Evaluatie 1C

1C
Wat hebben we aan kennis / vaardigheden behandeld
Wat wisten jullie al?
Wat was nieuw
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1C
Wat hebben we aan kennis / vaardigheden behandeld
Wat wisten jullie al?
Wat was nieuw

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis
Anatomie/pathologie
Klinisch redeneren
Dementie bijv als onderwerp bij klinisch redeneren
Technologie

Slide 2 - Tekstslide

Dementie

Slide 3 - Tekstslide

Hoeveel vormen van dementie zijn er?
A
3
B
5
C
10
D
> 50

Slide 4 - Quizvraag

Meest voorkomende:
- Alzheimer 
- Vasculaire  dementie
- Lewy-body dementie
- Ziekte van Pick / Frontotemporale dementie (FTD)
- Korsakov (neurocognitieve stoornis door middelen)

Slide 5 - Tekstslide


Wat betekent afasie?
A
Moeilijk handelingen uit kunnen voeren
B
Taalstoornis
C
Kent functie gebruikersvoorwerp niet meer
D
Ernstige vergeetachtigheid

Slide 6 - Quizvraag

Antwoorden

Afasie:  Taalstoornis, de oudere  heeft moeite met het vinden van het goede woord en begrijpt niet wat er gezegd wordt.

Apraxie: Verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren, zoals het betalen bij de kassa.

Agnosie: De zorgvrager kent de functie van gebruiksvoorwerpen niet meer. 

Geheugenstoornis: vele malen erger dan vergeetachtigheid. 

Slide 7 - Tekstslide

Dementie kent vier fases. Welke fase is de bedreigde ik (begeleidingsbehoeftige fase)
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3
D
Fase 4

Slide 8 - Quizvraag

Antwoorden:

Fase 1: bedreigde ik (begeleidingsfase)
Fase 2: verdwaalde ik (verzorgingsbehoeftige fase)
Fase 3: verborgen ik (verplegingsbehoeftige fase)
Fase 4: verzonken ik (ook verplegingsbehoeftige fase)

Slide 9 - Tekstslide

Welke benaderingswijzen voor iemand met dementie bestaan er?
(meer zijn goed, 1 kiezen)
A
Realiteits- en oriëntatie benadering (ROB)
B
SOAP
C
Validation
D
Snoezelen

Slide 10 - Quizvraag

Juiste antwoorden waren:


- Realiteits- oriëntatie benadering (fase 1, soms in 2)
- Validation (fase 2 en 3)
- Snoezelen (fase 4)


Slide 11 - Tekstslide

Klinisch redeneren 

Slide 12 - Tekstslide

Wat is klinisch redeneren?
A
Methode om informatie te ordenen
B
Methode om informatie te verzamelen voor verpleegplan.
C
Methode om gezondheidstoestand te observeren
D
Methode om zorg- situatie te analyseren en acties in te zetten

Slide 13 - Quizvraag

Klinisch redeneren =
- Doe je continue als verpleegkundige 
- Theorie koppelen aan praktijk
- Volgens een methode gegevens analyseren en acties uitzetten op een systematische manier. 

Het doel van klinisch redeneren is om onderbouwd tot een beslissing te komen welke zorg voor een zorgvrager nodig is.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Stappen & redeneerhulpmiddelen
Stap 1: oriënteren op situatie (bijv. SBAR/MEWS/ABCDE)
Stap 1a: informatie verzamelen, stap 1b: risicoanalyse,  stap 1c: collega informeren indien nodig

Stap 2: mogelijke problemen in kaart brengen (Omaha/gordon)
Orgaansystemen uitwerken (Marc Bakker)
Stap 2a: gegevens ordenen, stap 2b: hypothesen formuleren, stap 2c verbanden leggen.

Stap 3: Aanvullende observaties en onderzoeken (bijv. observatielijst of meting)
Stap 4: verpleegkundig beleid (PESDIE)
Stap 5: verloop monitoren (SOAP)
Stap 6: reflectie (STARRT)

Slide 16 - Tekstslide

In welke fase plaats je meetinstrumenten?
A
Fase 1 : oriëntatie situatie
B
Fase 3: aanvullende observaties/onderzoek
C
Fase 4: verpleegkundig beleid vaststellen
D
Fase 5: verloop monitoren / rapportage

Slide 17 - Quizvraag

Client Slikke:
- Pols van 120
- Tensie 170/50
- Temp 38,2
- Ademhaling 15
- Suf 

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de MEWS van dhr Slikke?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Waar staat SBAR voor?

Slide 21 - Open vraag

SBAR: 
Als je de arts of een collega besluit te bellen, is de SBAR een goed hulpmiddel om informatie helder en geordend over te brengen. De afkorting SBAR staat voor:
  • Situatie – Wie ben jij, over welke zorgvrager gaat het en wat is het probleem?
  • Behandeling – Wat zijn de voorgeschiedenis en achtergrond tot nu toe?
  • Analyse – Wat is jouw beoordeling van actuele en mogelijke problemen in de situatie?
  • Respons – Wat wil je dat er gebeurt

Slide 22 - Tekstslide

Technologie
Artikel

Slide 23 - Tekstslide

Evaluatie 1C




 
Ontbrekende kennis over ?
Anatomie/Pathologie?
Dementie?
Het stappenplan van het klinisch redeneren?
Welke conclusie kunnen jullie trekken over het eigen leerproces ?
Formuleer leerdoelen mbt de ontbrekende kennis over de verschillende onderdelen?
Op welke wijze ga je deze kennis eigen maken ?

Slide 24 - Tekstslide

Evaluatie

Slide 25 - Tekstslide