Neurologische aandoeningen deel 2
Neurologische aandoeningen deel 2
De les bundelt vijf thema's uit het hoofdstuk: Parkinson, duizeligheid, dementie/delier, medicatiebewaking en afleverinformatie. De centrale lijn is herkennen, behandelen en veilig begeleiden in de apotheek.
Leerdoel
Ik kan kenmerken, behandeling en aandachtspunten bij neurologische aandoeningen herkennen en uitleggen welke rol medicatiebewaking en goede voorlichting daarbij spelen.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden koppel jij aan neurologische aandoeningen?
Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag kort door op woorden als trillen, geheugen, duizeligheid, medicatie en veiligheid.
Ziekte van Parkinson
De ziekte van Parkinson is een neurologische aandoening met vooral problemen in de motoriek.
Volgens de lesstof ligt de oorzaak vermoedelijk in een stoornis in de aanmaak van een stof die nodig is voor een goed werkend autonoom zenuwstelsel. Daardoor raakt het evenwicht tussen het sympathische en parasympathische deel verstoord.
Houd de uitleg dicht bij de aangeleverde tekst, ook al is de moderne medische verklaring specifieker. Voor deze les is het belangrijk dat studenten het verstoorde evenwicht en de gevolgen herkennen.
Kenmerkende klachten
bewegingsarmoede
verhoogde spierspanning
beven van de handen (tremor)
maskergelaat
monotone, steeds zachtere spraak
Benadruk dat niet iedere patiënt alle klachten heeft en dat de ernst per persoon verschilt.
Verloop van de klachten
klachten zijn niet altijd aanwezig
ernst kan per dag verschillen
ook binnen één dag kunnen grote schommelingen optreden
naast lichamelijke klachten komen psychische klachten vaak voor
depressie komt relatief vaak voor
Maak duidelijk dat het wisselende beeld invloed heeft op dagelijks functioneren en op de beoordeling van effect van medicatie.
Behandeling bij Parkinson
Genezing is nog niet mogelijk. De behandeling is gericht op het verminderen van verschijnselen.
De keuze voor geneesmiddelen hangt af van:
het stadium van de aandoening
de leeftijd van de patiënt
de sociale omstandigheden
Vaak wordt een patiëntgebonden behandelschema gebruikt.
Noem dat het ziekteproces vaak doorgaat ondanks behandeling, waardoor men in de praktijk soms 'achter de feiten aanloopt'.
Levodopa als belangrijkste middel
de effectiefste behandeling is levodopa
levodopa is een bouwstof voor de benodigde overdrachtsstof
levodopa wordt gecombineerd met een enzymremmer
daardoor bereikt meer levodopa de hersenen
bijwerkingen kunnen minder hevig zijn
De tekst noemt gewone tabletten en tabletten met vertraagde afgifte. Dat onderscheid is belangrijk voor de bloedspiegel en voor correcte aflevering.
Andere middelen en bijwerkingen
amantadine: netto meer overdrachtsstof beschikbaar
ropinirol, pramipexol, pergolide: vergroten de hoeveelheid overdrachtsstof
biperideen remt het parasympathische zenuwstelsel
parasympathicolytica zijn door bijwerkingen geen eerste keus
Belangrijke bijwerkingen uit de tekst: onwillekeurige bewegingen, hoofdpijn, spierkrampen, verwardheid, slaperigheid, droge mond, obstipatie, plasproblemen en wazig zien. Ropinirol en pramipexol kunnen ook bij restless legs syndrome worden gebruikt.
Wat is het belangrijkste doel van behandeling bij Parkinson?
Genezing bereiken
Verschijnselen verminderen
Infecties voorkomen
Bloeddruk verlagen
De lesstof benadrukt dat genezing nog niet mogelijk is; de behandeling is gericht op vermindering van klachten en wordt patiëntgebonden opgebouwd.
Parkinson samengevat
Bij Parkinson is de motoriek verstoord. De effectiefste behandeling is levodopa, vaak samen met een enzymremmer zodat meer middel de hersenen bereikt.
Alle drie de ingevulde termen zijn kernbegrippen uit de Parkinson-slides.
Waarom is Parkinson soms lastig te beoordelen?
Bespreek dat het klachtenpatroon kan wisselen per dag en zelfs binnen één dag, en dat dit invloed heeft op functioneren en beoordeling van medicatie-effect.
Duizeligheid
Bij duizeligheid of vertigo heeft iemand het gevoel dat hijzelf of de omgeving draait. Daarom wordt ook gesproken van draaiduizeligheid.
De oorzaak ligt vermoedelijk in een stoornis van de evenwichtszin.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom duizeligheid lastig is
er zijn meer dan honderd aandoeningen waarbij duizeligheid voorkomt
de oorzaak kan lichamelijk of psychisch zijn
voor de arts is het vaak een puzzel
ongeveer de helft van de patiënten is ouder dan 65 jaar
Benadruk het verschil tussen klacht en diagnose: duizeligheid is een symptoom, geen ziekte op zichzelf.
Klachten en beloop
klachten kunnen acuut, aanvalsgewijs of geleidelijk ontstaan
duizeligheid kan ook chronisch aanwezig blijven
vaak samen met:
- misselijkheid
- hoofdpijn
- oorsuizen
- braken
- dubbelzien
De ervaring is vaak bedreigend voor de patiënt, omdat er een beweging wordt gevoeld die er in werkelijkheid niet is.
Behandeling van duizeligheid
Omdat de oorzaak vaak niet snel gevonden wordt, begint de behandeling meestal symptomatisch.
De huisarts behandelt dit meestal eerst zelf. Pas bij ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren of aanwijzingen voor een neurologische aandoening wordt een specialist betrokken.
Noem dat er een NHG-standaard is, zodat studenten zien dat de eerste lijn hierin een duidelijke rol heeft.
Middelen bij duizeligheid
cinnarizine wordt het meest gebruikt
werkt dempend op de hersenen
bijwerkingen: slaperigheid, duizeligheid, droge mond
betahistine is een ander preparaat
bijwerkingen: hoofdpijn en misselijkheid
Volgens de tekst is de precieze werking van deze middelen onbekend en zijn de klinische gegevens voor betahistine onvoldoende relevant.
Waarom start men bij duizeligheid vaak symptomatisch?
De klacht is zeldzaam
De oorzaak is vaak snel duidelijk
De oorzaak is vaak lastig te vinden
Een specialist ziet iedereen eerst
Dit toetst het onderscheid tussen klacht en oorzaak: duizeligheid is vaak een symptoom met veel mogelijke oorzaken.
Duizeligheid en behandeling
Bij vertigo voelt iemand een draaiende beweging. De huisarts start meestal met een symptomatische behandeling. Een veelgebruikt middel is cinnarizine.
De blanks volgen direct uit de slides over duizeligheid: begrip, aanpak en veelgebruikt middel.
Dementie en delirium
Dementie en delirium lijken soms op elkaar, maar het beloop en de oorzaak verschillen duidelijk.
Bij dementie is er meestal een chronische en langzaam toenemende achteruitgang. Bij een delirium ontstaat de verwardheid vaak plotseling.
Deze openingsslide zet het contrast neer dat in de volgende slides wordt uitgewerkt.
Dementie: kenmerken
komt vaker voor door de toename van oudere mensen
vooral bij mensen boven 70 jaar
toenemend geheugenverlies, vooral kortetermijngeheugen
achteruitgang van leervermogen
verandering in persoonlijkheid
Deze slide heeft geen instructies
Gevolgen van dementie
mensen vergeten alledaagse dingen, zoals een pannetje op het vuur
zelfstandig wonen wordt steeds moeilijker
in een later stadium herkennen patiënten soms partner of kinderen niet meer
herinneringen uit de vroege jeugd kunnen soms langer bewaard blijven
Gebruik concrete voorbeelden uit de tekst om de impact op dagelijks leven duidelijk te maken.
Alzheimer en behandeling
de belangrijkste oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer
vermoedelijk gaan hersencellen verloren of werkt hersenweefsel minder goed
middelen kunnen mogelijk de achteruitgang vertragen
ook gedragsproblemen kunnen soms wat afnemen
De tekst noemt rivastigmine, donepezil, galantamine en memantine. Het praktische effect in het dagelijks gebruik is volgens de bron nog onduidelijk en de middelen zijn duur.
Delirium herkennen
verwardheid en desoriëntatie staan op de voorgrond
begint vaak met een plotselinge gedragsverandering
kan verward worden met beginnende dementie
onderliggende lichamelijke oorzaak moet worden gezocht
Deze slide heeft geen instructies
Oorzaken van delirium
bij ouderen: uitdroging, geneesmiddelvergiftiging, infectie met koorts, heupfractuur
bij volwassenen van 30 tot 60 jaar: vaak alcoholvergiftiging of vergiftiging met andere stoffen
na behandeling van de oorzaak verdwijnen de klachten meestal ook
een delirium kan toch maanden duren
Noem dat mensen zich achteraf soms niet meer herinneren hoe ernstig de verwardheid was.
Welk verschil past bij delirium in plaats van dementie?
Sluipend begin
Vooral kort geheugenverlies
Plots gedragsverandering
Langzame achteruitgang
De distractors horen juist meer bij dementie. Delirium herken je hier aan het acute, plotselinge begin.
Dementie en delirium vergelijken
Bij dementie is de achteruitgang meestal chronisch en langzaam toenemend. De belangrijkste oorzaak is vaak Alzheimer. Een delirium begint juist vaak plotseling.
Laat studenten benoemen dat beloop en oorzaak helpen om beide beelden uit elkaar te houden.
Waar let je als eerste op bij een delirium?
Verwachte elementen: bij delirium moet de onderliggende lichamelijke oorzaak worden gezocht en behandeld; na behandeling verdwijnen verwardheid en onrust meestal ook.
Medicatiebewaking
Bij receptinvoer moet je elke contra-indicatie, interactie en intolerantie per situatie en per gebruiker beoordelen.
Als het apotheekinformatiesysteem onvoldoende houvast geeft, raadpleeg je naslagwerken en overleg je met de apotheker.
De tekst noemt specifiek Commentaren Medicatiebewaking en de KNMP Kennisbank als bronnen.
Epilepsie als contra-indicatie
sommige geneesmiddelen verlagen de drempel voor een epileptische aanval
voorbeelden: sommige antibiotica, antidepressiva, antipsychotica en bepaalde antimalariamiddelen
interacties met anti-epileptica kunnen de bloedspiegel verlagen
daardoor kan de kans op een aanval toenemen
Bij een relevante interactie moet contact opgenomen worden met de voorschrijver.
Migraine en triptanen
bij migraine worden vaak triptanen gebruikt
niet zomaar gebruiken bij ernstige hart- en vaatziekten
ook opletten bij een doorgemaakt hartinfarct, beroerte of matig tot ernstig verhoogde bloeddruk
soms is dosisaanpassing nodig
Interacties met migrainemiddelen zijn zeldzaam, maar een signaal uit het systeem moet wel zorgvuldig beoordeeld worden.
Parkinson en haloperidol
De ziekte van Parkinson is een contra-indicatie voor het gebruik van haloperidol.
Haloperidol mag niet worden gebruikt, omdat het de verschijnselen van Parkinson kan verergeren.
Dit is een belangrijk, concreet medicatiebewakingssignaal dat studenten goed moeten onthouden.
Welk middel is gecontra-indiceerd bij Parkinson?
Betahistine
Haloperidol
Donepezil
Cinnarizine
Belangrijk concreet medicatiebewakingssignaal: haloperidol kan de verschijnselen van Parkinson verergeren.
Medicatiebewaking in de apotheek
Bij receptinvoer beoordeel je elke contra-indicatie en interactie per situatie. Bij epilepsie kunnen sommige middelen de drempel voor een aanval verlagen.
Controleer of studenten begrijpen dat bewaking altijd patiëntspecifiek is.
Wat lijkt jou het belangrijkste bij medicatiebewaking?
Contra-indicatie checken
Interactie beoordelen
Voorschrijver bellen
Naslagwerk raadplegen
Deze slide heeft geen instructies
Afleverinformatie
Goede voorlichting helpt de patiënt om geneesmiddelen juist te gebruiken en alert te zijn op werking en bijwerkingen.
De apothekersassistent draagt daaraan bij door te verwijzen naar de gebruiksinstructie en de bijsluiter en ruimte te geven voor vragen.
Deze slide heeft geen instructies
Chronisch gebruik
bij neurologische aandoeningen is medicatiegebruik vaak chronisch
wijs patiënten daar zeker bij tweede uitgifte op
regelmatig gebruik is belangrijk voor een goede bloedspiegel
een goede bloedspiegel geeft meer kans op voldoende effect
Leg de link met therapietrouw en met schommelingen in effect, vooral bij Parkinson.
Slikproblemen en Parkinson
veel patiënten met Parkinson krijgen slikklachten
soms lijkt malen van medicatie nodig
controleer altijd of dat zonder problemen kan
raadpleeg hiervoor naslagwerken, zoals Oralia
Benadruk dat verschillende toedieningsvormen, zoals vertraagde afgifte, niet zomaar gemalen mogen worden.
Parkinsonmedicatie niet zomaar staken
Bij terminale zorg wordt chronische medicatie vaak gestopt. Voor middelen tegen Parkinson geldt een uitzondering: zolang iemand nog enigszins kan slikken, worden deze middelen meestal doorgegeven.
Na staken kan een freeze ontstaan: het hele lichaam verstijft.
Maak de impact concreet: dit is zeer belastend voor patiënt en mantelzorgers.
Rijvaardigheid
Voor alle middelen uit dit hoofdstuk geldt dat ze het concentratievermogen en daarmee de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Vaak verbetert dit na verloop van tijd, maar vooral aan het begin van de behandeling is het advies vaak om niet auto te rijden.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom mag Parkinsonmedicatie vaak niet zomaar gestopt worden?
Kans op freeze
Meer eetlust
Sneller herstel
Minder bijwerkingen
Dit sluit aan op de terminale zorg-slide: stoppen kan leiden tot ernstige verstijving.
Belangrijke afleverinformatie
Bij neurologische aandoeningen is gebruik vaak chronisch. Regelmatig gebruik helpt een goede bloedspiegel te krijgen. Veel middelen kunnen ook de rijvaardigheid beïnvloeden.
Koppel dit aan therapietrouw, voorlichting en veiligheidsadvies bij de start van de behandeling.
Welke voorlichting geef jij bij deze middelen?
Mogelijke elementen: uitleg over gebruik, werking en bijwerkingen; verwijzen naar bijsluiter; ruimte voor vragen; wijzen op chronisch gebruik; controleren of malen mag; advies over autorijden.
Wat is één belangrijk inzicht uit deze les voor jou?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat studenten één concreet leerpunt noemen.
Welk onderdeel vond je het lastigst om te begrijpen?
Reflectievraag over het leerproces. Gebruik antwoorden om te bepalen wat herhaald moet worden.
Welk begrip uit deze les wil jij onthouden?
Laat studenten kernwoorden kiezen zoals levodopa, delirium, contra-indicatie, bloedspiegel of freeze en vraag enkele studenten waarom juist dat begrip bleef hangen.
Begrippenlijst
Parkinson - neurologische aandoening met vooral stoornissen in de motoriek
Tremor - beven, vaak zichtbaar aan de handen
Levodopa - bouwstof voor een overdrachtsstof die bij Parkinson wordt gebruikt
Vertigo - draaiduizeligheid, gevoel dat jezelf of de omgeving draait
Dementie - chronische, langzaam toenemende achteruitgang van geheugen en functioneren
Delirium - plots ontstane verwardheid en desoriëntatie
Contra-indicatie - reden waarom een geneesmiddel niet of alleen met extra voorzichtigheid gebruikt mag worden
Deze slide heeft geen instructies
Begrippenlijst
Interactie - beïnvloeding van de werking van een geneesmiddel door een ander middel
Bloedspiegel - hoeveelheid van een geneesmiddel in het bloed
Parasympathicolyticum - middel dat het parasympathische zenuwstelsel remt
Amantadine - middel dat bij Parkinson soms wordt gebruikt
Cinnarizine - veelgebruikt middel bij duizeligheidsklachten
Triptanen - geneesmiddelen die worden gebruikt bij migraine
Freeze - toestand waarbij iemand met Parkinson sterk verstijft, bijvoorbeeld na staken van medicatie
Deze slide heeft geen instructies