NN1 Blok 3 H5 Lezen: Het doel van een tekst Les 1

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Tekst
NN1 H5 Lezen: 
Het doel van een tekst
les 1

Slide 2 - Tekstslide

Hoopt de schrijven dat je deze tekst grappig vindt, denk je?
A
ja
B
nee

Slide 3 - Quizvraag




Instructiefilmpje over het doel van een tekst

Slide 4 - Tekstslide

Het doel van een tekst:

De schrijver van een tekst wil bij de lezer iets bereiken. Hij wil bijvoorbeeld iets aan de lezer uitleggen of hij wil dat de lezer iets doet. 
De tekst die hij schrijft, heeft dus een doel.

doel van de tekst:                                                   voorbeeld van een tekstsoort:
De schrijver wil informatie geven.                          krantenbericht, verslag van een sportwedstrijd
De schrijver wil je iets leren of uitleggen.             studietekst, recept, gebruiksaanwijzing
De schrijver wil je iets laten doen.                          reclametekst, uitnodiging, advertentie
De schrijver wil zijn mening geven.                       bespreking van een app of film
De schrijver wil je amuseren.                                   verhaal, strip
 
Als je weet met wat voor soort tekst je te maken hebt, begrijp je sneller wat de schrijver wil

Slide 5 - Tekstslide

Bekijk tekst 2 (blz 125)


minecraft.jppublishing.nl

Slide 6 - Tekstslide

Bekijk tekst 2 (blz 125)

Wat is het onderwerp van de tekst?
A
Minecraft
B
Tips voor Minecraft
C
Minecrafthandboek

Slide 7 - Quizvraag


Wat voor soort tekst is tekst 2? (blz 125)
A
een bespreking van een spel
B
een gebruiksaanwijzing
C
een krantenbericht
D
een reclametekst

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het doel van tekst 2? (blz 125)
A
De schrijver wil je iets leren of uitleggen.
B
De schrijver wil je iets laten doen.
C
De schrijver wil zijn mening geven.
D
De schrijver wil je amuseren.

Slide 9 - Quizvraag

Bekijk en lees de tekst:

Trouwe viervoeters zoeken nieuw thuis.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van de tekst?

Slide 11 - Open vraag


Wat voor soort tekst is tekst 3?
A
een nieuwsbericht
B
een reclametekst
C
een krantenbericht
D
een studietekst

Slide 12 - Quizvraag

Wat zijn trouwe viervoeters?

Slide 13 - Open vraag

Boven welke alinea past het tussenkopje: 'Kosten'
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekenen deze woorden/uitdrukkingen uit de tekst? 
Verbind de woorden met de juiste betekenis
verzorging ergens anders
eigenschappen die je merkt aan hoe iemand zich gedraagt
opleiding voor de hond
een stof ingespoten die ervoor zorgt dat de hond een ziekte niet meer krijgt
voor iedereen iets wat hij leuk vindt
raad
hondencursus (3)
opvang (3)
ingeënt (3)
advies (2)
karakter (2)
voor elk wat wils (2)

Slide 15 - Sleepvraag

Wat is het tegenovergestelde van 'eigenwijs' (al 2)?
Zoek het antwoord in dezelfde zin:
A
wils
B
gehoorzaam
C
vrolijk

Slide 16 - Quizvraag

Wat betekent 'uiterlijk'? (al. 2)
Zoek je antwoord in dezelfde zin.
A
hoe iemand eruit ziet
B
hoe iemand zich gedraagt

Slide 17 - Quizvraag

'Vrolijk, eigenwijs' (al. 2) hoort bij het karakter van een hond.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Wat is volgens alinea 2 belangrijker: het uiterlijk van de hond of het karakter?
A
karakter
B
uiterlijk

Slide 19 - Quizvraag

‘Gemiddeld kost een hond je duizend euro per jaar.’ (al. 3)
Leg uit dat een gezonde hond in het eerste jaar meer geld kost dan in het tweede of derde jaar.

Slide 20 - Open vraag

Voor wie is deze tekst bedoeld?
A
voor mensen die een hond willen
B
voor mensen die in een asiel willen werken
C
voor mensen die meer willen weten over honden

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het doel van tekst 3?
A
De schrijver wil je iets leren of uitleggen.
B
De schrijver wil je iets laten doen.
C
De schrijver wil zijn mening geven.
D
De schrijver wil informatie geven.

Slide 22 - Quizvraag


Evaluatie:
  1. Wat was het lesdoel?
  2. Hoe ging het vandaag?
  3. Wat is het huiswerk:

Slide 23 - Tekstslide