Present Simple

Present Simple
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Present Simple

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes op
uit de volgende vragen

Slide 2 - Tekstslide

1. I ____
to school every day. (to come)

Slide 3 - Open vraag

2. He _____
his face every morning. (to clean)

Slide 4 - Open vraag

3. We _______
Chinese on Tuesdays and Thursdays. (to study)

Slide 5 - Open vraag

4. She _____
in Thailand. (to live)

Slide 6 - Open vraag

5. He _____
his bicyle at the weekend. (to ride)

Slide 7 - Open vraag

6. They _____
a nice English teacher. (to have got)

Slide 8 - Open vraag

7. He ______
in the park after school every day. (to run)

Slide 9 - Open vraag

8. We _____
football after school on Fridays. (to play)

Slide 10 - Open vraag

9. I _____
English every day. (to learn)

Slide 11 - Open vraag

10. We ______
in Amsterdam every weekend. (to be)

Slide 12 - Open vraag

Vragen & ontkenningen
Gebruik do of does

Slide 13 - Tekstslide

Vragen
Do/Does + persoon + werkwoord

Does Katie love school?
Do you eat a lot of junkfood?

Slide 14 - Tekstslide

Ontkenningen
Persoon + do/does + not + werkwoord
Katie does not love school.
You do not eat a lot of junkfood.

Slide 15 - Tekstslide

Let's practice!
LET OP! Schrijf overal de LANGE versie uit, anders rekent hij het fout.

DUS: do not & does not ipv don't en doesn't

Schrijf alleen op wat er mist in de zin (net als op je toets)

Slide 16 - Tekstslide

1. I ____
to school every day. (not - to come)

Slide 17 - Open vraag

2. _____
his face every morning? (he - to clean)

Slide 18 - Open vraag

3. We _______
Chinese on Tuesdays and Thursdays. (not - to study)

Slide 19 - Open vraag

4. She _____
in Thailand. (not - to live)

Slide 20 - Open vraag

5. _____
his bicyle at the weekend? (he - to ride)

Slide 21 - Open vraag

6. _____
a nice English teacher? (they - to have got)

Slide 22 - Open vraag

7. He ______
in the park after school every day. (to run)

Slide 23 - Open vraag

8. We _____
football after school on Fridays. (not - to play)

Slide 24 - Open vraag

9. I _____
English every day. (not - to learn)

Slide 25 - Open vraag

10. We ______
in Amsterdam every weekend. (not - to be)

Slide 26 - Open vraag

Hoe gaat het met de
Present Simple: positive
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Hoe gaat het met de
Present Simple: negative
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Hoe gaat het met de
Present Simple: questions
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

present simple (algemeen)
present simple (vragen)
present simple (ontkenningen)

Slide 30 - Tekstslide