L3 Taalbeschouwing: zinsleer

L3 Taalbeschouwing: zinsontleding

leerstof bij cursus p. 34-36
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

L3 Taalbeschouwing: zinsontleding

leerstof bij cursus p. 34-36

Slide 1 - Tekstslide

1. enkelvoudige en samengestelde zinnen
2. zinsdelen: O, wwg/nwg, LV, MV, B
3. oefeningen + verbetering

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

meer theorie op p. 438-439 in jouw cursus

Slide 5 - Tekstslide

samenvatting zinsdelen
het schema vind je op Smartschool

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

NWG = ww + naamwoordelijk deel

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

stappenplan zinsontleding
  1. onderwerp --> wie/wat + pv?
  2. WWG (actie) of NWG ('=' of ZWoBBeLS)?
  3. lijdend voorwerp --> wie/wat + wwg + o?
  4. meewerkend voorwerp --> aan wie/wat + pv + o? 
  5. bepaling --> waar/wanneer/hoe/... + pv + o?

! geen LV in NWG, want dat noemen we het naamwoordelijk deel

Slide 16 - Tekstslide

Dat staat in het reglement van het tornooi.
A
NWG
B
WWG

Slide 17 - Quizvraag

Hermelien keek twijfelachtig naar het bord dat hij haar voorhield.
A
NWG
B
WWG

Slide 18 - Quizvraag

Ze zouden de Cruciatusvloek nooit gebruiken tegen de kampioenen.
A
NWG
B
WWG

Slide 19 - Quizvraag

Koekeroekus was opgetogen van opwinding bij het voorzicht dat hij een brief mocht bezorgen.
A
NWG
B
WWG

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

"Het piepkleine draakje geeuwde, rolde zich op en deed haar ogen dicht."
Benoem het zinsdeel: haar ogen.

Slide 23 - Open vraag

"Het piepkleine draakje geeuwde, rolde zich op en deed haar ogen dicht."
Benoem het zinsdeel: op, dicht.

Slide 24 - Open vraag

"Het piepkleine draakje geeuwde, rolde zich op en deed haar ogen dicht."
Benoem het zinsdeel: zich.

Slide 25 - Open vraag

"Misschien moet je Percy aanvallen als hij onder de douche staat."
Benoem het zinsdeel: onder de douche.

Slide 26 - Open vraag



Misschien moet je Percy aanvallen als hij onder de douche staat.

Slide 27 - Tekstslide

Oefenen maar!
  1. Bundel samengestelde zinnen (verbetering)
  2. Cursus p. 34: oefening 2 en 3 (verbetering)
  3. Uitdaging: Google Classroom (p. 35, oefening 4 en 5)
  4. Oefenen voor test: Bookwidget zinsontleding oefening
  5. Oefenen voor test: Diddit (aanmelden)

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide