Hoofdstuk 4 | Leefomgeving

Hoofdstuk 4 | Leefomgeving

Domein E: Leefomgeving

1 / 67
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 67 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4 | Leefomgeving

Domein E: Leefomgeving

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Introductie H4 ( Les 1)

Leerdoelen:
- Je (her)kent de stedelijke vraagstukken voor de komende jaren
- Je herhaalt de begrippen uit de onderbouw.

- Lezen en maken werkboek blz. 140/141.
"Toettoet wordt tringtring".
- Opdrachten 2 t/m 6

20

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Kenniseconomie (les 2)

- Je kent de vier functies die steden hebben

- Je kunt de begrippen drempelwaarde, reikweidte en verzorgingsgebied in eigen woorden uitleggen.

- Je kunt verklaren waarom de kenniseconomie en de creatieve economie zich vooral in de stad bevinden.

Deze slide heeft geen instructies

Wat verstaat men onder "functies van een stad"?

Deze slide heeft geen instructies

Op welk gebied zie jij de meeste problemen in een stad?

1

Wonen

2

Verkeer

3

Werk

4

Voorzieningen

Deze slide heeft geen instructies

De overheid mag meer gebruik maken van data van burgers

1


2


Deze slide heeft geen instructies

Wat biedt een stad t.o.v. een dorp?

Woordweb: leerlingen mogen hier steekwoorden droppen en die zetten we per functie in de juiste kleur.


Kleuren hebben geen 'functie'. 

Voorzieningen

Verkeer / OV

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

De stad van nu (1/2)

Moderne steden hebben divese functies. We onderscheiden: wonen, werken, voorzieningen en verkeer. 

 Ten opzichte van kleinere dorpen hebben steden meer voorzieningen. Voorbeelden zijn winkels, scholen, uitgaanscentra, gezondheidszorg, bestuurlijke kantoren.

 


Deze slide heeft geen instructies

De stad van nu (2/2)

De meeste van deze voorzieningen hebben een dusdanig grote reikwijdte, dat deze ‘publiek’ uit een grote regio aantrekken. -> voorbeeld bakker/sportclub.

Voor bedrijven belangrijk om te weten waar hun publiek vandaan komt, wat is hun verzorgingsgebied? Bedrijven hebben een drempelwaarde om te kunnen blijven bestaan.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Problemen in de stad?

Problemen in de stad: Milieuvervuiling, wonen en verkeer.

Verkeer -> (Geluids)overlast, files, ongelukken. -> Ook stoot verkeer veel uit. Veel steden daarom ‘autoluw’, ‘auto te gast’, OV stimuleren en deelauto’s/scooters. Beter voor de uitstoot &  voor de veiligheid

Wonen -> Weinig groen en weinig ruimte in de stad. Hierdoor is leefomgeving vervuild en woon je hier niet prettig. In de zomers erg warm door weinige groen in de stad

Milieu-vervuiling: veel afval (plus uitstoor verkeer)


Deze slide heeft geen instructies

Kenniseconomie (4.2)

Nederland heeft een hoogwaardige kenniseconomie. Innovaties en hersenkracht zijn de drijvende kracht achter deze economie. Marketing en Social Media zijn belangrijke afdelingen binnen bedrijven. Belevingseconomie: soms wordt een product of bedrijf meer waard door de beleving (ook door Social Media).

Bedrijven verkopen het meeste aan andere bedrijven en overheden, zakelijke dienstverlening, en niet aan consumenten.

 


Deze slide heeft geen instructies

Type stad/economie

Start-ups: kleine bedrijven ( < 10 werknemers) zitten vaak in de stad

1. Creative broedplaatsen. (vb: Strijp-S).
2. Grote bedrijven: Brainport ASML, Philips aan de randvan de stad > Science Parks

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Zelf doen deze les.

- Neem de aantekening over van het bord.
- Opdracht 1 blz. 144
- Opdracht 3 blz. 148

Zelf doen deze les


- Samenvatting maken
De stad van nu + Produceren in de stad, Aantrekkelijke stad- Blz. 144 -> opdr 1.
- Blz. 148 -> opdr 3 en 5

15

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Problemen in de stad(les 3)

  1. Je kunt stedelijke problematiek voor de functies wonen en verkeer beschrijven en klaren.

  2. Je kunt voordelen en risico's van digitalisering en verduurzaming van steden noemen.

  3.  Je kunt verklaren waarom er ook verliezers zijn in de kennis- en creatieve economie.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Zelf doen deze les


- Samenvatting
 Oplossingen voor lange termijn, Slimme oplossingen & Landelijk gebied
- Opdracht 5 en 6 blz. 144
- Opdracht 6 blz 148

Zelf doen deze les

- Maak de aantekening op het bord.
- Opdracht 5 en 6 blz. 144
- Opdracht 6 blz. 148

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Werkles (les 4)

- Werk opdrachten en aantekeningen van eerdere lessen uit.

- Opdracht 1-5-6 blz. 144/145
- Opdracht 2-3-5-6 blz. 148/149
- Leerdoelen blz. 142 en blz. 146.
(samenvatting)

Deze slide heeft geen instructies

Ruimte (les 5)

Leerdoelen:
- Je kunt in eigen woorden uitleggen waarom ruimtelijke ordening belangrijk is in Nederland.
- Je kunt beredeneren waarom samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers nodig is.

Deze slide heeft geen instructies

Ruimtelijke inrichting

Ruimtelijke ordening gaat over alle regels die er bestaan over de inrichting van de publieke ruimte ("wat mag waar?"

Overheid bepaalt dit:

  • Rijksoverheid / het Rijk (1)

  • Provincies (12)

  • Gemeenten (342)

  • Belangrijk is dat ideeën van gemeenten nooit in strijd mogen zijn met provincies of de rijksoverheid. Voor duidelijkheid: omgevingswet.



Deze slide heeft geen instructies

Ruimtelijke ordening & Beleid(2/2)

Sommige belangen overlappen.
-> Aangrenzende Gemeenten kunnen dezelfde wensen hebben.
-> Economishce belangen vs sociale belangen (vb. huizenbouw)


Ruimtelijk beleid: Plannen van de rijksoverheid over het hudige en toekomstige beleid (tot 2050) over het gebruik van de ruimte. Ook het bedrijfsleven kan hier inspraak op hebben, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Beleid wordt uitgewerkt in 'lagere niveaus', vaak gemeenten.

De gemeenten maken een bestemmingsplan voor hun gemeente die duidelijk aangeeft hoe de ruimte gebruikt kan worden.



Deze slide heeft geen instructies

Belangen

Veel belangen spreken elkaar tegen.
Zie ( en lees) artikel over de N279 van Den Bosch naar Helmond.

1. Welke overheidslaag is verantwoordelijk voor dit project?
2. Welke tegengestelde belangen herken je?
3. Wat vind jij een passende oplossing?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Nederland overvol?

Maar waarmee?

Deze slide heeft geen instructies

Geen ruimte?

- Wonen
- Bedrijven
- Recreatie
- Natuur.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet de stad er uit (les 6)

Paragraaf 4.4 Stedelijke ontwikkelingen.
- Welke verschillende stadsdelen zijn er?
* Diverse stadsontwikkelingen vanaf 1830 tot nu
- Waarom zijn er na 1990 grote veranderingen aangebracht in en rondom steden?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht

Klik in de volgende dia op de link.

Ga met jouw groepje het aangewezen deel van de tekst uitwerken.

Deze slide heeft geen instructies

Wijk 1

Wijk 2 (rechts)

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf het begrip 'Groeikern' in eigen woorden

Deze slide heeft geen instructies

Geef drie voorzieningen waarom mensen graag naar de stad komen?

Deze slide heeft geen instructies

Bron 18!!

- Verschil vroeger en nu

[ Denk logisch !!! ]


* Toename welvaart + mobiliteit en voorzieningen
* Verschil in woningen!
(Gentrification)


Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf 'Gentrification in eigen woorden

Deze slide heeft geen instructies

Rondom het centrum tref ik

A

Oude woonwijken

B

Nieuwe woonwijken

C

Opgeknapte woonwijken

D

Appartementen

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom 'Gentrification' ervoor zorgt dat jonge mensen in de stad blijven.

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent saneren

A

nieuwbouw

B

afscheiden

C

renoveren

D

slopen

Deze slide heeft geen instructies

In welke wijken heeft veel renovatie en sanering plaatsgevonden?

A

19e eeuwse woonwijken

B

Na-oorlogse wijken

C

Wijken met Galerijflats

D

VINEX wijken

Deze slide heeft geen instructies

Welk type woning zie je op deze afbeelding?

A

Rijtjeshuis

B

Arbeiderswoning

C

Vinex

D

Portiekflats

Deze slide heeft geen instructies

Geef twee bewonerskenmerken van de vorige foto.

Deze slide heeft geen instructies

Welk type woning zie je op onderstaande afbeelding

A

VINEX

B

Portiekflats

C

Galerijflats

D

Appartementen in centrum

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Ter Afsluiting

Vergelijk op de volgende afbeelding de twee wijken met elkaar op het gebied van:
- 2 woningskenmerken
- 2 bevolkingskenmerken

Deze slide heeft geen instructies

Wijk 1

Wijk 2

Deze slide heeft geen instructies

Woning- & bewonerskenmerken

  • Diverse type woningen kun je onderscheiden op basis van:

  • Ouderdom ( VOORoorlogs OF Na oorlogs

  • Type huis (rijtjeshuis, vrijstaand, flats bijv)

  • Eigendom ( Koop, particuliere huur of sociale huur)

  • Diverse type bewonerskenmerken om algemeen beeld te geven:

  • Leeftijd

  • Gemiddeld inkomen

  • Huishoudtype

Deze slide heeft geen instructies

Groeikernen (1970)

Deze slide heeft geen instructies

De inrichting van de openbare ruimte

Paragraaf 4.6
- Je kunt  de gevolgen beschrijven van stedelijk beleid voor de sociale veiligheid van wijken en buurten.

-

Deze slide heeft geen instructies

Ben je veilig of ben je veilig in je buurt?

  • Voor iedereen is bovenstaande vraag anders. Gemiddelden van een wijk zijn wel data van. Zie buurtprofiel hieronder of bron 20.

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheid

Subjectieve veiligheid
Voor ieder persoon in de wijk anders. Te achterhalen via enquêtes en buurtonderzoeken.
-> Hoe ervaar jij je buurt?
-> Hangt ook af van leeftijd, afkomst, inkomen

Objectieve veiligheid:
Dit kun je 'meten' door naar de feiten te kijken (inbraken, ongelukken etc)
->

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken openbare ruimte

Openbare ruimte = ruimte die voor iedereen toegankelijk is

1. Onderhoud: In welke staat zijn de voorzieningen (straatverlichting, afval etc..)

2. Overzichtelijkheid: Is de ruimte open, ga je op in de grauwe massa?
Dicht op elkaar gebouwd?

3. Toezicht: Is er toezicht (of lijkt dat zo..)?

Deze slide heeft geen instructies