Woche 8 3/3-9/3

uitdelen Arbeitsblatt voorbereiden TW3 
Netjes werken !!
Per onderdeel je goed verdiepen in de stof. 
Probeer zo duidelijk mogelijk voor jezelf te maken wát er lastig is bij dit onderdeel en hoe je het het best kunt leren. 
Geef verschillende mogelijkheden aan!
Per onderdeel goed onderzoeken welk materiaal je hebt.
Per onderdeel uitzoeken welk materiaal/ welke hulp je nog kunt gebruiken
Aan het eind vd les lever je het in!
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

uitdelen Arbeitsblatt voorbereiden TW3 
Netjes werken !!
Per onderdeel je goed verdiepen in de stof. 
Probeer zo duidelijk mogelijk voor jezelf te maken wát er lastig is bij dit onderdeel en hoe je het het best kunt leren. 
Geef verschillende mogelijkheden aan!
Per onderdeel goed onderzoeken welk materiaal je hebt.
Per onderdeel uitzoeken welk materiaal/ welke hulp je nog kunt gebruiken
Aan het eind vd les lever je het in!

Slide 1 - Tekstslide

Wilkommen!
Stunde 17 P3

Slide 2 - Tekstslide

Lernziele Stunde 17
voorbereiden TW 3
goed gebruiken voorzetsels
zelf korte nieuwsberichten schrijven

Slide 3 - Tekstslide

VT4 Woorden Grammatik en lezen (x3)
K3 Begegnungen:
Oefeningen A1,A2,A3,A4,A5,A6,A7,A9, A10, A11,A14abc,A15, A16,A17,A25b,A26, A28,A29, B1tm B3 B4, B5
Teil C S.88 Konjunktiv II theorie + C1,C2,C3,C4,
Teil C Passiv C5,C6,C7,C8,C9, C10,C11
Teil C S.96 Sinngerichtete Infinitivkonstruktionen statt ohne um C15
Teil C Reflexive Verben C12,13,14
Teil D1+2 S 97+98
Rückblick S26/27
Wortschatz
Woordenlijst Medien
Temporale Adverbien
Signaalwoorden p2,3,4 uit basiswoordenlijst


LZ Je weet wat er de komende periode van je verwacht wordt en hoe je te werk gaat.

Slide 4 - Tekstslide

Huiswerk....
Maken B5 a - combineer de werkwoorden met de zelfstandige naamwoorden in de verleden voltooide tijd. Oekraine werd binnengevallen... Let op DOOR = von Putin
Maken B4 neem de hele zin over en vul het goede voorzetsel in
Maken B5b schrijf korte nieuwsberichtjes (4 zinnen per onderwerp) Noem namen en getallen (uitschrijven!)

Slide 5 - Tekstslide

B5a
Ein Tor wurde geschossen.
ein Mitarbeiter wurde entlassen.
eine Ausstellung wurde eröffnet.
die Gespräche wurden geführt.
die Gemälde wurden versteigert.
ein Film wurde gezeigt.
ein Verbrechen wurde begangen.
die ausländische Gäste wurden empfangen.
die Benzinpreise wurde erhöht.
Die Reformen wurden umgesetzt


B4 
samen mondeling doornemen
 nog een oefening met voorzetsel

Slide 6 - Tekstslide

die Olympische Spielen
1. Viele Athleten bereiten sich monatelang ___ die Qualifikation für die Olympischen Spiele vor. (auf / für / gegen)
2. Das Internationale Olympische Komitee entscheidet ___ strengen Kriterien über die Austragungsorte. (nach / über / von)
3. ___ dem Ende des Wettbewerbstages wurden die offiziellen Ergebnisse veröffentlicht. (Nach / Vor / Bis)
4. Die Delegationen reisen gemeinsam ___ ihren Betreuern und medizinischen Teams an. (mit / von / bei)
5. Einige Sportler standen kurz ___ dem Ausscheiden, konnten sich aber noch qualifizieren. (vor / in / auf)
6. Die Weltrekorde wurden live ___ Millionen Zuschauern im Fernsehen verfolgt. (von / seit / hinter)
7. Die Veranstalter informierten ausführlich ___ die Sicherheitsmaßnahmen im Olympiapark. (über / für / gegen)
8. Das Olympische Feuer wurde ___ dem Hauptstadion entzündet und durch die Arena getragen. (in / hinter / auf)
9. Die Athleten marschierten feierlich ___ das Stadion ein, begleitet von Musik aus ihren Heimatländern. (in / auf / bei)
10. Einige Wettkämpfe ziehen sich ___ in den späten Abend hinein, besonders wenn es Wetterproblemen gibt. (bis / seit / von)

Slide 7 - Tekstslide

Antwoordmodel
1. auf
2. nach
3. Nach
4. mit
5. vor
6. von
7. über
8. in
9. in
10. bis

Slide 8 - Tekstslide

Nachrichten
https://www.zdfheute.de/video/zdfheute-xpress/heute-xpress-aktuelle-sendung-100.html
+ NOS overzicht

Slide 9 - Tekstslide

Herhalen Passiv
1 sich befinden – es (Passiv Präsens)
2 bestehen – die Prüfung (Passiv Präteritum)
3 gießen – die Blumen (Passiv Präteritum)
4 entstehen - ein neues Problem (Passiv Präteritum)
5 erfinden – ein neues Gerät (Passiv Präsens)
6 laufen – der Marathon (Passiv Präsens)
7 waschen – die Wäsche (Passiv Präteritum)
8 verschlingen – das Buch (Passiv Präsens)
9 steigen – die Preisen (Passiv Präsens)
10 greifen – die Maßnahmen (Passiv Präsens)

Slide 10 - Tekstslide

Oefenen Passiv Präteritum
Was ist alles letzte Woche passiert?
Schrijf per categorie twee korte nieuwsbericht in het Duits.
Je moet hierbij het Passiv Präteritum gebruiken (bijv. es wurde berichtet… / es wurden Maßnahmen ergriffen…).
Eén nieuwsbericht (5 zinnen) over escalatie Iran – VS – Israël:
En één bericht naar keuze (5 zinnen)
Gebruik voor informatie https://nos.nl

Slide 11 - Tekstslide

Wilkommen!
Stunde 18 P3

Slide 12 - Tekstslide

Lernziele Stunde 18
Nachrichten - Kijk en luistervaardigheid + uitspraak
Je weet wat wederkerende werkwoorden zijn en hoe je het wederkerend voornaamwoord vervoegt.

Je kunt aangeven wanneer je je 4e en 3e naamval bij wederkerende werkwoorden gebruikt. 

Slide 13 - Tekstslide

Nachrichten
Heute Xpress
IRAN
https://www.zdfheute.de/video/zdfheute-xpress/heute-xpress-aktuelle-sendung-100.html

Overzichtskaart regio
https://www.logo.de/fragen-antworten-iran-krieg-100.html

Slide 14 - Tekstslide

Nachrichten gestern - Prät Passiv - samen !
  1. Israel und die USA griffen den Iran mit gezielten Luftschlägen an. (greifen- )
  2. Der Iran reagierte und feuerte Raketen auf Israel sowie US‑Stützpunkte im Nahen Osten. 
  3. In mehreren Golfstaaten meldeten sie iranische Angriffe, darunter ein tödlicher Einschlag in Abu Dhabi. 
  4. die israelische Luftabwehr fing mehrere Raketen ab, während  die Sirenen heulten. 
  5. Zahlreiche Airlines sagten Flüge ab, da der Luftraum als zu gefährlich galt. 
  6. Die Bundesregierung startete Rückholaktionen für gestrandete Reisende. 
  7. Gleichzeitig stritten sich internationale Akteure über angemessene Reaktionen auf die Luftangriffe und deren Folgen. (streiten- )
SOMS MET ES WURDE......

Slide 15 - Tekstslide

eigene Nachrichten
laut vorlesen
Stimmen die Verben?

Slide 16 - Tekstslide

Reflexive Verben (nieuw!!)
(wederkerend werkwoord en voornaamwoord)

Slide 17 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden vervoegen
Om de wederkerende werkwoorden te kunnen gebruiken, moet je een werkwoord kunnen vervoegen. Hoe ging dat ook alweer?

--> Een werkwoord vervoegen:  stam + (fe) E – ST – T – EN – T – EN
  • stam = hele werkwoord (= infinitief) min -en/-n
  • kommen: komm-
  • arbeiten: arbeit-
  • regnen: regn-

Slide 18 - Tekstslide

Wederkerend werkwoord 'sich beeilen" (zich haasten)
ich              beeile  mich                      ik haast me
du               beeilst dich                       jij haast je
er/sie/es  beeilt   sich                       hij/zij/het haast zich    
wir               beeilen uns                      wij haasten ons
ihr                beeilt   euch                     jullie haasten je
sie/Sie       beeilen sich                      zij haasten zich/ u haast zich

Slide 19 - Tekstslide

Reflexive Verben
Obligatorisch - verplicht met zich
Fakultativ - "toevallig" soms met, soms zonder zich...

Slide 20 - Tekstslide

Obligatorisch 
Een wederkerend voornaamwoord is een werkwoord waarbij ‚zich‘ gebruikt wordt. Het wederkerend voornaamwoord slaat terug op het onderwerp van de zin. Zowel in het Duits als het Nederlands komen deze werkwoorden regelmatig voor.
Voorbeelden:
  • zich vergissen > ik vergis me      - Ich irre mich
  • zich verheugen > hij verheugt zich  - Er freut sich
  • zich interesseren > wij interesseren ons - Wir interessieren uns

Slide 21 - Tekstslide

S 24 fakultativ = toevallig wederkerend
Andere werkwoorden zijn toevallig wederkerend: Ze kunnen zowel zonder als met wederkerend voornaamwoord voorkomen.

Bijvoorbeeld:
  • Zich wassen – Ik was me. – Ich wasche mich.
        Ik was mijn hond. – Ich wasche meinen Hund.
  • Zich scheren – Hij scheert zich. – Er rasiert sich.
       Hij scheert zijn baard. – Er rasiert seinen Bart.

Slide 22 - Tekstslide

Bij deze toevallig wederkerende werkwoorden kan het wederkerend voornaamwoord in de 3e of 4e naamval staan. Het verschil tussen de 3e en de 4e naamval is alleen zichtbaar bij mir / mich en dir / dich. 
Bijvoorbeeld:  Ich wasche mir die Haare (+3)   -   Ich wasche mich (+4). 

Slide 23 - Tekstslide

Ich dusche ... (mij) jeden Morgen.
A
mir
B
ich
C
mich
D
mein

Slide 24 - Quizvraag

Ich kaufe ... (mij) ein Auto.
A
mich
B
mir
C
ich
D
mein

Slide 25 - Quizvraag

Du käufst .... (jou) ein Fahrrad.

Slide 26 - Open vraag

Du duschst ... (je) jeden Abend.

Slide 27 - Open vraag

Er käuft (zich).... ein Boot.

Slide 28 - Open vraag

jetzt üben (HW)
Machen
C12 - imperativ = 2e ps e.v. -st
C13 hele zinnen in schrift - invullen juiste voorzetsel +wedekerend voornaamwoord.

Slide 29 - Tekstslide

Wilkommen!
Stunde 19 P3

Slide 30 - Tekstslide

Lernziele Stunde 19
  1. Je kent de werkwoorden met het juiste voorzetsel
  2. Je kunt aangeven wanneer je je 4e en 3e naamval bij wederkerende werkwoorden gebruikt. 
  3. je kent de woorden van K13 Treffend

Slide 31 - Tekstslide

vaste constructies....
sich erinnern an
sich interessieren für
sich ärgern über
sich bewerben um
sich streiten
sich entschuldigen ...
sich waschen
sich befinden 
sich fürchten vor

Slide 32 - Tekstslide

nakijken HW C13
samen .....

Slide 33 - Tekstslide

Maken C14
Hele zinnen in je schrift...
Begrijp je het? 
teste dich selbst...




Slide 34 - Tekstslide

KLAAR?
woorden leren/herhalen K13 Treffend! Medien
Quizlet

Slide 35 - Tekstslide

allerlei van vorig jaar
https://www.schubert-verlag.de/aufgaben/uebungen_b1/b1_kap3_michundmir.htm

Slide 36 - Tekstslide

An die Arbeit!

verplicht:
  1. je kijkt het huiswerk na in Teams/ bestanden
  2. je maakt oefening C15, in ieder geval tm zin 6 in je schrift en controleert deze in Teams/bestanden
KLAAR?


keuze
  1. C15 zin 7 tm 10
  2. Arbeitsblatt Konjunktiv afmaken
  3. woorden treffend K13!
  4. signaalwoorden Quizlet (HW)
LZ3 je gaat aan de slag met voorbereidingen VT3

Slide 37 - Tekstslide

Infinitivkonstruktionen - Theorie bij Aufgabe C15
statt- zu  = in plaats van te.....
ohne- zu = zonder te...
um - zu = om te....

Hele werkwoord volgt.
Let op de woordvolgorde (zelfde als in NLs)
naamvallen blijven hetzelfde! Maar let op de betekenis! soms wordt keinen - einen of andersom
Let op samengestelde werkwoorden  = alles aan elkaar geschreven:
in plaats van geld uit te geven  = Statt Geld auszugeben....
LZ2  je begrijpt de Sinngerichtete Infinitivkonstruktionen C15

Slide 38 - Tekstslide

Signaal of verbindingswoorden
  1. Quizlet 10 minuten oefenen
  2. Quizletlive
  3. Maken opdrachten Arbeitsblatt signaalwoorden oefenen (HW)
LZ1 je kunt de signaalwoorden in de context plaatsen

Slide 39 - Tekstslide

Woche 8 3/3-9/3

Slide 40 - Tekstslide

Wilkommen!
Stunde 14 P3



Slide 41 - Tekstslide

Lernziel Stunde 12
Je kunt zelf een oefentoets maken over de stof van de toets.



Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Opdracht oefentoets
  • Maak een oefentoets waarbij je bij de onderdelen 2,3,4,6,7 (zie vorige slide)  5 oefenzinnen maakt. Dit zijn andere zinnen dan in het boekje.
  • Je mag gebruik maken van ChatGPT of Copilot.
  • Geef de instructie in het Nederlands met een voorbeeld erbij.
  • Je maakt de oefentoets in Word.
  • Je maakt een antwoordmodel op een aparte pagina in het document.
  • Je levert je oefentoets in via de aangemaakte opdracht in Teams voor vanavond 23.59 uur

Slide 44 - Tekstslide

Wilkommen!
Stunde 15 P3



Slide 45 - Tekstslide

Lernziel Stunde 12
Je kunt een oefentoets van een klasgenoot zonder hulpmiddelen maken.
Je kunt een oefentoets van een ander nakijken/ corrigeren.
Je kent de signaalwoorden.



Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Oefentoets klasgenoot
  1. Je maakt de oefentoets van een klasgenoot op papier.
  2. Als je klaar bent, lever je de toets in bij deze klasgenoot, en krijg je zelf ook een gemaakte toets terug.
  3. Deze corrigeer je. Je noteert het aantal fouten op het papier en geeft deze terug zodat ze verbeterd kunnen worden.
  4. KLAAR? even wachten - dan oefenen in Quizlet woorden

LZ Je kunt een oefentoets van een klasgenoot zonder hulpmiddelen maken.
LZ 2 Je kunt een oefentoets van een ander nakijken/ corrigeren.

Slide 48 - Tekstslide