Europese dag van de talen (2025-2026) - Jo

Europese dag van de talen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Europese dag van de talen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Een andere taal beheersen
is een tweede ziel bezitten"

Slide 2 - Tekstslide

Laat de leerlingen nadenken over deze quote. Wat zou dit betekenen?
Is het positief, negatief?
Het betekent dat een andere taal je een andere manier van denken, een ander perspectief en begrip van de wereld geeft, alsof je een tweede identiteit aanneemt. Elke taal biedt een unieke 'bril' om naar de wereld te kijken.
Bijvoorbeeld 'oma' - Ned. tov. Turks / brood tov. ekmek/khobz(Ar.)- feest tov Eid
Belang meertaligheid
Wist je dat....?
-  meertaligheid het leren van andere talen vergemakkelijkt?  Het verbetert ook je denkvermogen en het maakt het makkelijker om met andere mensen en culturen in contact te komen.
- meertaligheid ook economische voordelen heeft? Er zijn namelijk meer banen om uit te kiezen en je bent tegelijkertijd aantrekkelijker voor bedrijven.

 




Slide 3 - Tekstslide

Hoeveel talen spreken de leerlingen?

In Europa worden er steeds meer talen gesproken, de kennis van talen wordt dus steeds belangrijker.
TAALFEITEN
Wist je dat....?

- er wereldwijd tussen de 6000 en 7000 talen gesproken worden? 

- talen met elkaar verbonden zijn, net als een familie? De meeste Europese talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

- talen altijd in contact staan en elkaar daardoor beïnvloeden? Het Engels leende veel woorden en uitdrukkingen uit andere talen en nu gebruiken andere talen veel Engelse woorden.







Slide 4 - Tekstslide

Vraag de leerlingen welke Engelse woorden wij vandaag de dag gebruiken in het Nederlands (computer, meeting, downloaden, e-mail...)

Slide 5 - Tekstslide

Talen lijken soms op elkaar omdat ze van dezelfde "taalfamilie" komen. 
Vraag de leerlingen uit welke taalfamilie hun thuistaal komt. 
Zoom even in op de West-Europese talen zoals Frans, Duits, Deens... Hier komen later quizvragen over. 
Is de boom te klein -> open de pdf in bijlage van de mail. 
TAALFEITEN
Wist je dat....?

-binnen de Indo-Europese taalfamilie  de meeste Europese talen tot drie groepen behoren? Dit zijn de  Germaanse, Romaanse en Slavische taalfamilies. 
 
- de meeste Europese talen het Latijnse alfabet gebruiken, maar veel Slavische talen gebruiken het Cyrillisch alfabet. Grieks, Armeens, Georgisch en Jiddish hebben hun eigen alfabet.


 




Slide 6 - Tekstslide

Ook het Arabisch heeft een eigen alfabet (maar is geen Europese taal)
Ben jij een taaldetective? 

Slide 7 - Tekstslide

Je kan op basis van het taalniveau in jouw klas kiezen of je de oefening op slide 11 (makkelijker) of 12 maakt. 
Hoeveel verschillende talen worden er in Europa gesproken?
A
27 talen
B
60 talen
C
200 talen
D
500 talen

Slide 8 - Quizvraag

slechts 3% van alle talen in de wereld

Slide 9 - Tekstslide

Het is belangrijk dat de leerlingen weten dat het om het continent Europa gaat en niet om de Europese unie. 
In sommige landen zijn er dus meerdere talen, denk maar aan België. 
In welk land worden de meeste talen gesproken?
A
Indonesië
B
Papoea-Nieuw-Guinea
C
Australië
D
China

Slide 10 - Quizvraag

840 talen
Indonesië - 731
Australië - 235
China - 202

India: 18 officiële talen
Welke taal
hoort hier
niet thuis?
A
Nederlands
B
Frans
C
Engels
D
Deens

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verbind de talen met hun taalfamilies
Germaanse talen
Romaanse talen
Slavische talen
Nederlands
Italiaans
Zweeds
Russisch
Engels
Bulgaars
Sloveens
Portugees
Frans
Duits

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

<span style="font-weight:bold">Germaanse talen</span>
<span style="font-weight:bold">Slavische talen</span>
<span style="font-weight:bold">Romaanse talen</span>
riba 
(Sloveens)
fiskur
(Ijslands)
peste
 (Roemeens)
piscis 
(Latijn)
poisson 
(Frans)
ryba
(Russisch)
Fisch
(Duits)
vis 
(Nederlands)
riba
(Kroatisch)

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Lets
B
Pools
C
Grieks
D
Kroatisch

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Bulgaars
B
Lets
C
Servisch
D
Macedonisch

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Noors
B
Slowaaks
C
Italiaans
D
Albanees

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Turks
B
Slowaaks
C
Italiaans
D
Roemeens

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke taal
is dit?
A
Noors
B
Duits
C
Zweeds
D
Deens

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Palindroom

Slide 19 - Tekstslide

De leerlingen vullen straks zelf in wat een palindroom is. Laat hen kijken naar de voorbeelden zonder de betekenis uit te leggen.
Wat is een palindroom?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Palindroomzinnen in andere talen
- A man, a plan, a canal: Panama!
Een man, een plan, een kanaal: Panama! (Engels)
- Ésope reste ici et se repose. 
Ésope blijft hier en rust uit. (Frans)
- Al kasada sakla
Pak het en verberg het in de kluis. (Turks)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Waar bevind ik mij?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Frankrijk
B
Polen
C
Spanje
D
Duitsland

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Spanje
B
Turkije
C
Roemenië
D
Portugal

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Turkije
B
Portugal
C
Spanje
D
Rusland

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar bevind
ik mij?
A
Albanië
B
Turkije
C
Roemenië
D
Spanje

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wil jij nog meer oefenen? 
Dit kan via de volgende website: 
https://edl.ecml.at/en/Games
https://edl.ecml.at/en/Fun

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies