Lesson 20 - Test Revision


UNIT 1+2: Review
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


UNIT 1+2: Review

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesson Goal
Grammar:
Telling the time
Have got
Articles

Reading and understanding

Vocabulary: Unit 1 + 2
Why?

How much effort are you going to put into today's lesson?

Why?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Telling the time

Write down the correct time in full sentences

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

one
two
three
four
five
six
seven
eight
nine
ten
eleven
twelve

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12:30

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

15:15

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

05:25

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

19:45

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

GRAMMAR

FILL IN THE CORRECT FORM OF 
HAVE GOT’

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. _____ Max ______ a sister ? (?)

2. My uncle __________ three children.(+)

3. I ____________ two grandmothers. (+)

4. Nina _________ three cats and a got. (+)

5. My dad can't open the front door. He ________ a key. (-)

Slide 12 - Tekstslide

Answer:

1. Has Max got a sister?

2. My uncle has got three children.

3. I have got two grandmothers.

4. 
1. _Has_ Max __got____ a sister ? (?)

2. My uncle __has got_____ three children.(+)

3. I __have got ______ two grandmothers. (+)

4. Nina ___has got______ three cats and a got. (+)

5. My dad can't open the front door. He __has not got__ a key. (-)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

 GRAMMAR

 WRITE DOWN THE CORRECT ARTICLE

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lidwoord = Article
Als je in het Nederlands het lidwoord een voor een zelfstandig naamwoord zet, dan gebruik je in het Engels de lidwoorden a of an.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The
Gebruik je als je specifiek verwijst naar iets die al eerder is benoemd in een zin. 
Bijv: Can you pass me the salt?
A
Gebruik je voor woorden die beginnen met een medeklinker
Behalve by hour, euro, European, university, uniform
An
Gebruik je bij woorden die met een klinker beginnen
(A, E, I, O, U) : an apple
Of die lijken alsof ze met een klinker beginnen: an hour

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

articles:

sister
A
a
B
an

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

articles:

umbrella
A
a
B
an

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

articles:

hour
A
a
B
an

Slide 20 - Quizvraag

Regel:

an hour

Gebruik je bij woorden die met een klinker beginnen
(A, E, I, O, U) : an apple
Of die lijken alsof ze met een klinker beginnen

You should say, 'an hour' (because hour begins with a vowel sound).


articles:

American
A
a
B
an

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

articles:

uncle
A
a
B
an
C
the

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

articles:

Uniform
A
a
B
an

Slide 23 - Quizvraag

Regel

Gebruik je voor woorden die beginnen met een medeklinker

Behalve by hour, euro, European, university, uniform

Euro = 'J'
Vragen?

Slide 24 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Reading activity
Read the text.
Answer the questions

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Text 1: The Hemsworths

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Text 1: The Hemsworths
Question:
1. Chris and Liam are from Scotland. No. Australia.
2. Their father is an actor. It doesn't say.
3. Chris and Liam's hair is long and blonde. No. 
4. Chris and Liam are in different films. Yes.
5. They are the same age. No.
6. Gale and Thor can do the same things. No.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use of English

 CHOOSE THE ODD WORD OUT AND EXPLAIN WHY.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

America - Japanese - England - Germany

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

shorts - make-up - jeans - shirt

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

trousers - sweater - shorts - skirt

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vocabulary
Vocabulary - Fill in the correct word.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

When you are from America, you are....

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

When you are from France, you are....

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

When you are from Argentina, you are ________ .

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

When you are from England, you are _______.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

My father's daughter is my ..........

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A person’s male relative with the same parent(s)_____

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Your father's brother is your _____

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Your aunt's daughter is your _____ .

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A __________ is able to learn things fast.

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

A very well known person is ________.

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

When you are husband and wife, you are ________.

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

You wear these when you play basketball ________.

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vocabulary

 TRANSLATE THE WORDS TO ENGLISH

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Amerikaan

Slide 46 - Woordweb

Answer

American
uiterlijk

Slide 47 - Woordweb

Answer

appearance
tante

Slide 48 - Woordweb

Answer

aunt / auntie
dapper

Slide 49 - Woordweb

Answer

brave
land

Slide 50 - Woordweb

Answer

country

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies