Basisbewerkingen rekenen

Basisbewerking

optellen-aftrekken-vermenigvuldigen-delen

1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Basisbewerking

optellen-aftrekken-vermenigvuldigen-delen

Lesdoel

Aan het eind van deze les ken je de basisbewerkingen van rekenen en je kunt die toepassen.

De waarde van een getal

  • Het verschil tussen Cijfers en getallen

  • Hoe je een DHTE-schema invult

  • De waarde van een cijfer in een getal te bepalen

Waarde van een getal


E = eenheden

T = tiental

H = honderdtal

D= duizendtal

TD = tienduizendtal

HD = honderduizendtal

M = miljoental

Wat is de waarde van de 3 in het getal 5356

A

3

B

30

C

3000

D

300

Wat is de waarde van de 4 in het getal 4568

A

4000

B

4

C

40

D

400

Wat is de waarde van de 6 in het getal 65254

A

6000

B

60000

C

600

D

60

Hoeveel is 685+367? Reken uit met een DHTE schema.

A

1062

B

1052

C

1042

D

1072

Hoeveel is.. 21+32 =

Hoeveel is.. 12+56 =

Hoeveel is.. 81+42 =

Hoeveel is.. 52+36 =

Hoeveel is.. 89+58 =

Hoeveel is 685-367? Reken uit met een DHTE schema.

A

308

B

328

C

318

D

298

Hoeveel is.. 89-58 =

Hoeveel is.. 32-21 =

Hoeveel is.. 14-8 =

Hoeveel is.. 24-9 =

Hoeveel is.. 315-21 =



Reken uit zonder rekenmachine. 15 x 5 = ....

A

20

B

25

C

55

D

75

Hoeveel is 25 x 6?

Hoeveel is 750 gedeeld door 25? gebruik de haakdeling

Denk een momentje na of

je nog vragen hebt?

Welke vragen over deze les heb je nog?

2

minute

00

second

Zelfstandig aan het werk

Nu ga je aan het werk met de taken in Startrekenen.