Gesprekstechnieken

Gesprekstechnieken
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens en maatschappijSecundair onderwijs

In deze les zitten 35 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Gesprekstechnieken

Slide 1 - Tekstslide

Inhoudstafel
  1. Factoren voor verandering bij psychotherapie
  2. Basisvaardigheden
  3. Specifieke gespreksvaardigheden
  4. Gesprekstechnieken bij kinderen 
  5. Casus (vechtscheiding)

Slide 2 - Tekstslide

Factoren voor verandering bij psychotherapie

  • Basishouding Hulpverlener
  • Kenmerken eigen aan cliënt
  • Placebo (hoop & verwachting)
  • Specifieke technieken 

Belang van hulpverleningsrelatie

Slide 3 - Tekstslide

Basisvaardigheden
  • Empathie
  • Echtheid 
  • Respect 


Gebaseerd op "client-centered therapie" (Rogers)

Slide 4 - Tekstslide

Specifieke gespreksvaardigheden 
1. Luisterrespons
2. Actierespons
3. Non-verbaal gedrag
4. procesmanagement

Slide 5 - Tekstslide

4 actie-responsen 
1. Vragen stellen
2. Confrontatie: beschrijving discrepantie
3. interpretatie: mogelijke verklaring gedrag client
4. (informatie geven)

Slide 6 - Tekstslide

Oefening

"Mijn geheim"
Stel om beurt een vraag en probeer mijn geheim te ontdekken

Slide 7 - Tekstslide

GESLOTEN VRAGEN 
  • Waarbij de antwoordmogelijkheden expliciet met de vraag worden meegegeven.
  • Vaak ja-neevragen 
  •  Voorgegeven categorieën

Vb: Heb je zin in koffie?
Wil je koffie, thee of water?
OPEN VRAGEN 

  • Waar de antwoordmogelijkheden niet worden beperkt
  • Beginnen met een vraagwoord
  • (Wie, wat, welke, waardoor, waarom, wanneer, hoe)

Vb: Wat wil je om te drinken?

Slide 8 - Tekstslide

Doel open vragen
  • Meest effectief 
  • Gesprek te beginnen 
  • Aanmoedigen en motiveren om meer te vertellen

Slide 9 - Tekstslide

Doel gesloten vragen
  • Onderwerp vernauwen 
  • Specifieke info te verkrijgen 
  • Praatvaardige cliënt onderbreken

Slide 10 - Tekstslide

Welke vragen stellen?
1. Vraag je af wat het doel van de vraag is:
 Exploreren (open vragen) of vernauwen (gesloten vragen)
2. Selecteer een gepast beginwoord (wie, wat, waarom,..)
3. Ga het effect van de vraag na

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld Louise 20j 
CL: " Ik weet niet waar te beginnen. Mijn relatie staat op springen. Mijn mama is recent ziek geworden en ik heb het moeilijk op school. "

HV: " Ik hoor dat er vanalles gebeurd is en dat je je overweldigd voelt. Welke van de 3 dingen die je daarnet genoemd hebt, geeft je het leest zorgen op dit moment? "

Slide 12 - Tekstslide

Caro 12j
"Ik voel me echt slecht deze week. Ik kan me op niets meer concentreren omdat ik weer eens ruzie met mijn zus heb. Ik heb het altijd moeilijk met dergelijke dingen. Ik verlies altijd. "

HV: "Ik hoor dat je een moeilijke week achter de rug hebt. Wat bedoel je precies met dergelijke dingen?"

Slide 13 - Tekstslide

4 actie-responsen 
1. Vragen stellen
2. Confrontatie: beschrijving discrepantie
3. interpretatie: mogelijke verklaring gedrag client
4. (informatie geven)

Slide 14 - Tekstslide

2. Confrontatie
Hulpverlener beschrijft conflict/ gemengde boodschap
Kan te maken hebben met: 
  • verschil verbaal en non-verbaal
  • Twee verbale boodschappen 
  • Twee non-verbale boodschappen
  • Verbale boodschap en context 
  • ...

Slide 15 - Tekstslide

Basisregels confrontatie
  • Correcte motivatie (om de juiste redenen)
  • Exploratief en niet corrigerend/ veroordelend
  • Concreet (specifiek voorbeeld) 
  • Focus op probleem niet op de persoon 
  • Op het juiste moment: vertrouwen

Slide 16 - Tekstslide

Voorbeeld 
"Je zegt dat je je op je gemak voelt en terzelfdertijd merk ik dat je aan je handen aan het prutsen bent."

"Enkele weken geleden vertelde je hoe belangrijk deze gesprekken voor je zijn. Nu merk ik dat je de afgelopen 2 afspraken hebt geannuleerd."

Slide 17 - Tekstslide

Seppe 11j

HV: "Je lijkt bezorgd om de scheiding van je ouders?"
CL: "Eigenlijk ben ik blij dat ze eindelijk gescheiden zijn."
(zegt dit op verdrietige toon)

HV: "Je zegt dat je gelukkig bent en terzelfdertijd hoor ik toch verdriet in je stem."

Slide 18 - Tekstslide

4 actie-responsen 
1. Vragen stellen
2. Confrontatie: beschrijving discrepantie
3. interpretatie: mogelijke verklaring gedrag client
4. (informatie geven)

Slide 19 - Tekstslide

3. Interpretatie
  • Nieuwe kijk en/ of verklaringen aanbieden 
  • Belang van metaforen 
  • Ga na of de interpretatie gebaseerd is op wat de cliënt zegt
  • Gebruik ik-boodschappen

Slide 20 - Tekstslide

Voorbeeld Heleen 27j 
CL: "Ik begrijp mezelf niet. Ik kan gemakkelijk seksueel opgewonden geraken als we niet thuis zijn, zelfs in de auto of op restaurant. Maar thuis lukt het me vrijwel nooit."
HV: "Ik kan verkeerd zijn maar het lijkt alsof je vooral seksuele opwinding ervaart als je op ongewone plaatsen bent. Mogelijks heeft het iets te maken met de "sleur", die spanning met zich meebrengt?"

Slide 21 - Tekstslide

Joris 18j 

"Ik ben niet meer gelukkig in mijn relatie en wil het al lang gedaan maken met mijn partner. Ik begrijp niet waarom ik het gewoon niet doe. "

HV: "Ik weet niet of dit de reden is maar kan het zijn dat je de stap niet durft  te zetten uit angst om je partner te kwetsen?"

Slide 22 - Tekstslide

4. Informatie geven


  • Verschilt van advies geven

Slide 23 - Tekstslide

Gesprekstechnieken bij kinderen
  • Focus op non-verbale signalen
  • Samen dingen doen
  • Spel, wandelen,...
  • Poppenkast en tekeningen zijn veelzeggend
  • Belang van metaforen

Slide 24 - Tekstslide

Casus 

Slide 25 - Tekstslide

Vechtscheiding en ouderschap


  • De andere ouder niet als goede ouder kunnen zien
  • Conflict wordt "nieuwe relatie

Slide 26 - Tekstslide

Effecten gedrag kinderen
  • Perfecte kind
  • "Bliksemafleiders"
  • Fysieke symptomen
  • Onverschilligheid
  • Verstoten van 1 ouder

Slide 27 - Tekstslide

Loyaliteitsconflict

Slide 28 - Tekstslide

Boek
Tekening: 2 huizen 

Slide 29 - Tekstslide

Voorbeeld tekening

Slide 30 - Tekstslide

Denk bij volgend filmpje na over hoe je het kan inzetten om met kinderen in gesprek te gaan

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link

Rollenspel per 2

Ga zelf aan de slag met de geziene gesprekstechnieken.
Wissel de rol van hulpverlener en cliënt/ kind af.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slotopdracht

Maak/ teken een beeld dat je met deze les associeert 

Slide 35 - Tekstslide