Mens-en wereldbeeld

Mens-en wereldbeeld
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapSecundair onderwijs

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Mens-en wereldbeeld

Slide 1 - Tekstslide

Teken een wereldkaart
Teken zonder voorbeeld een wereldkaart op een wit blad.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Ik kan uitleggen wat een wereldbeeld is.
  • Ik kan uitleggen wat een mensbeeld is.
  • Ik kan een verband geven tussen mijn wereldbeeld en mijn identiteit.
  • Ik kan een verband geven tussen mijn mensbeeld en mijn identiteit. 

Slide 3 - Tekstslide

Confronteer jouw wereldkaart met een echte wereldkaart; verschillen? Welke?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Wat valt je op bij een wereldkaart uit Japan?

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Is de vorige kaart een verkeerde voorstelling van de wereld? Leg uit.

Slide 8 - Open vraag

Mens-en wereldbeeld
Wereldbeeld = opvatting van een individu of een groep over de bouw en de structuur van de aarde. Bij uitbreiding ook het beeld dat men heeft van het ontstaan van de aarde en hoe de maatschappij georganiseerd moet zijn.

Mensbeeld = opvatting van een individu of een groep over de plaats, rol en identiteit van de mens in de wereld bv. mag de mens de aarde exploiteren? Wat voor een wezen is de mens? Zijn er goede en slechte mensen?

Slide 9 - Tekstslide

Link identiteit en mens-en wereldbeeld
  • mens-en wereldbeeld maken deel uit van onze identiteit
  • kleuren onze gedachten, gevoelens en gedragingen
  • worden doorgegeven via media, cultuur, levensbeschouwingen, politieke partijen, ... 
  • identiteit is dynamisch
  • mens-en wereldbeeld is dynamisch

Slide 10 - Tekstslide

Fragment 'Stijn bekeert zich tot de Islam'

Slide 11 - Tekstslide

Welk aspect is er veranderd in Stijn zijn leven?

Slide 12 - Open vraag

Welke gevolgen heeft dit voor zijn wereld-en mensbeeld? Kan je daar een voorbeeld van geven?

Slide 13 - Open vraag

Klasdiscussie
• Sommige mensen (rassen,…) zijn superieur aan anderen.
• De mens is fundamenteel goed
• In een samenleving moet het recht van de sterkste gelden.
• De samenleving wordt het best een democratische manier vorm gegeven.
• De mens is superieur aan andere levende wezens (antropocentrisme)

Slide 14 - Tekstslide