donderdag 15 januari

donderdag 15 januari
Quiz
Voorbereiden summative luisteren en orals
SpreekbeurtBingo
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

donderdag 15 januari
Quiz
Voorbereiden summative luisteren en orals
SpreekbeurtBingo

Slide 1 - Tekstslide

autorijles

Slide 2 - Woordweb

recyclen

Slide 3 - Woordweb

verpleegkundige

Slide 4 - Woordweb

de beste ...
A
nieuwjaar!
B
wensen!
C
geluk!

Slide 5 - Quizvraag

Wat wordt vaak rond Oud en Nieuw verkocht?
A
Oliebollen
B
Vuurwerk
C
Kerstversiering
D
Snoepgoed

Slide 6 - Quizvraag

Welke traditie is populair in Nederland?
A
Paasbrunch
B
Nieuwjaarsduik
C
Feestvuurwerk
D
Kerstboom versieren

Slide 7 - Quizvraag

Wie mag instructeur zijn voor rijles?
A
Gecertificeerde rijinstructeur
B
Een vriend
C
Iedereen
D
Familielid

Slide 8 - Quizvraag

Wat betekent een rood verkeerslicht?
A
Doorrijden
B
Stoppen
C
Snelheid verhogen
D
Afslagen

Slide 9 - Quizvraag

Wat moet je altijd dragen tijdens het rijden?
A
Halsdoek
B
Zonnebril
C
Veiligheidsgordel
D
Handschoenen

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het doel van een rijles?
A
Verkeersveiligheid verbeteren
B
Parkeerkosten verlagen
C
Snelheid verhogen
D
Auto leren verkopen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de minimale leeftijd voor autorijles?
A
20 jaar
B
18 jaar
C
16 jaar
D
17 jaar

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

SpreekbeurtBingo

Slide 14 - Tekstslide

Spreekbeurt bingo
- Schrijf 10 woorden op over De kerstvakantie. (4 minuten)

Ronde 1
- Leerling A geeft een "spreekbeurt" van 1 á 2 minuten over De Kerstvakantie. Leerling B checked de tien woorden.
- Nabespreken van woorden.

Ronde 2
- Leerling B geeft een "spreekbeurt" van 1 á 2 minuten over De Kerstvakantie. Leerling B checkt de tien woorden.
- Nabespreken van woorden.

Slide 15 - Tekstslide

Kies één opdracht uit. Kies een geschikt teksttype uit de opties die onder de opdracht staan. Gebruik 70 tot 150 woorden.

1.
Bij een schoolfeest heb je twee toegangskaartjes gewonnen voor een sportevenement. Schrijf een tekst waarin je een vriend uitnodigt om met je mee te gaan. Leg uit hoe je naar het stadion reist en waarom je dit een leuke sport vindt.

Ansichtkaart
Social media post
Toespraak






2.
Je hebt vorige week gegeten in een uniek restaurant bij jou in de buurt en je wil iedereen in de schoolkookclub erover vertellen. Schrijf een tekst om uit te leggen waarom dit een bijzonder restaurant is en waarom iedereen hier zou moeten eten.

Ansichtkaart
Blog
Toespraak



3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail



4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 16 - Tekstslide


2.
Je hebt vorige week gegeten in een uniek restaurant bij jou in de buurt en je wil iedereen in de schoolkookclub erover vertellen. Schrijf een tekst om uit te leggen waarom dit een bijzonder restaurant is en waarom iedereen hier zou moeten eten.

Ansichtkaart
Blog
Toespraak








3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail



4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 17 - Tekstslide




3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail





4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 18 - Tekstslide


4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 19 - Tekstslide

Wanneer eet je het ontbijt?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds

Slide 20 - Quizvraag


A
Waddeneilanden
B
Flevoland
C
Afsluitdijk

Slide 21 - Quizvraag


A
Vlieland
B
Texel
C
Zeeland
D
Flevoland

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de echte naam van Sinterklaas?
A
Sint Nico
B
Sint Maarten
C
Sint Nicolaas
D
Sinterklaas

Slide 23 - Quizvraag

Op welke datum is
Sinterklaas jarig?
A
1 December
B
6 December
C
24 december
D
5 november

Slide 24 - Quizvraag

Hoe heet het paard van
Sinterklaas ?
A
Ozosnel
B
Rudolf
C
Goed weer vandaag
D
Pedro

Slide 25 - Quizvraag

Met wat voor een boot komt Sinterklaas naar België?
A
Roeiboot
B
Vrachtschip
C
Stoomboot
D
Zeilboot

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

stemmen
ik stem
A
jij stem
B
jij stemt

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de juiste vervoeging van het werkwoord 'lezen' voor 'wij'?
A
Wij lees
B
Wij lezen
C
Wij leest

Slide 29 - Quizvraag

Hoe vervoeg je het werkwoord 'schilderen' in de tegenwoordige tijd?
A
Jij schildert
B
Jij schilderen
C
Ik schilder
D
Ik schilderen

Slide 30 - Quizvraag


Vervoeg in de tegenwoordige tijd.
A
vind
B
vint
C
vindt
D
vond

Slide 31 - Quizvraag


Is dit een kunstwerk van Leonardo da Vinci?
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quizvraag

Leonardo Da Vinci
A
De Nederlandse opstand
B
Reformatie
C
Renaissance
D
Begin Europese expansie

Slide 33 - Quizvraag

Leonardo Da Vinci was een:
A
Politicus
B
Homo Universalis
C
Handelaar
D
Schilder

Slide 34 - Quizvraag

Leonardo da Vinci

Slide 35 - Woordweb

Slide 36 - Link

Sinterklaas

Slide 37 - Woordweb

Leonardo

Slide 38 - Woordweb

deze les

Slide 39 - Woordweb

Slide 40 - Link

Slide 41 - Link

verkiezingen (elections)

Slide 42 - Woordweb

Slide 43 - Video

Slide 44 - Video

verkiezingen (elections)

Slide 45 - Woordweb

Slide 46 - Link

Slide 47 - Link

Stencils

Slide 48 - Tekstslide