cross

VWO 2 hoofdstuk 5 2020

Welke 18 bijvoeglijke naamwoorden komen er voor het zn?
1 / 24
volgende
Slide 1: Open vraag
FransvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welke 18 bijvoeglijke naamwoorden komen er voor het zn?

Slide 1 - Open vraag

Tu as un(e) petit(e) ami(e)?
Oui, je suis amoureux/amoureuse!

Slide 2 - Tekstslide

Il (elle) s'appelle comment?
Il s'appelle Alexandre (ou un autre nom).

Slide 3 - Tekstslide

Il est comment Alexandre?
Il a les cheveux bruns et les yeux marron.

Slide 4 - Tekstslide

Il est plus jeune que toi?
Non, il est plus âgé que moi. Il a 15 ans.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe ziet groot, groter, groots eruit in het Frans?

Slide 6 - Open vraag

Écris les six verbes connus qui finissent: -re

Slide 7 - Open vraag

répondre
A
antwoorden
B
vertalen

Slide 8 - Quizvraag

entendre
A
luisteren
B
horen

Slide 9 - Quizvraag

rendre
A
terugbrengen
B
teruggeven

Slide 10 - Quizvraag

perdre
A
verliezen
B
winnen

Slide 11 - Quizvraag

ik verkoop
A
je vende
B
je vends

Slide 12 - Quizvraag

jij wacht
A
tu attendes
B
tu attends

Slide 13 - Quizvraag

conjugez le verbe suivent: attendre

Slide 14 - Woordweb

Qui est ton meilleur ami / ta meilleure ami?
C'est.......

Slide 15 - Tekstslide

il est sportif / elle est sportive?
Oui, il est très sportif, oui, elle est très sportive.

Slide 16 - Tekstslide

Qu'est-ce que vous aimez faire?
On aime jouer à la console.

Slide 17 - Tekstslide

voorbeelden bijvoeglijke naamwoorden

Slide 18 - Woordweb

Est-ce que ça va bien?

Slide 19 - Open vraag

Qu'est-ce que tu as fait pendant le week-end?

Slide 20 - Open vraag

Qu'est-ce que tu fais comme sport?

Slide 21 - Tekstslide

Vertaal: Mijn twee beste vriendinnen zijn Italiaanse meisjes.

Slide 22 - Open vraag

Vertaal: Mijn vader heeft een oude groene auto.

Slide 23 - Open vraag

l'amitié

Slide 24 - Woordweb