Le 11

Urologie
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Urologie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les inhoud
Werking urinestelsel
Aandoeningen aan het urinestelsel
Nierstenen
UWI met weefselinvasie
Blaastumoren
Vergrote prostaat

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aangeboren afwijkingen
  • polycysteuze nieren of cystenieren: een erfelijke aandoening.
  •  aangeboren vormafwijkingen: deze hoeven helemaal geen klachten te geven.
  • Verkeerde of dubbele aanleg van de ureters.
  • Vernauwing van het pyelum (nierbekken)

Slide 5 - Tekstslide

Door afname van de bloedstroom degenereert het nierweefsel en worden meerdere cysten en littekenweefsel gevormd. De nier is uiteindelijk niet meer in staat tot de normale functie en nierfalen volgt. Als de nierfunctie te ver is gedaald, is een niertransplantatie of dialyse de enige hoop op overleven.

Dit kan bij toeval gevonden worden. Als er echter een probleem is met de afvloed van urine, dan ontstaat een vergrote kans op infecties, steenvorming en verlies van nierfunctie. Er wordt alleen ingegrepen als een zorgvrager klachten heeft door de vormafwijking aan de nier(en);

Het nierbekken is een klein opvangreservoir voor de door de nefronen geproduceerde urine.


Stenen in de urineleiders en nieren
  • Stenen in de urinewegen ontstaan meestal hoog in de urinewegen als de urine extra veel afvalstoffen bevat. Deze afvalstoffen vormen kristallen. Meestal worden de kristallen zonder problemen uitgeplast. Soms blijven er echter kristallen achter in de nier. 

Slide 6 - Tekstslide

Steenvorming komt wel vaker voor bij zorgvragers:
die een stof in de urine missen die steenvorming tegengaat; hierdoor kunnen vooral de calciumzouten gemakkelijker neerslaan, tachtig procent van de urinewegstenen bestaat uit calcium;
met een zeer eiwitrijk- of zeer calciumrijk dieet;
die te weinig drinken of overmatig zweten;
met bepaalde aandoeningen als hoge bloeddruk;
met chronische urineweginfecties;
waar urinewegstenen in de familie voorkomen.
Welke klachten passen bij nierstenen?
A
Hematurie
B
Hevige krampende pijnaanvallen
C
Sterke bewegingsdrang
D
Misselijkheid en braken

Slide 7 - Quizvraag

wat is de behandeling bij nierstenen?
Wat weet jij van een van een uwi?

Slide 8 - Woordweb

strangurie: langzame en pijnlijke urinelozing;
pollakisurie;
dysurie: pijn bij het plassen;
zeurderige pijn in de onderbuik;
hematurie: bloed bij de urine;
bacteriurie: aanwezigheid van bacteriën in de urine;
leukocyturie; leukocyten in de urine;
vermoeidheid bij de zorgvrager;
verwardheid bij de zorgvrager (met name bij ouderen);
verhoging van de lichaamstemperatuur.
UWI met weefselinvasie
  • acute pyelonefritis (nierbekkenontsteking)
  • pyelitis (nierontsteking
  • glomerulonefritis (ontstoken glomeruli).
  • Veel meer pijn.
  • Bij niet tijdig behandeling-nierschade

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dubbel J en nefrodrain
De behandeling van aandoeningen aan de urineleiders en de nieren varieert per aandoening. Soms is het voldoende om medicatie te geven, zoals bij kleine niersteentjes, maar in andere gevallen is het inbrengen van een drain of zelfs een operatie noodzakelijk. Als de nieren hun werk niet meer doen is dialyse soms noodzakelijk.

  • Medicatie Spasmolytica

Slide 10 - Tekstslide

Een dubbel J katheter is een dunne katheter met aan beide uiteinden een lus. In beide lussen zitten gaatjes om de urine af te voeren. Een lus komt in de nier te liggen en de andere lus komt in de blaas. Een dubbel J katheter wordt in een of in beide urineleiders ingebracht via een cystoscopie over een voerdraad. Daarnaast wordt er een urinekatheter.
 ingebracht. Op beide katheters wordt een urinezak aangesloten.

Een nefrodrain is een siliconendrain met aan het uiteinde een krul of een ballon die men opblaast. Een nefrodrain wordt ook wel een nefrostomiekatheter genoemd. Een nefrodrain wordt onder echogeleide ingebracht op de afdeling Radiologie. Er wordt een naald in het nierbekken via de rug ingebracht. Daaroverheen wordt de nefrodrain tot in het nierbekken gebracht. Op een nefrodrain wordt een urinekatheter aangesloten. Rondom de insteekopening van de nefrodrain wordt een gaas geplaatst.
Nycturie
Pollakisurie
Polyurie
Oligurie
Anurie
Verhoogde urineproductie van meer dan 3 liter per dag. Past bij diuretica en diabetes mellitus
S'nachts wakker worden om te plassen. past bij hartfalen en prostaatproblemen
Urineproductie van minder dan 100ml/24 uur. Treed op bij shock en acute nierinsufficiëntie 
Verminderde urineproductie (minder dan 500 ml/24uur. kan voorbode zijn van nierproblemen maar ook tekort aan vocht.
Toenemen van de frequentie van de mictie terwijl de totale hoeveelheid urine niet toeneemt. Past bij cystitis

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Blaastumoren
Blaastumoren ontstaan vrijwel altijd vanuit urotheelcellen, de slijmvlieslaag aan de binnenkant van de blaas. De tumoren worden UCC of urotheelcelcarcinoom genoemd.
De verschijnselen van een blaastumor zijn aanvankelijk gering en lijken op een cystitis. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wordt diagnose van een blaastumor gesteld?
A
Bloed en urineonderzoek
B
Cystoscopie
C
X-thorax
D
CT-scan of MRI

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandelingen
Behandeling is afhankelijk van soort tumor
  • Immonutherapie (BCG-spoelingen)
  • Transurethrale resectie van een tumor (TURT) (via urethra)
  • Blaasspoeling met mitomycine
  • Soms combinatie mitomycine en BCG spoelingen
  • Radicale cystectomie

Slide 16 - Tekstslide

Immunotherapie is een behandeling die het afweersysteem helpt om kankercellen op te ruimen.


Cystectomie met ureretero-ileo-cutaneostomie volgens bricker
Cystectomie met een neoblaas

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergrote prostaat

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij al over een vergrote prostaat?

Slide 19 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Benigne prostaathyperplasie (BPH) is de goedaardige toename van het klierweefsel van de prostaat. Dit is normaal, de prostaat groeit gedurende het hele leven van de man. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke klachten heeft een man met een vergrote prostaat?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De Diagnose
Op basis van klachten en rectaal toucher (De (acute) urineretentie wordt verholpen door het plaatsen van een urethrale, of een suprapubische katheter. Hiermee wordt nierbeschadiging voorkomen.)
Bij verdenking maligniteit
PSA waarde bepalen - echo - biopten

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

TURP
Transurethrale resectie van de prostaat
wordt vooral toegepast bij een hypertrofische prostaat die klachten veroorzaakt, maar nog niet al te groot is.
Anders prostatectomie.
Bij maligniteit eventueel radicale prostatectomie

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Graag jullie feedback, mijn dank is groot.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Lesson-UP heeft er aan bijgedragen dat ik de lesstof begrijp!
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les
............................................................................

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies