WEER,
HERFST
Lotte Dobbelaere & Stan Leye
WEER,
HERFST
Lotte Dobbelaere & Stan Leye
HET WEER
De cursisten kunnen:
· enkele veelvoorkomende weersomstandigheden benoemen.
· in eenvoudige zinnen vertellen hoe het weer is.
· de belangrijkste informatie uit een kort weerbericht begrijpen.
· uitleggen wat ze doen bij een eenvoudige weerwaarschuwing.
Lesdoelen
Les 1
Wat zie je?
Zon
Sneeuw
Regen
Regenboog
Wat zie je?
Zon
Sneeuw
Regen
Regenboog
Wat zie je?
Zon
Sneeuw
Regen
Regenboog
Wat zie je?
Zon
Sneeuw
Regen
Regenboog
HET WEER
Deze les
Basiswoordenschat
Weerkaarten
Leestekst
Mijn weerbericht
Vragen/quiz
Fragment 2
Is dit mooi weer?
Leg uit waarom.
Is dit mooi weer?
Leg uit waarom.
Het is mooi weer.
Het is zonnig weer.
De zon schijnt.
Het is warm.
De temperatuur ligt hoog.
Het is heet.
Is dit mooi weer?
Leg uit waarom.
Is dit mooi weer?
Leg uit waarom.
Het is bewolkt.
Het is grijs weer.
De wind waait.
De temperatuur ligt laag.
Het is koud.
Het is slecht weer.
Fragment 2
Herhaal de zinnen luidop.
Kies het passende woord.
Mooi weer
Vorst
Wind
Temperatuur
Kies het passende woord.
Mist
Zonnig
Koud
Bliksem
Kies het passende woord.
Bliksem
Heet
Sneeuw
Gladheid
Kies het passende woord.
Zon
Donder
Regen
Regenboog
Beschrijf het weer in twee korte zinnen.
Beschrijf het weer in twee korte zinnen.
Beschrijf het weer in twee korte zinnen.
Het weerbericht
Vandaag is het bewolkt in België. In Gent is het 12 graden.
Er waait een stevige wind. In de namiddag kan het regenen. Neem een jas en een paraplu mee. Morgen komt de zon
soms tevoorschijn. Het wordt iets warmer.
Instructie:
Lees het weerbericht.
Zoek de temperatuur.
Zoek de weersomstandigheden.
Zoek het advies.
Het weerbericht
Instructie:
Werk in duo.
Bekijk samen de afbeelding.
Maak een weerbericht op basis van de foto.
Het weerbericht moet drie zinnen lang zijn.
Het weerbericht moet advies geven.
Nadien stelt elk duo het weerbericht voor.
Ik kan
het weer beschrijven.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.
Ik kan
temperaturen begrijpen.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.
Ik kan een eenvoudig
weerbericht begrijpen.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.
WEER,
HERFST
Lotte Dobbelaere & Stan Leye
DE HERFST
De cursisten kunnen:
minstens vier kenmerken van de herfst benoemen.
vertellen wat er verandert aan het weer en in de natuur.
herfstkleding en activiteiten benoemen.
de belangrijkste informatie uit een korte herfsttekst begrijpen.
vertellen over een activiteit die ze graag doen in de herfst.
Lesdoelen
Les 2
DE HERFST
Deze les
Basis woordenschat.
Veranderingen natuur beschrijven.
Herfstkleding en -activiteiten.
Leestekst.
Voorstellen herfstactiviteit.
Fragment 1
Is het herfst?
Leg uit waarom.
Is dit herfst?
Leg uit waarom.
We zijn in het najaar.
Het is kouder weer.
De dagen worden korter.
We gaan over op winteruur.
De wordt vroeger donker.
Fragment 2
Kies het passende woord.
Warme trui
Sneeuw
Mist
Bos
Kies het passende woord.
Verkleurde bladeren
Regen
Zomer
Grijs
Kies het passende woord.
Temperatuur
Jas
Winteruur
Laarzen
Fragment 3
Beschrijf in enkele korte zinnen wat je ziet.
Beschrijf in enkele korte zinnen wat je ziet.
Beschrijf in enkele korte zinnen wat je ziet.
Het is herfst.
Het is herfst in België. Het wordt kouder en de dagen worden korter. Soms regent het. Soms schijnt de zon.
De bladeren aan de bomen worden geel, rood en bruin.
Ze vallen op de grond. Mensen dragen een jas en warme schoenen. In de herfst wandelen veel mensen in het bos. Ze zoeken kastanjes en eikels. Thuis drinken ze graag warme thee of eten ze pompoensoep.
Instructie:
Lees de tekst.
Duid de woorden aan die je kent.
Duid nieuwe woorden aan.
Nadien overlopen we alles.
Plan een herfstdag
Instructie:
Werk in duo.
Plan samen een herfstdag.
Kies kleding, activiteit en iets om te eten of te drinken.
Het plan moet uit drie zinnen bestaan.
Nadien stelt elk duo het plan voor.
Ik kan kenmerken van
de herfst benoemen.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.
Ik kan vertellen wat herfstkleding is.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.
Ik kan een
herfstdag beschrijven.
Heel goed.
Goed.
Een beetje.
Nog niet.