Urinewegstelsel

Het urinewegstelsel

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Het urinewegstelsel

Slide 1 - Tekstslide

programma
  • Theorie urinewegstelsel anatomie en fysiologie
  • Afgewisseld met vragen 
  • Afronden

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je van het urinewegstelsel?
Geef minimaal 3 steekwoorden

Slide 3 - Woordweb

Lesdoelen
  • Je kunt de onderdelen van het urinewegstelsel benoemen
  • Je kunt de functie van het urinewegstelsel uitleggen
  • Je kunt beschrijven hoe de nieren zijn opgebouwd
  • Je kunt uitleggen hoe een nefron is opgebouwd en hoe urine gevormd wordt
  • Je kunt uitleggen hoe de urine het lichaam verlaat

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Functies van de nieren
  • filteren van de afvalstoffen uit het bloed en houden nuttige stoffen in het lichaam
  • aanmaak van hormonen voor aanmaak rode bloedcellen en het sterk houden van botten
  • regelen de bloeddruk 
  • op peil houden van de zuurgraad

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wat is de doorsnede van de nieren van buiten naar binnen?
A
nierbekken, nierschors, niermerg
B
nierschors, nierbekken, niermerg
C
nierschors, niermerg, nierbekken

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Waar in de nier vindt ultrafiltratie plaats?
A
nierbekken
B
nierlichaampje
C
nierbuisje
D
urineblaas

Slide 24 - Quizvraag

Hoeveel voorurine wordt er per etmaal in de nieren gevormd?
A
1,8 liter
B
18 liter
C
180 liter

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Welke verbinding zorgt voor de afvoer van urine vanuit de nieren naar de blaas?
A
urinebuis (urethra)
B
urineleiders (ureters)

Slide 36 - Quizvraag

Opdracht: Maken van een vochtbalans
Als je een vochtbalans maakt tel je alle intake bij elkaar op en hier trek je de output van af. 
Dit kan resulteren in een positieve of een negatieve vochtbalans.
Bij een negatieve vochtbalans is er meer output dan input. 

Slide 37 - Tekstslide