Les 22 - gedichten lezen en beleven

Les 22 - gedichten lezen en beleven
pg.246
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les 22 - gedichten lezen en beleven
pg.246

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit gedicht gaat over FOBO. Leg uit. Schrijf in volzinnen

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

25.01—31.01.2024

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een gedicht begrijpen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor staat het letterwoord 'FOMO', leg in je eigen woorden uit wat het betekent.

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer heb jij wel eens last van FOMO?

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welke tips geef je iemand om van dit gevoel af te geraken?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Fear of missing out: je hebt schrik om iets leuk te moeten missen. Dat gevoel wordt vaak opgewekt door het succes van anderen en door wat je te zien krijgt op sociale media. 
- spendeer minder tijd op sociale media
- relativeer: dingen worden online leuker voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Je kan niet altijd overal bij zijn of je kan zelf leuke dingen ondernemen. 
pg.246

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

pg.246
- 247
timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel keer koos je voor antwoord 1 ?
4-5 keer
2-3 keer
0-1 keer

Slide 10 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

pg.247
timer
3:00
Lees het gedicht

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke twee woorden komen meer dan eens voor in het gedicht?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichter verzint een nieuw woord in het gedicht. Welk?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

pg.247
timer
3:00
 Neem drie kleuren en markeer:

1. een zin die je raakt
2. een zin die je herkenbaar vindt
3. een zin die je voor je kan zien

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herken je jezelf in het gedicht? Wat spreekt je aan? Voel je je soms hetzelfde? Leg uit in volzinnen

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit gedicht gaat over FOBO. Leg uit. Schrijf in volzinnen

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke boodschap wil de dichter hierover meegeven?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

We nemen beslissingen in ons leven over wie en wat we willen zijn of worden (via onze studiekeuze, hobby's, jobs ...)
pg.246

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een gedicht beleven en bespreken

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

pg.248

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarover gaat het gedicht? Schrijf in één zin op wat de hoofdgedachte is van dit gedicht

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

pg.248
Het kind in het gedicht vertelt wat voor hem of haar belangrijk is dat de ouders wel of niet doen. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

pg.249

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vind je van het gedicht?

Slide 25 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

ontroerend
sfeervol
realistisch
herkenbaar
opgewekt
afwisselend
aangrijpend
toegankelijk
fatsoenlijk
niet ontroerend
sfeerloos
onrealistisch
onherkenbaar
zielig
nietszeggend
grof
moeilijk te volgen
eentonig

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beoordelingswoorden
ontroerend
niet ontroerend
sfeervol
sfeerloos
realistisch
onrealistisch
herkenbaar
onherkenbaar
opgewekt
zielig
aangrijpend
nietszeggend
afwisselend
eentonig
toegankelijk
moeilijk te volgen
fatsoenlijk
grof 
beoordelingswoorden

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beoordelingswoorden
In deze opdracht ga je enkele gedichten beoordelen. Om dit te doen heb je beoordelingswoorden nodig. 

  • Met welke woorden kan je aangeven wat je van een gedicht vindt? 
  • Welke woorden zijn positief en welke zijn negatief? 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

iets dat lijkt op de werkelijkheid, levensecht
A
ontroerend
B
sfeervol
C
realistisch
D
herkenbaar

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

iets dat emoties veroorzaakt met iets mooi of zielig ...
A
ontroerend
B
sfeervol
C
opgewekt
D
herkenbaar

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

iets dat sterke emoties bij je veroorzaakt en waar je nog lang aan denkt
A
aangrijpend
B
sfeervol
C
toegankelijk
D
afwisselend

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

gezellig, iets dat tot een goed humeur leidt
A
fatsoenlijk
B
sfeervol
C
toegankelijk
D
afwisselend

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

iets dat voor iedereen gemakkelijk te begrijpen is en waar veel mensen zich in kunnen inleven
A
fatsoenlijk
B
sfeervol
C
toegankelijk
D
afwisselend

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

zoals het hoort, netjes
A
fatsoenlijk
B
sfeervol
C
toegankelijk
D
afwisselend

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

iets dat steeds anders is, gevarieerd
A
fatsoenlijk
B
sfeervol
C
toegankelijk
D
afwisselend

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

waarin je iets uit je eigen ervaringen of leven in ziet en waarin je je makkelijk kan inleven ...
A
aangrijpend
B
sfeervol
C
opgewekt
D
herkenbaar

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

iets waarvan je een goed humeur krijgt of blij van wordt.
A
aangrijpend
B
sfeervol
C
opgewekt
D
afwisselend

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fase 1 – gedichten in de klas
In de klas hangen tien gedichten
Je krijgt een hand-out met de titels van de gedichten en enkele beoordelingswoorden. 
  • Ga op zoek naar de verschillende gedichten in de klas of de gang.
  • Schrijf bij de gedichten op wat je ervan vindt. 
  • Kies je favoriete gedicht
timer
15:00

Slide 38 - Tekstslide

Leerlingen die niet meedoen met deze opdracht maken pg.248-249
Fase 2 – keuze van een gedicht
  • Kies één van de tien gedichten: welk gedicht spreekt je het meest aan?
  • De verwerkingsopdrachten vind je op Google Classroom - Nederlands 3MW - Les 22 gedichten lezen en beleven
  • Ook de gedichten staan in PDF op GC
  • Lees de opdracht goed door en bekijk ook de rubriek 


timer
30:00

Slide 39 - Tekstslide

Leerlingen die niet meedoen met deze opdracht maken pg.248-249
Creatieve verwerking van jouw gedicht 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Creatieve verwerking
Voor Poëzieweek willen we de gedichten visueel maken. Je maakt een poster met enkele regels van jouw gedicht, een nieuw gedicht, een mooie songtekst of een zelfgeschreven gedicht. 
  • Je mag zelf kiezen of je poster op papier of digitaal wordt uitgewerkt
  • Maak een mooie tekening of originele foto dat bij je gedicht past
  • Besteed veel zorg aan je letters en hoe je de woorden op je blad plaatst (zoek voorbeelden van lettering op internet)
  • Je mag hier één lesuur aan werken: de mooiste worden opgehangen. 

Slide 41 - Tekstslide

Leerlingen die niet meedoen met deze opdracht maken pg.248-249