2tvm partir sortir sentir

Je (sortir, présent) ___ tous les soirs.
A
sort
B
sortais
C
sors
D
je suis sorti(e)
1 / 16
volgende
Slide 1: Quizvraag
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Je (sortir, présent) ___ tous les soirs.
A
sort
B
sortais
C
sors
D
je suis sorti(e)

Slide 1 - Quizvraag

Daisy (sortir, passé composé) ___ hier-soir.
A
est sortie
B
es sortie
C
est sortis
D
est sorties

Slide 2 - Quizvraag

je sens komt van het werkwoord sentir.

sentir......
A
heeft een passé composé met hulpww avoir
B
heeft een passé composé met hulpwerkwoord être

Slide 3 - Quizvraag

Daisy (sentir, passé composé) le café dans la cuisine
A
est sentie
B
es sentie
C
a senti
D
a sentie

Slide 4 - Quizvraag

je pars komt van het werkwoord partir.
partir......
A
heet een passé composé met hulpww avoir
B
heeft een passé composé met hulpww être

Slide 5 - Quizvraag

Daisy (partir, passé composé) en France
A
est partie
B
est parti
C
a partie
D
a parti

Slide 6 - Quizvraag

"Wij vertrekken"

Slide 7 - Open vraag

Wij hebben geroken

Slide 8 - Open vraag

Jullie zijn uitgegaan (mnl mv)

Slide 9 - Open vraag

Jullie zijn uitgegaan (vrl mv)

Slide 10 - Open vraag

Zij zijn vertrokken (vrl mv)

Slide 11 - Open vraag

Zij heeft gevoeld

Slide 12 - Open vraag

Wij voelen

Slide 13 - Open vraag

Ik vertrek

Slide 14 - Open vraag

Hij vertrekt

Slide 15 - Open vraag

Wij zijn vertrokken (mnl mv)

Slide 16 - Open vraag