M2 P2 poëzie en leesvaardigheid wk 50 les 2 uitleg Limerick

Vandaag 

lezen
herhaling beeldspraak
uitleg Limerick
aan de slag met de PO



1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag 

lezen
herhaling beeldspraak
uitleg Limerick
aan de slag met de PO



Slide 1 - Tekstslide

Regels 
1. Als ik aan het woord ben, ben jij stil. 
2. Je blijft op je vaste plek zitten en loopt niet door de klas. 
3. Bij het zelfstandig werken, ga je voor Nederlands aan de slag! 
4. Voorlopig maken we tijdens het zelfstandig werken het huiswerk en gaan jullie in eigen tijd met de PO aan de slag. 
5. Je maakt je huiswerk. Heb je je spullen niet op orde, dan kom je woensdag- of vrijdagmiddag in. 
5. Je gooit geen spullen door het lokaal en je zit niet aan elkaar.
5. Word je voor de derde keer gewaarschuwd, dan kom je woensdag- of vrijdagmiddag in. 

Slide 2 - Tekstslide

Welkom 

Ga op je vaste plek zitten. 
Pak je lesboek, schrift en etui.
Pak het boek Zonder titel. 
Laat de iPad in de tas!
Geen tas op tafel.
Geen jas of kauwgom in het lokaal. 

Slide 3 - Tekstslide

Stil lezen
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Pak je schrift of agenda

Noteer waar je bent gebleven met lezen.

Slide 5 - Tekstslide

Twee onderwerpen in P2
Leesvaardigheid
Kern hoofdstuk 1 t/m 3

Schrijfvaardigheid
PO poëzie 

Slide 6 - Tekstslide

De PO
Je maakt in groepjes van drie een bundel met gedichten.

De dichtbundel bevat de volgende onderdelen:
  • 6 gekozen bestaande gedichten
  • 5 zelf geschreven gedichten

Slide 7 - Tekstslide

Lesdoelen 


Je leert wat beeldspraak is en hoe je die kunt toepassen in je zelfgeschreven gedichten.

Je leert hoe je een Limerick kunt schrijven.

Slide 8 - Tekstslide

Herhaling vorige les

Beeldspraak (stijlfiguren)

Slide 9 - Tekstslide

Gedichten

Haiku 
Beeldgedicht
Stiftgedicht

Vandaag: uitleg Limerick

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk nakijken

x

Slide 11 - Tekstslide

Beeldspraak

De volgende drie soorten moet je kennen:

Slide 12 - Tekstslide

1. De vergelijking
Je vergelijkt iets (de werkelijkheid/het object) met iets anders (het subject/het beeld) omdat er een overeenkomst is.  
Het beeld wordt ingeleid door 'als' of 'lijkt'.

Lachen als een boer die kiespijn heeft. 
Hij ging er als een haas vandoor. 

Slide 13 - Tekstslide

(object=de werkelijkheid)
(subject=beeld)
Je kamer ziet eruit als een zwijnenstal!
vergelijking

Slide 14 - Tekstslide

2. De metafoor
Een metafoor is een vorm van beeldspraak: je gebruikt een woord of beeld voor iets anders, waarmee het een overeenkomst vertoont. 

Zo is het schip der woestijn een metafoor voor een kameel: de kameel wordt vergeleken met een schip. 

Slide 15 - Tekstslide

Metafoor
Het object (=de werkelijkheid) wordt helemaal vervangen door het beeld. 
Je moet het figuurlijk zien.

Voorbeelden: 
Het schip der woestijn (kameel)
Een tsunami van nieuwe voorschriften (een enorme berg)
Een vruchtbare vergadering (een vergadering met resultaat)
Zij is een spin in het web  (zij heeft veel contacten)

Slide 16 - Tekstslide

3. De personificatie

Met een personificatie stel je een levenloos ding voor als een persoon, je kent menselijke eigenschappen toe aan een 'dood'  ding.  


Voorbeelden:  

De zon streelde onze wangen.

Het gevaar loerde op elke hoek van de straat.
Schreeuwende kleuren.
Papier is geduldig.

Zuchtend en kreunend kwam mijn auto tot stilstand.

De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag.

Slide 17 - Tekstslide

UITLEG LIMERICK

Een limerick bestaat uit vijf regels.

In de eerste regels staat altijd een plaatsnaam.

Een limerick heeft vaak een grappige inhoud.

Het rijmschema is AABBA. 

Het aantal lettergrepen per regel staat vast.

Slide 18 - Tekstslide

Limerick:



Een limerick bestaat uit vijf regels.

In de eerste regels staat altijd een plaatsnaam.

Een limerick heeft vaak een grappige inhoud.

Het rijmschema is AABBA.

Het aantal lettergrepen per regel staat vast.
Regel 1: 9 lettergrepen
Regel 2: 9 lettergrepen
Regel 3: 5 lettergrepen
Regel 4: 5 lettergrepen
Regel 5: 9 lettergrepen

Slide 19 - Tekstslide

Voorbeeld
Er was een een boertje uit Vaassen
Zijn koe at al niks meer sinds Pasen
De boer riep hard BOE
Woeschrik zei de koe
Toen had hij zijn koe mooi te grazen
s

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
Maak nu zelf een limerick. Zorg er dus voor dat het grappig is en let op de lettergrepen!
Deze kan je toevoegen aan je 5 zelfgeschreven gedichten. 

Slide 21 - Tekstslide

Huiswerk
Noteer in je agenda voor de volgende les:

x





Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag


1. Ga aan de slag met je PO:
Lees de opdracht in de LessonUp (nogmaals) goed door. Maak een nieuw zelfgeschreven gedicht. Ben je klaar?
Ga vervolgens op zoek naar gedichten en vertel daar in 150 woorden iets over. Hiervoor gebruik je de theorie uit de LessonUp's die ik met je gedeeld heb. 
Bekijk het inkijkexemplaar als de opdracht je niet duidelijk is. 
of
2. Ga aan de slag met je huiswerk (leesvaardigheid)



Keuze
Huiswerk: 
x

Slide 23 - Tekstslide

Ben je klaar?

Slide 24 - Tekstslide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald

Je weet wat beeldspraak is. 

Vertel...

Slide 25 - Tekstslide

Volgende les


We gaan verder met de PO en je krijgt uitleg over alliteratie, assonantie en enjambement.

Slide 26 - Tekstslide

Hoe ging deze les?
Wat heb je geleerd vandaag?

Wat vond je leuk aan deze les? 

Heeft iemand vragen?

Slide 27 - Tekstslide

Fijne dag 
&
tot de volgende keer!

Slide 28 - Tekstslide