Les 2a De arbeiders

De industriële samenleving 
van Nederland


les 2a
De arbeiders
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De industriële samenleving 
van Nederland


les 2a
De arbeiders

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema: Industriële Samenleving van NL en Sociale Zekerheid
  • Benodigde lesmaterialen: Themakaternen, schrift/map, laptop, etui
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Intro
Ind.Sm
Ind.Sm



Ind.Sm
Herhaling/SO
Soc.Zek.
Soc.Zek.
Soc.Zek.
Herhaling/SO
SE 1

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
Aan het eind van deze les...
...ken je de begrippen en personen. (R)
...kan je herkennen en uitleggen welke gevolgen de industrialisatie had voor de arbeiders. (T2)

Slide 4 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Gevolgen van de industrialistatie

  • Huisnijverheid (gedaan door boeren) kan niet meer concurreren tegen de fabrieken.

  • Arbeiders trekken naar de stad: urbanisatie

  • Steden groeien erg snel: verstedelijking

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsomstandigheden
  • Saaaaaaaai (door arbeidsdeling/lopende band)

  • Lange werkdagen (14 uur per dag)

  • Gevaarlijk

  • Geen enkel recht

  • Lage lonen (bij fouten: loon inhouden)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

   Kinderarbeid
  • Goedkope arbeidskrachten

  • Ze zijn nog jong: je hebt er nog lang wat aan

  • Ze zijn goedkoper

  • Hun kleine handen kunnen beter op plekken tussen machines

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woonomstandigheden
  • Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)

  • Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)

  • Dichtbij fabrieken

  • Slechte hygiëne, riolering en watervoorzieining

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


In delen van Noord- en Oost-Nederland was het trouwens niet veel beter...

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat was een gevolg van
de industrialisatie
A
urbanisatie
B
decentralisatie
C
goede woningen
D
leerplicht

Slide 11 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Wat waren de arbeidsomstandigheden van de arbeiders?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit wat kinderarbeid is en waarom
fabrieken er graag gebruik van maakten.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe woonden de arbeiders?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke wet zorgde niet
voor een verbetering van de omstandigheden van arbeiders?
A
de woningwet
B
kinderwetje van Van Houten
C
leerplichtwet
D
grondwet van 1848

Slide 15 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Video
Welkom in de IJzeren Eeuw: 
arm en rijk

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Noem 1 voorbeeld waaruit blijkt dat de woonomstandigheden van de arbeiders
vaak zeer slecht waren.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem 1 voorbeeld waaruit blijkt dat de werkomstandigheden van de arbeiders vaak zeer slecht waren.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Welke bewering
over de afbeelding is juist?
A
De bron is kenmerkend voor de tijd rond 1850, want toen waren er nog geen fabrieken die het werk van de molens overnamen.
B
De bron is kenmerkend voor de tijd rond 1850, want toen werd de windmolen uitgevonden en rond de steden neergezet.
C
De bron is kenmerkend voor de tijd rond 1900, want toen begon de industrialisatie van Nederland met het gebruik van de windmolen.
D
De bron is kenmerkend voor de tijd rond 1900, want toen stapten de fabrikanten over op goedkope en milieuvriendelijke aandrijfkracht.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Met welke bedoeling
is deze ansichtkaart waarschijnlijk gemaakt?
A
De directie was trots op de fotografische techniek.
B
De directie was trots op de moderne fabriek.
C
De directie wilde protesteren tegen de onveilige werksituatie.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vormen van energie kende men vóór de Industriële Revolutie?
A
windkracht, stoomkracht, spierkracht
B
windkracht, waterkracht, spierkracht
C
waterkracht, stoomkracht, spierkracht
D
windkracht, stoomkracht, waterkracht

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In 1999 zei een Nederlandse minister:
"Ruim 300 jaar geleden had Nederland de modernste en snelst groeiende economie van de wereld. Zo was rond het jaar 1700 het inkomen 50% hoger dan bij de belangrijkste concurrent, Groot-Brittannië."

Was de situatie omstreeks 1800 nog zo?
A
Ja, Nederland was een modern land waar veel geld in de industrie werd verdiend.
B
Ja, Nederland was nog steeds het land waar de meeste mensen in fabrieken werkten.
C
Nee, de economie van Groot-Brittannië was moderner geworden dan de Nederlandse.
D
Nee, Groot-Brittannië en Nederland waren allebei een moderne industriële samenleving.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een uitspraak:

In Twente werden weefscholen opgericht zodat de huiswevers sneller konden werken.

Hoort deze uitspraak bij de periode vóór of na de Industriële Revolutie?
A
Voor
B
Na

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een uitspraak:

In Twentse steden werden grote wijken gebouwd met eenvoudige huizen voor de
textielarbeiders.

Hoort deze uitspraak bij de periode vóór of na de Industriële Revolutie?
A
Voor
B
Na

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
  • urbanisatie 
  • arbeidsomstandigheden
  • huisnijverheid
  • Industriële Revolutie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jaartallen 
uit deze les
  • 1874: Kinderwetje van Van Houten
  • 1901: leerplichtwet
  • 1902: woningwet
  • 1919: arbeidswet

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies