Je kunt
☐avus, rosa, dōnum, bonus, dux, māter en corpus verbuigen in nominatief, vocatief, accusatief, genitief en datief.
☐de verbogen vormen van substantieven en adjectieven splitsen, determineren, vertalen en het grondwoord en het model ervan bepalen.
☐het onderwerp, het gezegde, het lijdend voorwerp, de aanspreking en het meewerkend voorwerp in een Latijnse zin aanduiden.
☐de naamval (nominatief, accusatief en datief), het genus en het getal van het persoonlijk voornaamwoord bepalen.