Kalender + seizoenen herhaling

Kalender + seizoenen

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2Leerroute 3Leerroute 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Kalender + seizoenen

Hoe ziet de les eruit?

  • terugblik

  • aan slag met een quiz in lessonup

  • zelfstandig werken aan de bundel op gynzy

Terugblik

Wat weet je over de kalender?

Wat weet je over de seizoenen?

Doel

Aan het einde van deze les kun je de volgorde van de seizoenen benoemen en de kenmerken van het seizoen bij het juiste seizoen plaatsen.

Seizoenen

Lente
Zomer

Herfst
Winter

Kenmerkend voor de lente

In de lente worden dagen langer, groeit er nieuw groen en krijgen dieren jongen.

Zomerse kenmerken

In de zomer is het vaak warm, groeien veel planten en hebben mensen zomervakantie. Je kan buiten zwemmen en eet vaker ijsjes.


Herfst: wat zie je?

In de herfst worden bladeren bruin en vallen van de bomen. Het regent vaker en het wordt kouder.

Winterse kenmerken

In de winter zijn de dagen kort, kan het vriezen of sneeuwen en houden sommige dieren een winterslaap.
De bomen hebben de bladeren verloren en zijn kaal.
Je draagt vaker een muts, sjaal en wanten.

Quiz

Luister goed naar de vraag en geef antwoord.

Welke maand begint de lente?

A

Februari

B

November

C

Maart

D

Juli

Welke maand komt na maart?

A

Januari

B

Februari

C

April

D

Maart

Hoeveel weken heeft een maand ongeveer?

A

4

B

9

C

15

D

1

Wat komt na de winter?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Wat hoort bij de lente en wat hoort bij de winter?

lente

winter

Hoeveel dagen heeft een week?

A

3

B

7

C

10

D

4

Wat komt na de herfst?

A

Winter

B

Seizoen

C

Zomer

D

Lente

Welke maand kom er na juni?

A

mei

B

juli

C

augustus

D

september

Wat komt na de lente?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Zomer

D

Winter

Welke maand komt er na januari?

A

december

B

februari

C

maart

D

april

Wat komt na de zomer?

A

Herfst

B

Seizoen

C

Lente

D

Winter

Wat hoort bij de herfst en wat hoort bij de zomer?

herfst

zomer

Kun jij de seizoenen opnoemen?

Probeer nu in de juiste volgorde de seizoenen te noemen en bij ieder seizoen één kenmerk te geven.

Hoe ging de Quiz voor jou?