Kneuzingen, verstuikingen, ontwrichtingen en botbreuk

Kneuzingen en verstuikingen

1 / 30
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEHBOSecondary Education

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kneuzingen en verstuikingen

Open met het idee dat deze verwondingen vaak op elkaar lijken doordat beide pijn, zwelling en soms een blauwe plek geven. De les onderscheidt daarna de letsels en koppelt dat aan juiste eerste hulp.

Lesdoel

Ik kan een kneuzing, verstuiking, ontwrichting en botbreuk herkennen en de juiste eerste hulp beschrijven.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen voor jou bij kneuzing of verstuiking?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte thema’s: pijn, zwelling, blauw, sport, vallen, enkel, koelen.

Twee letsels die vaak op elkaar lijken

Kneuzingen en verstuikingen worden vaak door elkaar gehaald.


Bij allebei zie je vaak:

  • pijn

  • zwelling

  • soms een blauwe plek of bloeduitstorting


Toch gaat het om twee verschillende verwondingen met een andere oorzaak.

Benadruk dat uiterlijk zichtbare signalen niet altijd genoeg zijn om meteen precies te weten wat er beschadigd is. Daarom kijk je ook naar hoe het letsel is ontstaan.

Wat is een kneuzing?

  • Beschadiging van onderhuids bindweefsel en spieren

  • Ontstaat door een val, slag of stoot

  • Er is geen open wond zichtbaar

  • Kan overal op het lichaam voorkomen

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van een kneuzing

Een kneuzing is meestal later te herkennen aan:

  • een blauwe plek

  • een bloeduitstorting

  • zwelling

  • pijn

  • moeilijker bewegen van het gekneusde lichaamsdeel

Noem dat de pijn en bewegingsbeperking komen doordat weefsel is beschadigd en gezwollen raakt.

Wat is een verstuiking?

  • Ook wel verrekking of verzwikking

  • Door een verkeerde beweging

  • Gewrichtsbanden, pezen of spieren raken te ver uitgerekt

  • Soms ontstaan kleine scheurtjes

Leg het verschil met een kneuzing scherp uit: bij een kneuzing werkt een uitwendige klap van buitenaf, bij een verstuiking gaat het om verdraaiing of overrekking.

Kenmerken van een verstuiking

Bij een verstuiking ervaart het slachtoffer vaak:

  • pijn

  • tijdelijk functieverlies

  • zwelling

  • soms een bloeduitstorting


Het lichaamsdeel bewegen of belasten gaat dan minder goed.

Deze slide heeft geen instructies

Blauwe plek en bloeduitstorting

Een zichtbare plek in de huid.


Door kneuzing van bloedvaatjes lekt bloed in het weefsel rondom.

Een inwendige bloeding.


Het bloed komt buiten de bloedvaten terecht, maar blijft wel in het lichaam, vaak onderhuids zichtbaar.

Blauwe plek

Bloeduitstorting

Deze begrippen liggen dicht bij elkaar. Maak duidelijk dat een blauwe plek is wat je ziet, terwijl bloeduitstorting beschrijft dat er bloed buiten de bloedvaten in het weefsel zit.

Waardoor ontstaat een verstuiking meestal?

A

Verkeerde beweging

B

Open wond

C

Harde snijwond

D

Brandwond

Toetst het kernverschil: een verstuiking ontstaat door verdraaiing of overrekking, niet door een uitwendige klap of wond.

Vul de begrippen in

Een kneuzing ontstaat vaak door een val, slag of stoot. Een verstuiking ontstaat door een verkeerde beweging. Bij allebei kun je zwelling zien en soms een bloeduitstorting.

kneuzing
verstuiking
zwelling
ontwrichting
mitella
coldpack

Laat leerlingen het onderscheid verwoorden: uitwendige oorzaak bij kneuzing, verkeerde beweging bij verstuiking.

Eerste hulp: direct koelen

Bij een kneuzing of verstuiking kun je het beste direct koelen.


Koelen:

  • vermindert de pijn

  • laat de zwelling afnemen

  • helpt in de eerste fase na het letsel

Blijf bij het gegeven stappenplan uit de bron. Vermijd uitbreiding met extra protocollen die niet in de lesinput staan.

Hoe koel je goed?

  • Koel 10–20 minuten

  • Herhalen mag

  • Gebruik lauw stromend water, een koude washand of een coldpack

  • Laat het slachtoffer het lichaamsdeel hooghouden tegen de pijn

Noem dat hooghouden tijdens en na het koelen extra steun en comfort geeft.

Extra steun na het koelen

Na of tijdens het koelen kun je zo nodig een druk-/steunverband aanleggen.


Dat geeft:

  • steun aan het lichaamsdeel

  • extra rust

  • hulp bij zwelling


Het verband moet stevig zitten, maar niet afknellen.

Deze slide heeft geen instructies

Druk-/steunverband aanleggen

  • Neem de zwachtel zo in de hand dat je in de rol kunt kijken

  • Begin onder de kneuzing of verstuiking

  • Zwachtel stevig, maar niet te strak

  • Werk in de richting van de romp

Laat eventueel met gebaren zien wat 'in de rol kijken' betekent: de rol ligt zo in de hand dat afrollen vlot en gecontroleerd gaat.

Druk-/steunverband afronden

  • Bedek per slag twee derde van de vorige slag

  • Zorg dat de hele plek bedekt is

  • Eindig boven de kneuzing of verstuiking

  • Zet vast met kleefpleister

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer moet het verband los?

Verwijder het druk-/steunverband als:

  • de pijn erger wordt

  • vingers of tenen verkleuren


Dat zijn signalen dat het verband mogelijk te strak zit.

Benadruk dat veiligheid vooropstaat: steun geven mag nooit de doorbloeding in gevaar brengen.

Hoe lang koel je een kneuzing of verstuiking meestal?

A

1–2 minuten

B

5–7 minuten

C

10–20 minuten

D

30–40 minuten

Plausibele afleiders zijn andere tijdsduren; correct is 10–20 minuten volgens het stappenplan.

Maak het stappenplan compleet

Bij een kneuzing of verstuiking kun je direct koelen om pijn te verminderen. Tijdens en na het koelen laat je het lichaamsdeel hooghouden. Een druk-/steunverband leg je stevig aan, maar niet te strak.

koelen
hooghouden
niet te strak
verwarmen
laaghouden
extra los

Controleert drie dragende stappen: koelen, hooghouden en verband niet te strak aanleggen.

Wanneer moet je een druk-/steunverband verwijderen?

A

Bij meer zwelling

B

Bij verkleuren

C

Na één slag

D

Voor het koelen

Correct is bij verkleurende vingers/tenen of erger wordende pijn; in de opties is verkleuren het duidelijke alarmsignaal.

Wat is een ontwrichting?

  • Een gewricht is uit de kom

  • Ontstaat vaak door een val of harde ruk aan een ledemaat

  • Komt bijvoorbeeld voor tijdens het sporten

Deze slide heeft geen instructies

Bij ontwrichting: niet terugzetten

Probeer een ontwricht gewricht niet zelf op zijn plaats te krijgen.


De kans is groot dat je:

  • extra schade veroorzaakt

  • meer pijn geeft

  • het letsel verergert

Dit is een cruciale EHBO-grens: ondersteunen en onbeweeglijk houden, maar niet manipuleren.

Wat is een botbreuk?

De meeste botbreuken ontstaan:

  • bij ongelukken

  • tijdens het sporten

  • door een valpartij


Als er veel kracht op een bot komt, kan het te ver doorbuigen en breken.

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van een botbreuk

Bij een botbreuk zie je vaak:

  • een abnormale stand

  • abnormale beweeglijkheid

  • veel pijn op de plek van de breuk


Bij een ribbreuk kan het slachtoffer moeite hebben met ademhalen.

Maak onderscheid met kneuzing/verstuiking: bij een breuk zijn standafwijking en abnormale beweeglijkheid belangrijke alarmsignalen.

Handelen bij ontwrichting en botbreuk

Vervoer regelen

Bel de huisarts(enpost) om in overleg het vervoer van het slachtoffer naar het ziekenhuis te regelen.

  • Laat het slachtoffer het letsel zelf ondersteunen

  • Houd het getroffen lichaamsdeel onbeweeglijk

  • Geef zoveel mogelijk steun en rust

Eerste opvang

Benadruk dat zelf ondersteunen vaak minder pijnlijk is omdat het slachtoffer instinctief de minst pijnlijke houding kiest.

Steun geven per lichaamsdeel

  • Onderarm, pols of hand → een mitella

  • Elleboog, bovenarm, sleutelbeen of schouderblad → een brede das

  • Been of heup → een dekenrol of ander stevig voorwerp

Gebruik de pijlvorm hier omdat de koppeling tussen letselplek en steunmiddel de kern van de slide is.

Wat doe je niet bij een ontwrichting?

A

Zelf terugzetten

B

Zelf laten steunen

C

Rust geven

D

Onbeweeglijk houden

Toetst de belangrijkste EHBO-grens uit dit blok: niet manipuleren of terugzetten.

Vul de juiste steunmiddelen in

Bij een letsel aan onderarm, pols of hand gebruik je een mitella. Bij elleboog, bovenarm, sleutelbeen of schouderblad gebruik je een brede das. Bij een breuk van been of heup geef je steun met een dekenrol.

mitella
brede das
dekenrol
zwachtel
coldpack
waskom

Alle drie de steunmiddelen komen letterlijk uit de inhoudsslides; laat leerlingen de koppeling letselplek-steunmiddel hardop toelichten.

Begrippenlijst

kneuzing - beschadiging van onderhuids bindweefsel en spieren door een val, slag of stoot

verstuiking - letsel waarbij gewrichtsbanden, pezen of spieren te ver worden uitgerekt

verzwikking - ander woord voor verstuiking

blauwe plek - zichtbare plek in de huid door gelekt bloed uit beschadigde bloedvaatjes

bloeduitstorting - inwendige bloeding waarbij bloed buiten de bloedvaten in het weefsel terechtkomt

druk-/steunverband - verband dat steun geeft en helpt bij zwelling

ontwrichting - letsel waarbij een gewricht uit de kom is

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

botbreuk - breuk in een bot door te grote kracht of doorbuiging

mitella - draagdoek om arm, pols of hand te ondersteunen

brede das - brede band of doek om arm of schoudergebied steun te geven

zwachtel - opgerold verbandmateriaal om een verband aan te leggen

coldpack - koud hulpmiddel om pijn en zwelling te verminderen

functieverlies - het lichaamsdeel kan tijdelijk minder goed gebruikt of bewogen worden

Deze slide heeft geen instructies