanleiding van de toets. 
Onderdeel: lezen, spelling, grammatica of woordenschat
Hoofdstuk 1 activiteitenboek havo vanaf blz 11

Lesdag 3
Modules h1 grammatica/spelling & boekverslag & Kahoot!









Slide 47 - Tekstslide