Kalender + seizoenen
Kalender + seizoenen
Hoe ziet de les eruit?
terugblik
aan slag met een quiz in lessonup
zelfstandig werken aan de bundel op gynzy
Terugblik
Wat weet je over de kalender?
Wat weet je over de seizoenen?
Doel
Aan het einde van deze les kun je de volgorde van de seizoenen benoemen en de kenmerken van het seizoen bij het juiste seizoen plaatsen.
Seizoenen
Lente
Zomer
Herfst
Winter
Kenmerkend voor de lente
In de lente worden dagen langer, groeit er nieuw groen en krijgen dieren jongen.
Zomerse kenmerken
In de zomer is het vaak warm, groeien veel planten en hebben mensen zomervakantie. Je kan buiten zwemmen en eet vaker ijsjes.
Herfst: wat zie je?
In de herfst worden bladeren bruin en vallen van de bomen. Het regent vaker en het wordt kouder.
Winterse kenmerken
In de winter zijn de dagen kort, kan het vriezen of sneeuwen en houden sommige dieren een winterslaap.
De bomen hebben de bladeren verloren en zijn kaal.
Je draagt vaker een muts, sjaal en wanten.
Quiz
Luister goed naar de vraag en geef antwoord.
Welke maand begint de lente?
Februari
November
Maart
Juli
Welke maand komt na maart?
Januari
Februari
April
Maart
Hoeveel weken heeft een maand ongeveer?
4
9
15
1
Wat komt na de winter?
Herfst
Seizoen
Zomer
Lente
Wat hoort bij de lente en wat hoort bij de winter?
lente
winter
Hoeveel dagen heeft een week?
3
7
10
4
Wat komt na de herfst?
Winter
Seizoen
Zomer
Lente
Welke maand kom er na juni?
mei
juli
augustus
september
Wat komt na de lente?
Herfst
Seizoen
Zomer
Winter
Welke maand komt er na januari?
december
februari
maart
april
Wat komt na de zomer?
Herfst
Seizoen
Lente
Winter
Wat hoort bij de herfst en wat hoort bij de zomer?
herfst
zomer
Kun jij de seizoenen opnoemen?
Probeer nu in de juiste volgorde de seizoenen te noemen en bij ieder seizoen één kenmerk te geven.
Hoe ging de Quiz voor jou?