Reken met procenten en van weken naar maanden

Rekenen met procenten en rekenen van weken naar maanden (en van maanden naar weken)
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rekenen met procenten en rekenen van weken naar maanden (en van maanden naar weken)

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Rekenen met procenten
  • Van procenten naar euro’s rekenen
  • Van euro’s naar procenten rekenen
  • Je kan van maanden naar weken rekenen
  • je kan van weken naar maanden rekenen 


Slide 2 - Tekstslide

Van procenten naar euro’s rekenen
  • Je rekent uit met hoeveel euro iets is gestegen

  • Dus je krijgt bijvoorbeeld de vraag:

  • Jack verkoopt vis voor 1,20. Hij wil de prijs van zijn vis met 15% verhogen. Met hoeveel euro wordt de vis duurder



Slide 3 - Tekstslide

Van procenten naar euro’s rekenen
  • Formule= Bedrag : 100 x 15%=
  • Jack verkoopt vis voor 1,20. Hij wil de prijs van zijn vis met 15% verhogen. Met hoeveel euro wordt de vis duurder.
  • De bovenstaande voorbeeld vraag reken je op deze manier uit:
  •  €1,20 : 100 x 15%= €0,18
  • Dus de prijs van de vis gaat met €0,18 omhoog, want €0,18 is 15% van €1,20

Slide 4 - Tekstslide

Van euro’s naar procenten rekenen
  • Je rekent uit hoeveel procent een bedrag tegenover een ander bedrag is.
  • Dus je krijgt bijvoorbeeld de vraag:
  • Merlijn verkoopt auto’s. Merlijn besluit zijn nieuwste auto’s €800,00 duurder te maken. Voor de prijsstijging verkocht hij zijn auto’s voor €24.800,00. Met hoeveel procent zijn de auto’s van Merlijn duurder geworden.



Slide 5 - Tekstslide

Van euro’s naar procenten rekenen
  • Formule: Deel : Het geheel x 100  
  • Merlijn verkoopt auto’s. Merlijn besluit zijn auto’s €800,00 duurder te maken. Voor de prijsstijging verkocht hij zijn auto’s voor €24.800,00. Met hoeveel procent heeft Merlijn zijn auto’s duurder gemaakt.
  • De bovenstaande voorbeeldvraag reken je op deze manier uit:
  • €800 : €24.800 x 100= 3,2%
  • Dus de auto’s van Merlijn zijn 3,2% duurder geworden. €800 van €24.800 is namelijk 3,2%

Slide 6 - Tekstslide

Berekenen hoeveel procent iets meer of minder is geworden 
  • Je rekent uit met hoeveel procent iets duurder is geworden, maar let op er staat nog niet bij met hoeveel euro iets is gestegen of gedaald.
  • Je krijgt bijvoorbeeld de volgende vraag:
  • In 2018 kon je voor €1,60 een liter benzine kopen. In 2019 betaal je €1,64 voor een liter benzine. Met hoeveel procent is de benzine prijs gestegen?



Slide 7 - Tekstslide

Berekenen hoeveel procent iets meer of minder is geworden
  • Formule=(Nieuw - oud) : oudx 100
  • In 2018 kon je voor €1,60 een liter benzine kopen. In 2019 betaal je €1,64 voor een liter benzine. Met hoeveel procent is de benzine prijs gestegen?
  • De bovenstaande voorbeeld vraag reken je op deze manier uit:
  • €1,64 - €1,60= €0,04
  • €0,04 : €1,60 x100 = 2,5%
  • De benzineprijs is dus in een jaar tijd met 2,5% gestegen. Dit is het geval, want de benzine werd €0,4 duurder en €0,04 is 2,5% van €1,60.

Slide 8 - Tekstslide

Van jaren naar maanden en weken
  • Het geldbedrag wat per jaar staat uitgedrukt kun je naar maanden terugrekenen door het jaarbedrag te delen door het aantal maanden in een jaar.
  • De formule wordt dan: Jaarbedrag : aantal maanden per jaar (dit zijn 12 maanden)
  • Het geldbedrag wat per jaar staat uitgedrukt kun je naar weken terugrekenen door het jaarbedrag te delen door het aantal weeken in een jaar.
  • De formule wordt dan: Jaarbedrag : aantal weken per jaar (dit zijn 52 weken)

Slide 9 - Tekstslide

Van maanden naar weken en naar een jaar
  • Het geldbedrag wat per maand staat uitgedrukt kun je naar een jaar terugrekenen door het maandbedrag keer het aantal maanden in een jaar te doen.
  • De formule  word: maandbedrag x aantal maanden per jaar (dit zijn 12 maanden)
  • Het geldbedrag wat per maand staat uitgedrukt kun je naar weken terugrekenen door het maandbedrag  om te zetten in een jaarbedrag & daarna het jaarbedrag terug te brengen naar een weekbedrag en te delen door het aantal maanden in een jaar.
  • De formule wordt dan: maandbedrag x aantal maanden per jaar (12) : aantal weken per jaar (dit  52 )
  • Letop je kan het maandbedrag niet door 4 delen. Veel mensen denken dat een maand 4 weken heeft, maar dit klopt niet helemaal. Een maand is net iets langer.
  • Deel je het maandbedrag door 4 dan wordt je antwoord te hoog. 

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeldvraag
  • Je verdient €4.000,00 per maand. Hoeveel euro verdien je per jaar en per week
  • Per jaar:
  • Formule= maandbedrag x aantal maanden per jaar
  • €4.000 x 12= €48.000,00 per jaar
  • Per week:
  • Formule= maandbedrag x aantal maanden per jaar : aantal weken per jaar 
  • €4.000,00 x 12 : 52= €923,08

Slide 11 - Tekstslide

Van weken naar maanden en naar een jaar
  • Het geldbedrag wat per week staat uitgedrukt kun je naar een jaar terugrekenen door het weekbedrag keer het aantal weken in een jaar te doen. 
  • De formule wordt dan: weekbedrag x aantal weken per jaar  
  • Het geldbedrag wat per week staat uitgedrukt kun je naar maanden terugrekenen door het weekbedrag om te zetten in een jaar bedrag & daarna het jaarbedrag terug te brengen naar een weekbedrag te delen door het aantal maanden in een jaar.
  • De formule wordt dan: weekbedrag x aantal weken per jaar  : aantal maanden per jaar 

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeldvraag
  • Voor een abonnement betaal je €5,25 per week. Wat zijn de kosten per maand van dit abonnement?
  • Formule:  weekbedrag x aantal weken per jaar : aantal maanden per jaar 
  • €5,25 x 52= €273,00 kosten per jaar
  • €273 : 12=€22,75

Slide 13 - Tekstslide